Semper idem
Sinterklaas 2015
schieten de sterren hun koude licht af.
De vrouwen, die hun boodschappen gedaan
hebben, lopen, met klikkende hakken,
- er hangen drie, vier tassen aan hun armen –
door de donkere straten terug naar huis.
Rotsbodem is hier niet
vind je pas op een kilometer diepte.
Overdag zijn we onvervaard in touw,
proberen, net als iedereen, de boel
naar onze hand te zetten, vaste grond
onder de voet te houden zonder te
veel averij. Dan wordt het avond en
kijken we in de krant, verongelijkt,
gekweld door onbestemde schuldgevoelens.
“Elektronicaketens onder druk.”
“Voor je dertigste op de top van je
carrière, maar wat dan?” “Kan Groot-Brittannië
niet zonder de EU, of andersom?”
De vos verliest zijn haren, niet zijn streken.
Voor de ingang van de kast dansen de bijen.
En ‘s nachts, in onze dromen, komen we
in weidse beursgebouwen onszelf tegen,
en maken we, met dichtgeknepen kelen
wegkijkend, ondoorgrondelijke deals.
Semper idem
niet Via eensgezindheid groeien
geringe zaken, want geringe zaken blijven
altijd gering. Verbaasd bekijken we
het dringen en drijven van wat uit het ei
gekomen is, bedenken dat zich dit
in het oneindige herhaalt, net als het gras
dat afsterft en weer opkomt, fluitenkruid
dat worstelt voor zijn plek, en weer verdwijnt
zonder een spoor van spijt. Alles wat leeft
herleeft voortdurend, vecht voor licht en blijft
alleen doordat het dringt in evenwicht.
Semper idem.
En zo ook met ons zelf.
Zoals we zijn, zijn we gedoemd te blijven.
Onze veranderzucht zelf draagt het teken
van onvermurwbare onveranderlijkheid.