Over gevoelens
Van Eeden voelt
De jonge Frederik van Eeden peutert
nadenkend met een pennenmes
onder zijn nagels. Kent hij deze
rustige zelfvoldaanheid niet van vroeger,
toen hij bij voorkeur in het wit geklede
vriendinnen vergezelde in een roeiboot?
Bij Loosdrecht kom je soms op zondagmiddag
dichtende dominees tegen, maar gister
droomde hij dat hij zichzelf een hand gaf –
dat geeft te denken. Nederland is sinds
zeventienhonderd nauwelijks veranderd.
2.
Hij lijkt ook wel wat op een schilderij
uit de school van de Impressionisten, denkt hij.
Zo’n rommeltje van kleine toetsjes verf.
Gefragmenteerd, dat is het woord, hij is een
gefragmenteerde geest. Gevoelentjes,
gedachtetjes, zij strijden om de voorrang
maar eenheid vormt zich niet. Een eicel die
zich om een van de zaadcellen heen klemt,
ermee versmelt, en zalig uitdijt, is
er niet. Alleen de lage grauwe lucht
boven het polderland. De regen die
van tijd tot tijd neerdruilt. En natte menschen,
haastig voorbijfietsend over de dijk.
Hij masturbeert te vaak, verontrustend.
Dominee bij Loosdrecht
je brengt je zondagmiddag liefst in af-
zondering door, heen en weer wandelend
over een eiland. Kort gemaaide stoppels,
hier en daar plukjes hooi in wilgentakken.
De bodem is zo week dat als je loopt
een lichte beving is te voelen, of
je ondanks nederigheid en godsvrucht
een personage bent van groot gewicht.
In mineur
Van Eeden peinzend in zijn dagboek, “en
ik dacht de hele tijd over de dieren
die we in Artis zagen. Weliswaar
worden ze goed verzorgd, met elke dag
hun natje en hun droogje, maar hun lot
is niet benijdenswaard.” Het fietspad was
fraai aangelegd, uit fijngemalen schelp
dat zachtjes knisperde onder de banden,
het weer was excellent, de Grote Man
evenwel was hartgrondig in mineur.
Hij kon de hele rit alleen maar denken
dat alle wilde dieren moeten sterven.
Metaal
leven niet onbeperkt. Van Eeden buigt
zich diep over het stuur totdat hij het
metaal kan ruiken, als er niemand kijkt
likt hij het chroom. Het leven is een droom.
Het bloed ruist door zijn aderen. Het brein
spint eindeloos zijn webben. Wanhoop, angst,
ze hebben zich al zo lang zo diep in
het dichterlijk organisme ingebed
dat hij er zich maar niet tegen verzet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten