vrijdag 2 oktober 2026

Zwanen van Nederland 8

Vie littéraire


Vie littéraire


“Loop even snel langs de Sassenpoort,
door de Koestraat naar de Grote Sociëteit,
jongen, en kijk
wat daar op de leestafel ligt, op

het groene laken, onder de lampen: geen bundels
van Tollens of Helmers s.v.p., en Withuys,
no way, maar als
er iets nieuws is van De Lamartine,
of misschien wel van Göthe,

dat zou mijn dag goed maken. En neem
als je langs de groenteboer komt
op de terugweg, asperges mee,
twee bossen blauwkoppen, mooie.”


Trots, weemoed, woede


Op de tafel onder de leeslamp, vluchtig
bevingerd door de heren die hier komen
de krant lezen, enigszins schuw, de oren
gespitst op elk geluid, prijken de kleine

boekjes, ruw papier, opengesneden
door de bedienden, waarin onze dichters
hun versies hebben laten drukken van
nog nauwelijks erkende sentimenten:

trots, weemoed, woede strijden er bedeesd
met Gods voorzienigheid en piëtisme.
Als bleke speculanten op de beurs.


Bij een portret van Conrad Busken Huet


Pas op, elk woord is een blunder!
De dichter met zijn
sardonische negentiende-eeuwse kop
kijkt je alvast spottend aan.

Achter zijn rug, de schuinse blikken,
het jaloerse gekwebbel
van zijn maîtresses,
het voortdurende gekift
om voorrang bij draaideuren
of op de trap naar de bovenverdieping.

En als je thee hebt gedronken,
zeg je - en wat schelen je ogen,
wat klinkt je stem quasi-plechtig - :
“Mussen fladderen tussen mousseline.”

Zeg je: “Of, o,
Potgieters zoetvloeiende vers.”

(Dichtregels? Ja, oké. Maar alle versaccenten liggen verkeerd.)


Ds. E. Laurillard tot zijne huisvrouw


Ik droomde – een droom vol tegenstrijdigheden,
Half licht, half duisternis, half waar, half waan

J.J.L. ten Kate, ‘Ontwaken’

Sherry. En in
het donkere glas van de ochtend
liggen wij als nimf & satyr.

Het gras verzamelt al dauw. De eerste
vogels bewegen
steels in de heg.

De eerste bomen
blikkeren in de ramen.

Nu!
Ik klim fluks in de toren, gij,
gij spreidt de vloermat van
uw gouden haren.

Ds. Eliza Laurillard [Rotterdam 1830 - Santpoort 1908] was van 1857-1862 predikant te Leiden en te Amsterdam van 1862-1904. Zijn Spreuken en Gezegden aan den Bijbel ontleend werden met de gouden erepenning bekroond door de Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten, 1875. In zijn dichtbundel Bloemen en knoppen uit 1878 publiceerde hij de waarschijnlijk eerste echte sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur.


Zwanen van Nederland

Of natuurlijk
de Schoolmeester, pijpje smorend
met half dicht-

geknepen ogen, tuk
op viezigheid. De
wereld zijn speeltuin.

Later ontpopt hij zich,
niets veranderd,

en met dezelfde stiptheid
waarmee hij de dames

neukte, als zorgondernemer
.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Zwanen van Nederland 8

Vie littéraire Vie littéraire “Loop even snel langs de Sassenpoort, door de Koestraat naar de Grote Sociëteit, jongen, en kijk wat daar...