Petite histoire
Goejanverwellesluis
en daarop een niet thuis te brengen beeld:
wie is hier wie, wie heeft hier wat verdedigd
en tegen wie? De kinderen die op
de weg toekijken hoe een dame uit
haar koets gelicht wordt door milities en
onwennig gebrutaliseerd,
kan het niet schelen, zij hebben genoeg
aan de betovering van hier en nu.
Noch denken ze aan toekomstige geslachten
die op deze plek van hun fietsen stappen,
al evenzeer bedwelmd door geur van gras
en groen en door het amechtige gezoem
van de insecten, en al evenmin
belang stellend in de petite histoire
die men op deze prent zich ziet voltrekken.
We kijken naar een prent van de aanhouding van prinses Wilhelmina in 1787.
Naar kamfer ruikend
Aquarel van prinses MariannePastelkleurig zijn de wolken boven
de Etna als de prinses uit de bark stijgt
& het hart van de prins heeft
zij al verloren voor zij het
goed en wel had veroverd & wat rest haar
dan nog dan rusteloos reizen, zich laten
begroeten op vreemde bordessen door
onkreukbare, buigende heren, bleke handen
genadiglijk aannemen. ‘s Middags
schilderen bij de deuren die aanstaan
op de tuin. Lichte conversatie, zwaar
tafelen. En ‘s avonds troosteloos bidden
in een naar kamfer ruikend hemelbed.
in een naar kamfer ruikend hemelbed.
Wat ze willen
Loquitur Willem IIIOm aandacht bedelen, nou ja, als duiven
het doen, of cavia’s, konijnen, of
zelfs katten - ik houd niet van katten, maar
als ze vol liefde langs je benen strijken,
wie ben je dan om niet even te bukken!
Maar daar ligt wel een grens, bij honden is
gebedel onaanvaardbaar: bruine ogen
die smekend naar je opkijken, die wekken
alleen maar walging. Net als mensen die
zich kruiperig gedragen. Steeds hetzelfde!
Huichelaars zijn het! Slaven, die serviel
om de majesteit draaien! Om te rillen!
En dan toch schaamteloos doen wat ze willen!
Bezoeking
Leviathan en Behemoth bezoeken
dit land van melk en honing. Rug aan rug
liggen de beesten voor de ontzette kust
van Schouwen-Duiveland. Het strand is leeg,
alleen heel in de verte, aan de kim,
huivert in een mythisch namiddaglicht
een school andere eilanden, maar als
de rookpluim van Gods toorn verstoven is,
zijn die er niet meer, enkel u en ik,
met open monden, ogen roodomrand,
bezoedeld door onze hunkering naar
kennis van goed en kwaad, staan aan het strand
en onze tenen graven in het slik.
1825
Zelfs Rutger Schimmelpenninck, altijd zo
bedaard, zo goedgemutst, zo welbespraakt,
was niet in staat om de herzieningsdrang
van Bonaparte te pareren. Dus
werd hij herzien, herzien en weer herzien:
ambassadeur en onderhandelaar,
raadspensionaris in Den Haag en na
een jaar met compliments geremplaceerd
door Lodewijk Napoleon, de broer.
Benoemd tot Chevalier de France, dat wel.
Halfblind, maar toch nog altijd zo bedaard,
zo welbespraakt, zo goedgemutst, zo glad,
dat hij in 1825 al
weer zitting in de Eerste Kamer had.
Gescheit
Onschuld is een illusie, meent Van Eeden.
Terugkijkend weet je: uit slechts twee factoren,
kennis van ‘s mensen ziel, kennis van feiten,
valt de gehele wereld af te leiden.
Anderen willen dat wel eens vergeten.
maar hij niet, daarvoor is hij te gescheit.
Bescheiden legt hij zijn servet op tafel
en trekt de plooi op in zijn broek voor hij
het rechterbeen over het linker vlijt.
Pieter Saenredam, Sint Catharinakerk, Utrecht
Als het zo is, meent Saenredam, dan moet
het ook zo geschilderd worden: wit, vol licht,
niet zoals in Roomse tempels
vol afgodsbeelden, stank van wierookbranders, niet
achter massieve zuilen, als in zuidelijke landen,
verleiders die met hun geslachtsdeel spelen,
maar mannen die een graf opmeten en
beleggers die bezadigd met elkaar
de koersen en de rentestand bespreken.
Vigilate et orate
Mattheüs 26:41In het gebouwtje van de hoofdwacht,
lijdzaam tegen de kerk aangeleund, waar
het licht naar pis ruikt, en naar koude as
uit meerschuimpijpen, en waar
een enkele keer wel reizigers slapen,
vindt een theologisch debat plaats over
Jezus in de Hof van Olijven. Spugen
deze soldaten bij hun landerige,
of zeg maar rustig zeikerige commentaren
pitten van kersen op de stenen tegels?
of is dat lichte tikken het geluid
van fiches die worden verschoven of
van damstenen op de geblokte tafel?
De koning evalueert
Loquitur Willem III“Maar beter er geen doekjes om te winden:
ik lig niet goed. De Sachsen Coburgs - die
ik natuurlijk nauwelijks ernstig hoef te nemen -
moeten mij niet. En de Hannover Windsors
zijn arrivés, bourgeois. Van Pruisen moet
ik ook niets hebben. Wat blijft er dan over
behalve marginaal gespuis. Maar niet
getreurd, binnenslands mag ik mij verheugen
in onbegrensde populariteit.
Niet bij de stijve liberale heren
die er op staan mijn kabinet te zijn,
maar bij het volk - ik spreek hun taal niet bijster
en zij de mijne niet, maar heeft dat ooit
spontane liefde in de weg gestaan:
verwacht men van mij dat ik God versta?”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten