zaterdag 3 oktober 2026

Zwanen van Nederland 7

Brigittenstraat


1.
21.30 u. Binnen
de Singel, onder de linden,
ligt Lepelenburg, wacht
op de revolutie.

2.

Maar weg, maar weg. 
We lopen voorzichtig
door de Brigittenstraat. 

3. 

Op leren zolen. Wit
zijn onze ogen,
rood en blauw 
onze kokardes.

4.

Zomeravond in de
Brigittenstraat. Onkruid
tussen de stoeptegels.

Kamperfoelie
beweegt zich
in het lantaarnlicht.

5.

Zomeravond. Boze
stemmen van kinderen
in de Brigittenstraat.

6.

In de Brigittenstraat eet
niemand mosselen
op een terras.

7.

En op de Nieuwe Gracht,
in het plechtige duister
van de negentiende eeuw,
in de schaduw van de schaduw,

geschuifel van zolen, 
de heren lichten, 
de jas hooggesloten,
hun hoed voor de dames.

Zwanen van Nederland 9

Animum Neronis 

Nemo haec et talia animum Neronis penetrantia prohibebat.

Tacitus, Annales XIV, 13

Na het zwemmen

Loquitur Willem III

“Ben ik een man? Als ik de schouderband
van mijn badpak naar voren trek -
wat ik daar zie, is niet bepaald geschikt
om me gerust te stellen. Wel het haar,

dat, dik op borst en onderbuik, zich zelfs
als een soort armetierig struikgewas
langs de bilnaad omhoog wringt naar de lenden –
maar tussen de benen, die slak, die rups...

Natuurlijk, ik herinner me wel hoe
het vaak, op middagen met decadente
muziek, zwaar en nat in de hand lag van
een snuffelende maîtresse of van, weet

ik veel, een of andere andere hoer.
Maar dat was toen, en wat ik zie is nu,
en houdt me bezig. Ben ik deftig? Nee!
Bourgeois? Nee! Ben ik hypocriet? Nee, nee!

Maar wel een man. Alsjeblieft wel een man!”

(Dit soort gedachten begonnen Nero te obsederen, en niemand die daar een halt aan toeriep.)

Hij woont een zomeravondconcert bij in Montreux

Openen met een brede orkestratie
van twaalf violen,
hobo’s, fagotten en basso continuo
(als in Händels Concerto grosso).
een fraaie, brede laan van muziek,
die je een park binnenleidt waar
aan overdadige waterpartijen
overal huisjes staan, zo sjiek en knus,
en gecapitonneerd als bonbonnières.

Binnen: hoerenspel, hoerenspel!
Zwaar opgemaakte ogen, naakte armen
die naar je baard kronkelen, natte billen
in ruches, in zijden kussens gedrukt.

(Geen muziek meer, Sire, geen concerto
om het hijgen en het natte steunen
te doen vergeten.)
En bij de deur

uiteraard begerige dienstmeiden,
hun klauw al uitgestoken om
hun speldengeldje op te strijken.



Weitzel

“Conflicten kunnen beter niet te zeer
aangezet worden, dat is voor de schouwburg,
en sober maakt meer indruk.” Weitzel spreekt.

“Uiteindelijk schikt de koning zich steeds.
zelfs in de affaire met Mlle. Ambre...”
De andere heren wenden gegeneerd
het hoofd af, of steken hun neus

in het geneverglas. “Zelfs als ditmaal
de kwestie uit de hand zou lopen, hebben
we altijd nog onze troefkaart: de prinses.”

Weitzel in een schemerige dinerzaal.
Bij de deur staat de ober op hete kolen.

August Willem Philip Weitzel, minister van oorlog.


Hoe lief, hoe warm

Dan liever royalty, de kelige,
doortastende stem, de gebaren,
bruusk, ongegeneerd, of de hand in
de broekzak, spelend met het lompe lid:

“Mlle. Ambre is een lieve vrouw,
en wat méér is, een goede. Maar wie zal me
geloven? Nietwaar? Wie heeft haar gekeesd?”

“Maar is dat reden om wanneer het mij
behaagt om haar de titel van Comtesse
d’Amboise te geven
- mijn privilege, als regerend vorst -
zo botweg dwars te liggen? Zijn ministers

niet dienaars van de kroon?” “Zelfs lepe vossen
als Weitzel, Fransen van de Putte en
De Vries zouden in moeten zien hoe lief
deze vrouw is, hoe warm, hoe zonderling
met ‘s konings welzijn gepreoccupeerd!”

vrijdag 2 oktober 2026

Zwanen van Nederland 8

Vie littéraire


Vie littéraire


“Loop even snel langs de Sassenpoort,
door de Koestraat naar de Grote Sociëteit,
jongen, en kijk
wat daar op de leestafel ligt, op

het groene laken, onder de lampen: geen bundels
van Tollens of Helmers s.v.p., en Withuys,
no way, maar als
er iets nieuws is van De Lamartine,
of misschien wel van Göthe,

dat zou mijn dag goed maken. En neem
als je langs de groenteboer komt
op de terugweg, asperges mee,
twee bossen blauwkoppen, mooie.”


Trots, weemoed, woede


Op de tafel onder de leeslamp, vluchtig
bevingerd door de heren die hier komen
de krant lezen, enigszins schuw, de oren
gespitst op elk geluid, prijken de kleine

boekjes, ruw papier, opengesneden
door de bedienden, waarin onze dichters
hun versies hebben laten drukken van
nog nauwelijks erkende sentimenten:

trots, weemoed, woede strijden er bedeesd
met Gods voorzienigheid en piëtisme.
Als bleke speculanten op de beurs.


Bij een portret van Conrad Busken Huet


Pas op, elk woord is een blunder!
De dichter met zijn
sardonische negentiende-eeuwse kop
kijkt je alvast spottend aan.

Achter zijn rug, de schuinse blikken,
het jaloerse gekwebbel
van zijn maîtresses,
het voortdurende gekift
om voorrang bij draaideuren
of op de trap naar de bovenverdieping.

En als je thee hebt gedronken,
zeg je - en wat schelen je ogen,
wat klinkt je stem quasi-plechtig - :
“Mussen fladderen tussen mousseline.”

Zeg je: “Of, o,
Potgieters zoetvloeiende vers.”

(Dichtregels? Ja, oké. Maar alle versaccenten liggen verkeerd.)


Ds. E. Laurillard tot zijne huisvrouw


Ik droomde – een droom vol tegenstrijdigheden,
Half licht, half duisternis, half waar, half waan

J.J.L. ten Kate, ‘Ontwaken’

Sherry. En in
het donkere glas van de ochtend
liggen wij als nimf & satyr.

Het gras verzamelt al dauw. De eerste
vogels bewegen
steels in de heg.

De eerste bomen
blikkeren in de ramen.

Nu!
Ik klim fluks in de toren, gij,
gij spreidt de vloermat van
uw gouden haren.

Ds. Eliza Laurillard [Rotterdam 1830 - Santpoort 1908] was van 1857-1862 predikant te Leiden en te Amsterdam van 1862-1904. Zijn Spreuken en Gezegden aan den Bijbel ontleend werden met de gouden erepenning bekroond door de Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten, 1875. In zijn dichtbundel Bloemen en knoppen uit 1878 publiceerde hij de waarschijnlijk eerste echte sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur.


Zwanen van Nederland

Of natuurlijk
de Schoolmeester, pijpje smorend
met half dicht-

geknepen ogen, tuk
op viezigheid. De
wereld zijn speeltuin.

Later ontpopt hij zich,
niets veranderd,

en met dezelfde stiptheid
waarmee hij de dames

neukte, als zorgondernemer
.

Zwanen van Nederland 7

Brigittenstraat 1 . 21.30 u. Binnen de Singel, onder de linden, ligt Lepelenburg, wacht op de revolutie. 2. Maar weg, maar weg.  We lopen vo...