dinsdag 13 oktober 2026

Portretten 1

Teólogos

Wat koning Filips dacht over de Junta de teólogos die hij
in 1564 instelde na een verzoek van de graaf van Egmont
om de Plakkaten te verzachten


Zachtheid zit in concrete dingen,
in de pels van de haas, in fluweel,
op de huid van een jonge vrouw is zachtheid
een kostbaar, koel geschenk.

Maar in het hart, in besluiten
van staat: geen zachtheid. Hier geldt
enkel juist en onjuist. Wat juist is
is juist, en wat onjuist, onjuist. Hier geldt
slechts gerechtigheid en de goddelijke wet.

Dus benoem ik een junta de teólogos die
de plakkaten niet zal verzachten.

Noch verharden. Mijn teólogos zullen
recht doen. Wat mogelijk krom is
recht maken, wat recht is, rechter.

Hun papier mag het fijnste velijn
zijn, hun pennen zo zacht en soepel
als zij verkiezen, zolang wat zij voorschrijven
recht is, zuiver, ónverbiddelijk recht.

De pels van de haas aan wie
de pels toekomt, en fluweel wie recht
heeft op fluweel. En jonge vrouwen

kibbelend in de kamer, in het licht
van de middagzon, lachend, bordurend...
en kinderen, spelend...
Gerechtigheid en de goddelijke wet.


Young Keats

In het donkere amfitheater
op de eerste rij te zitten en te zien
hoe Billy Lucas zijn onzalig mes
zet in een arme donder, volgegoten
met slechte rum -

Wanneer de eerste onvoorziene plens
zwart bloed op het zink gutst, het eerste hijgen
van schrik, en het eerste gestommel van
onwel geworden nieuwelingen die
naar buiten vluchten, en je eigen hand
tast al onzeker naar je leren
loodgieterstas - waar zijn je klemmen -

en het verband - Lucas wroet onvervaard
verder en legt aan de ontzette zaal
haarfijn ieder onsmakelijk detail
van zijn barbaarse handwerk uit, en de
patiënt duizelt in een delirium
van pijn, of is al dood - is dat de weg

naar dichterschap? Kan wie nu hier zit, ooit
als poet laureate opstaan van tafel
en de lof zingen van laburnum die
bezwijkt onder zijn last van gouden trossen?
of tiptoe on a little hill?

Je slikt
en ademt diep om je onpasselijkheid
te overwinnen, voor je opstaat om
te assisteren. Niets aan je verraadt
je afschuw. Je hebt mooie ogen, en
je haar is ook niet slecht, golvend, roodbruin.
Maar je weet zeker dat je te onthecht
bent voor je taak, te zwakkelijk, te klein.


Sleep & poetry

Na twee of drie uur slapen schrok hij wakker.
Hij wist meteen de plaats: het huis van Hunt,
de sofa in de kamer. IJskoud maanlicht
viel door het venster op de lambrisering,
en op de aalgladde schilderijen die

laatdunkend op hem neerkeken. Om hem heen
de witte gipsen busten van de doden,
Homerus, Ariosto, Tasso, Spenser,
de grote doden die hij nooit kon hopen
te evenaren. Maar opeens - zijn hart sloeg over,
de adem stokte in zijn keel - begonnen
kristalheldere beelden in hem op

te lichten, levensechte beelden: zwanen
zeilden als schepen door het riet; een vlinder
spreidde in het laveloze zonlicht
zijn gouden vleugelpaar over een roos.
En massa’s bloemen. Ongemerkt begon

de taal te zingen, rijmen gloeiden op
en doofden uit, en uit de chaos vormden
zich versregels. Totdat de ochtend kwam
en de eerste vogelstemmen klonken. Toen

de meiden binnenkwamen, om zes uur,
vonden ze hem bij het raam, zijn haar bezweet,
zijn zwarte dichterogen koortsig gloeiend.
Voor hem op tafel het weerbarstig vers
dat zich niet naar zijn handen wenst te voegen.


Jan Willem Pieneman, De slag bij Waterloo

1824, de hertog van Wellington bezichtigt het
schilderij van Pieneman


Voor Arthur Wellesley, de eerste hertog
van Wellington, is er geen aanleiding
voor misprijzen: een beetje heroïek,
is aan een telg van een zo onheroïsch
vorstenhuis wel besteed.

Hij heeft de oude heer wel eens de hand
geschud, de Willem V, de twijfelaar,
en plagend in de dikke buik gepord.
Het enige waar die voor deugde was
meisjes bezwangeren op Hampton Court.

En ook de vader zelf, de Willem I:
wel een soldaat misschien, maar niet bepaald
een vechtjas; eigenlijk een parvenu.
De jonge kwant was in ieder geval
geen twijfelaar. Al vraag je je wel af

of het niet wat al te doortastend was
een bataljon Hannoveranen zonder
herkenbaar plan het kruisvuur in te sturen,
om daarna met zijn dolle kop ook zelf
nog eens tegen een kogel op te lopen.

Maar soit. Eerlijke kruitdamp heeft wel meer,
en ook wel betere mannen het hoofd
op hol gebracht. In elk geval ontbreekt
het de knaap niet aan kin. Zijn lauwe volk
mag in de wolken zijn met deze prins.

 

Portretten 2

 


Heel precies

Suk-trio op vliegtuigtrap


Het Suk-trio bekijkt met exact
het door de Socialistische
Eenheidspartij vereiste mengsel
van milde verbazing en onlust

het kapitalistische dringen en drijven,
de ontucht van de markt die voor
hun ogen wordt bedreven. Deze ochtend
is ondanks zon en wind en het

geruststellende ronken van motoren,
vrij angstaanjagend. Morgen echter, morgen,
in de stille concertzaal, met het strijk-
licht op de instrumenten, zal

de hars hun van de snaren stuiven
wanneer ze Beethoven kastijden.

Een fenomenaal Tsjechisch pianotrio rond Josef Suk, de kleinzoon van de componist. Ze hebben bestaan tot 1990, dus hebben de Wende nog wel meegemaakt.


Jasnaja Poljana

Souvenir d’un lieu cher


Over een lage dijk, langs populieren,
lopen zij in de gele, gele zomer
tot aan het lage witte huis, het lage

witte huis in de weidse steppe: Rilke
en Lou Andreas-Salomé bezoeken
graaf Leo Tolstoj. In hun kelen kittelt,

al ver voordat zij aankomen, het hooi
van onbeschaamde jeugd en wellust, dat
hun wrede hart so unergründlich maakt

voor de bejaarde graaf – die op zijn beurt
hun ook al snel, met de signalen van
zijn echtelijke onmin, het geschreeuw,

het slaan met deuren, auf die Nerven gaat.


Een executie in de vroege ochtend

Mata Hari, Vincennes, 15-10-1917


Ze loopt met kloppend hart
over een oppervlak van sintels.
Onderweg strijkt haar rok
een of twee keer langs brandnetels. Dan staat ze

geblinddoekt in het niets. Ze hoort
door de bevelen van de officier
heen hoesten van soldaten, kraken van leer.


Dan een reeks ongelijk vallende schoten.

Een fiets valt om. Een hand-
vol bange duiven fladdert op.


Vase femme


“De vrouw is een vaas” zegt Picasso
tegen de duiven, en hij maakt
haar kleine zelfingenomen

mond, haar lachende ogen, de bolle
wangen. Hij maakt het kleine
met citrusschijven versierde
Baedeker-voorhoofd. “De vrouw

is een vaas”, zegt Picasso. Dat wel.

Hij drinkt, hij rookt een sigaret. En hij werkt.
Hij werkt van de ochtend tot in de middag,

van de middag tot laat in de avond.


Vingeroefening


“Ravel, not my
piece of cake,” denkt Strawinsky.
Maar toch... Uit zijn oorhoek
luistert hij. “Hm, ja, niet gek,

ja, wel te gebruiken.” Hij trekt
de piano erbij. Terwijl
de parkiet in zijn kooi
op de tralies bijt, haalt

hij het weefsel eerst uit,
dan zet
hij het heel precies
weer verkeerd in elkaar.


Ver meer fecit


Ze niest.
Hij kijkt haar heel lang,
en doordringend aan
met zijn koolzwarte ogen.
Dan schildert hij,

met één vloeiende streek
van een zacht penseel
een helderrood lint
op haar blauwe mouw.

Verbaasd eet zij
een vijg terwijl
hij glans aanbrengt
en zich vervolgens
weer zuchtend begraaft
in haar tere vlees.


 

maandag 12 oktober 2026

In en uit de onderwijscommissie


Ontstaat ambtenaarschap

Bij benoemingen langer dan 6 mnd. ontstaat ambtenaarschap


Half tien binnen, vier uur weer weg, de pauzes
rijen zich uitzichtloos aaneen, iedere prop

wordt zuchtend in de prullenbak gesmeten.
Externen tellen alle uren op.

Zelden, o zelden wordt iets niet vergeten.


Prelude

De Neudeflat.
Aan alle einders hangen
ijskoude buien. Aan
hun bureaus de ambtenaren

schouwen het ei
van hun verlangen.

Later

Later, ze zijn
verstrooid geraakt,
in een ander gebouw
ondergebracht,

het ei
van hun verlangen
rijden ze

langs flexplekken, diep in
dossiers verborgen,

maar niet
minder urgent geworden..


Gemeentedrukkerij

Je klimt omhoog
tussen pallets papier & meisjes
& abrikozen. De helft van
de etages heet tussenetage.

Boven, on top,
in het waterhoofd van de gemeente,

zetelt de chef. Met een listige lach
kijkt hij langs
een afgeschafte sigaar.

(1982)


Platte organisatie

Voor Wim v.d.G.

Allemaal, Wim, allemaal
zijn we socialisten. Allemaal
hebben we het beste voor met de wereld
en met elkaar.

Allemaal zijn we socialisten, armen
in elkaar gehaakt, zingend,
kauwend
op snorren als pruimen.

En onze voetstappen ploegen diep,
diep in de machteloze aarde.


Dag

Sapere aude

De dag is verpletterend.
Niemand kan het zonder haar stellen,
wanneer ze iets niet zelf doet
gaat het verkeerd.

Dus valt ze van overleg
in overleg, luistert aandachtig
naar dingen die ze maar nauwelijks
vat. Ze houdt haar adviezen

zorgvuldig globaal,
probeert ongeschonden
de klok van vijf uur te halen.

‘s Avonds, de kinderen gedaan,
ze bladert nog wat
in juridische vakbladen en
ze rookt een hasjiesj-sigaretje.

Ze gaat laat naar bed.


Drie wegen naar Hockney


1.
Met een blinddoek om
door het bos lopen
tot je iets aanraakt
met je handen.

Dan mag je kijken:
misschien is het een hert,
misschien een zieke koning

van David Hockney.

2.
De bloemen maken
zuigplekken op de ruiten.

De knappe jongemannen
lachen onbewogen, en ook
de andere aanwezigen
vertrekken geen letter.

Was getekend (op eikenhout)
David Hockney.

3.
Maar de beste weg is natuurlijk
als je eerst over de tafel loopt
en dan over een bureau.
Een leeslampje valt om,
je trapt op een
open agenda.

En daar, kijk, voor je
David Hockney, 16.45 u.

Het schilderij van Hockney hing eind jaren tachtig in het stadhuis van Utrecht in de werkkamer van wethouder Cees Pot



Zwanen niet


De dichter in de onderwijscommissie



Je koude ogen
keken me vriendelijk aan, Lidt,
en je lachte je glazen lach.

Maar ik dacht: O, laat me zwemmen,
tussen de zwanen van de Potgietersingel,
laat me roeien,

langzaam roeien met zwarte poten
in het grijsgroene water.

En ik drukte de knop in en sprak
in de bevende microfoon:

“Geen zwanen, nee, zwanen niet,
zwanen komen hier niet.”

James van Lidt de Jeude was in Utrecht wethouder van onderwijs. Een onsympathieke man
De Potgietersingel is in Zwolle.



Oneindigheden

Sapere aude

James van Lidt, de PowerPoint-
koning van Utrecht, de man
die de bloemkoolwijken heeft uitgevonden,
én het buskruit! Hij lacht

zijn kille lach terwijl hij zijn
gehoor van eerbiedige mbo-docenten
op zijn gemak uit de doeken doet hoe het zit:

fractalen en fractalen van
fractalen, die zich in
een eindeloos verschiet herhalen,
als spiegels van de ziel. Applaus!

Hij lacht zijn kille lach,
de wethouder van onderwijs, terwijl
hij, voor de zaal,
en rustig leunend op zijn lessenaar,
op het eind van de oneindigheden wacht.

zondag 11 oktober 2026

Terug naar de jaren tachtig

Reizigster

Terug naar de jaren tachtig

Het leven is een spel

Je loopt de bank binnen. Onmiddellijk
duikt een piepjonge man op in
een onberispelijk kostuum.

Caissières met blond permanent
glimlachen suikerzoet en steken achter
zijn rug een vinger op. Voor je het weet
heb je er een in je armen.

Haar borsten zwaar tegen je overhemd.
“Het leven is geen spel, meneer.” Je knikt
en doet je ogen dicht. Met klamme handen
dans je langzaam met haar tussen de palmen

Rabobank, 
Rijnlaan Vreeswijk

De wetenschap een gedistingeerde heer

Sapere aude

De professoren zitten op hun kamer
achter hoge stapels studieboeken.

In alle gangen spoken
stafmedewerkers rond
en grijnzen heel vreemd naar liften en deuren.

Op weg naar buiten zie je bij toeval
de wetenschap, een gedistingeerde heer
met gele tanden.

Zeg beleefd gedag.

De locatie is het Universiteitscentrum De Uithof. De wetenschap wordt bij deze gelegenheid gespeeld door prof. dr. A Sötemann.

Reizigster

Toen ze terugkwam, was ze niet veranderd.
In de aankomsthal van Schiphol, waar
alle mensen leken te schreeuwen, zag
ze er nog net zo uit als toen ze ging.

Natuurlijk ligt ergens in haar geheugen
verborgen het onomstotelijk bewijs
van het bestaan van de hotels van Tanger,
van Casablanca, met zijn eindeloze

blokken slordige nieuwbouw,
van de roze pleinen van Marrakesh.
Het hijgende praten van menigten mensen
is vast in haar herinnering gegrift,

de hete vlakten en het rode stof,
de voelbare nabijheid van woestijn -
maar verder is ze dezelfde gebleven
die ze altijd al was, en altijd zal zijn.

Ze komt vertellen over haar reis.


Blauwe vlinders

Als we een half uur vruchteloos gepraat
hebben over haar zwangerschapsverlof
(wij zijn veranderd in
handenwringende schooljongens, en zij

in een verlegen fee), is de tijd aan-
gebroken voor de thee. Ze wikkelt met
gevoelige vingers een koekje uit,
roert in haar kopje,
kijkt ons weifelend aan...

Dan lopen we de trap af. Zij voorop,
wij achter haar. We nemen haar parfum
waar als een wolk van vlinders. Blauwe vlinders.

Het is haar eerste zwangerschap, maar onderhandelen kan ze als de beste.


Lachebekje

Stralend in de ochtend van het leven,
lachebekje, lachebekje, en
een kindje in de wieg, waar niemand naar
gevraagd heeft, maar alleen is ook zo naar.

En dan de middelbare jaren. Seks
is welkom maar niet makkelijk te krijgen.
Wel wassen, koken, kind naar school gebracht
en ‘s avonds uren strijken bij t.v.

Is dat het leven? Wel kort door de bocht
he? Voor je kindje groot is, ben je oud.
En alle mooie kleren helpen niet
tegen het verlies van je perzikhuid.

Voor N.N. n.a.v. een telefoontje van haar voormalige minnaar

Careless love 1986

Als ze de kinderen naar de klas gebracht
hebben, blijven ze onrustig in de gang
staan wachten totdat ze als boze schapen
in hun eigen lokaal naar binnen mogen.

De ongeleerde, onbegrepen moeders.
De verongelijkte, ongeduldige moeders.
De moeders met de uitdagende ogen
die van de hoed en de rand willen horen.

Een onderwijzeres, zelf net gescheiden,
of bijna, geeft ze les. Het is een soort
van voorbereidingscursus op de mavo,
zeg maar een nulde jaar. Ze slaan niets over.

Het meeste snappen ze wel want ze hebben
tenslotte in de leerschool van het leven
geleerd. Alleen de Duitse en Franse woordjes
ervoor hebben ze nooit geweten en
voor de wiskunde zijn ze niet geboren.

Maar hoor, daar gaat de bel al, kinderen,
met rode wangen, en de jassen open,
stormen het leslokaal binnen en vliegen
hun in de armen met stralende ogen.

Kinderen, lieve kinderen, wat zullen
we nu eens aan de moeders laten horen?
aan die ongedurige, leergierige moeders?
zal het een liedje zijn van Doe Maar of

Love, oh love, oh careless love...

Loflied op de blueszangeres Bessie Smith.


Zuchtend

Oktober 1983

De radio giechelt zachtjes
Hilversum drie. Op de vensterbanken
stoffige planten.

Zo uitzichtloos. Zuchtend
schuift ze de stofzuiger terug in de kast.

Wanneer, o wanneer kom je haar bevrijden,
heldhaftige soldaat van het rode leger,
met een sigaret van minachting tussen je lippen.

In de blauwe keuken

Een politiek van kleine stapjes
brengt ons bevend
tegenover elkaar.

In de blauwe keuken.
Wie perst deze sinaasappels,
wie drinkt dit sap?

Bessenplukker

Wie heeft de bessen geplukt, wie
heeft ze gegeten?

Wie heeft ze gegeten
in de keuken, bij het aanrecht,
de glanzende rode bessen?

Haar mond is rood
van bessensap,
maar ze aarzelt nog,
wie zal ze kiezen
als ze volgende jaar, in de zomer,
een kindje ter wereld wil brengen.

Zul jij het zijn, bessenplukker, of
iemand anders,
een oplichter, een leugenaar,
iemand die goede sier
maakt met de leegte?

Zwaluwen

“Tja,” zeg je weifelend, en je kijkt in
de spiegel aan de liftwand. Het fineer
heeft zichtbaar pas een schoonmaakbeurt gehad.
“Tja, lastig hoe je je moet kleden bij

dit weer.” “Hm,” zegt ze, en ze strekt haar hand
uit naar de kraag van je colbert en tikt
een stofje weg dat daar is neergedwarreld.

“Heel lastig, ja.” Over je schouder kijkt
ze in het glas. Geen glimlach. Vijf april is niet
een tijdstip dat je al zwaluwen ziet.

2018 – een herinnering aan een vergadering bij het Centrum Vakopleidingen, ergens in de jaren tachtig.


Huid is huid

Een foto van vóór de oorlog


Huid is huid
bij gratie van oneffenheid.
Poriën naast poriën
vormen heuveltjes, vormen
putten. Een puistje bij
de onderlip. Het totaal:

een uitdrukking, korzelig,
kwezelig, zelfingenomen.

Eén brood van
de bakkerskar gestolen.

Bazuingeschal

De Kop van Zuid staat groot en boos
boven de Maas. Huiverend trek je aan
de revers van je jas. De oost
is ver en duister en gewaagd,

onzekere markt, in het westen loert
de zon boven de Waterweg.
Ondanks de kou oranje, goud en blauw
staan overal te koken.
Je kijkt even wantrouwig om je heen.
Is er nog tijd om een sigaret te roken?

Van alle kanten klinkt bazuingeschal.
Engelen dalen neer. Er buigt zich een
gloednieuwe kraan over een terminal.

Sinaasappelschil

Al ben je nog zo vast van plan
je niet meer te laten vertederen
door getailleerde lijfjes
en door zijden linten e.d.,

er hoeft er maar één te bukken
om een stukje sinaasappelschil op te rapen
dat vergeten is bij een plint

of zonder dat je het wilt, komt je hart
als een stoffige amandel uit de dop.

Formulierenboek 1986

Voor Open School

Formulieren gapen me in drievoud tegen
met monden waarin de tanden ontbreken.
Geen tijd voor masturbatie. Ik schuif aan
de tafel. Vul ze weliswaar niet in,
maar ieder formulier wordt ondertekend.

Open School staat voor een in 1988 ter ziele gegane vorm van volwasseneneducatie. I.t.t. de gewone dichte school. Het gedicht gaat uiteraard over schuld.


Klein koperkwartet

Zoetgevooisd zijn misschien de meisjes
die op een rij zitten, in de les,
maar zoetgebekt, o zoetgebekt,
de trompetten, blatend naar de ochtend
in Ravels kleine koperkwartet.

Tot enkele Haarlemse dames

die bij een zeker sollicitatiegesprek met voorname nieuwsgierigheid informeerden naar zijn gedichten.

Geachte dames, uw zeer dikke, doch
uitermate beschaafde, zelfs verfijnde
nieuwsgierigheid verleende mijn arme gedichten
een distinctie waarop ik niet

had durven hopen. Onder
de lage zon van vier uur,

eet ik uw gebak, dames,

eet ik uw gebak
met een flonkerend vorkje.
 

Oktober

Hölderlin, Hälfte des Lebens

Halfweg het leven.
Rijpe peren
en wilde rozen.

Zwanen roeien
behoedzaam over
de zwarte vijver,
dompelen zwijgzaam
het hoofd
in het heilige water.

Dan komt de winter.
Muren staan sprakeloos,
koud. In de wind

kletteren vanen.


Zwarte wijn



Tegen de wind in

Het is weer helemaal mis.
Insecten dansen
tegen de wind in. De mezen
vechten om aandacht. Er fladdert
een haastige vlinder voorbij,

op weg van niets
naar helemaal niets.



Ballet

Aan de droogmolen van de ochtendzon:
er hangt een zomerjurkje tegenover
een vest van mij. Verdienstelijke klonen
van wie we zijn? Misschien een beetje sloom?
Een beetje lusteloos? Wat is het warm!

Maar dan waait er een briesje door de tuin,
een windje uit het oosten, en er zwermt
een wolkje witte muggen uit een arm

en kringelt op, als rook, of nee, als stoom,
en vindt een toevlucht in de kersenboom.



Er zitten duiven in de hazelaar

Niet tien, niet vijftig, maar wel honderd takjes
hebben ze rondgestrooid tijdens het bouwen
van deze fokking nestje, maar van eitjes,

geen sprake van, alleen dat nu en dan
met veel gefladder, he, met veel gezwatel
tussen de bladeren verdwijnen en

dan weer tevoorschijn komen met een takje
of misschien wel twee takjes in hun snavel.



Heimelijkheid

Toch weer bedrogen, toch weer achter tak en blad
verborgen een slordig nest, waar later in april
jonge duiven uitvliegen, goed gevoed,
met fraai glanzende, bijna paarse veren.

Weer de hele zomer dat zelfingenomen stappen,
de hele godganse zomer dat pronken met
de triomf van hun lompe heimelijkheid.



Zomer

Zomer, de schaduw
van een kauwtje scheert over
de deur van de koelkast.



Hoe de kauwtjes heten

De kauwtjes voor het huis die op het gras
de stront oppikken van de honden als
de eigenaars dat even zijn vergeten -

de honden hebben allemaal hun naam
maar wie o wie weet hoe de kauwtjes heten.



Honden

Honden, net slim genoeg om te beseffen
dat ze wat minder slim zijn dan hun baas,
maar slimmer dan de kauwtjes in het gras
waar ze, nauwkeurig aangelijnd, naar keffen.

De kauwtjes, in het gras, tellen hun knopen
en laten hond en baasje rustig lopen.



Zaterdag

Je staart
de zaterdag onvervaard in de ogen.
Niemand wijst, niemand
vraagt, niemand wacht. Je laat

de ochtend als een vis
door je vingers glippen.
De middag rinkelt
ongebruikt voor­bij.

De avond, elke avond versla je als
een tot in detail ongelezen krant.



In de kersenboom

In de kersenboom, in de zon,
bekvechten pimpelmees en hommel: on-
gelijke strijd en niemand weet
waarom, of wie begon, alleen
maar wáár: de kersenboom, de zon.



Augustus

Een rood met gouden vlinder in de tuin 
fladdert radeloos rond. Wat moet ze doen?
Ze is maar net ontpopt, de poeder op
haar vleugels is nog nat, en ze wil paren.

Maar waarom? En met wie? Ze is maar klein,
weet ze, haar hartje is wel rein,
maar kijk, de wereld groot.

Te groot. Het zonlicht in
het struikgewas is een duister geheim.


Zij volbrengen hun taak

‘Vlinders zijn zenuwenlijders’, zei
de ijsverkoper, maar ik wist wel beter.

Zij drinken nectar, vlinders, en ze houden
van pastelkleuren en van de ijzige geuren van

de ijssalon. Ze willen
in de zon vliegen, maar waar is de zon?

Vlinders zijn zenuwenlijders? Ze laten
zich omhelzen door de wind, de regen.

Ze laten hun eieren rijpen. Ze zetten ze af.
Er vormen zich rupsen…



Recueillement

Zomeravond aan de Hazeweide
Overdag heeft de wereld geen geheimen,
de dingen zijn gewoon zoals ze zijn.

De muren zijn de muren, tegels tegels,
de boom de boom, de kersen opgegeten,

en wat er in haar ogen is te lezen
wordt tot de kleinste kleinigheid berekend.

Maar ‘s avonds, als het licht begint te slijten,
de muren trekken zich behoedzaam samen,

schoenzolen schuren op het tegelpad
en in de kersenboom ritselt het duister -

je bent niet geschikt om iets te begrijpen,
elk spoor van werkelijkheid sluit je buiten.


Op het raam

Nu is het herfst geworden en
de regen en de wind striemen het raam en
waar moet de vlinder heen die gister is ontpopt?
Blind botst ze op de ruit en op
de ruit en op de ruit.
Waar moet ze heen?
Wanneer?
Waarom?



Waar is de pastavork

Pasta met kappertjes.

Tien over zes.
De rode pastavork,
blozend verstopt hij zich
achter de lepels.

Kwart over zes.
Bijna half zeven.
Lieverd, o lieverd,

geen spoor van beweging.


There must be some way out of here

November

Kamer vol kwakende trombones, Bach
gespeeld op de gitaar, en Richard Strauss

struikelt over de dansvloer. Futloos sleept
de dag zich voort, totdat al vóór vier uur

het eerste akkoord van de avond gloort.
Morgen weer vroeg op pad! Het weerbericht,

net nog gezien, is een lust voor het oog:
de hele dag wisselen zon en wolken

elkaar af, maar waarschijnlijk dreigt het droog.



De tijd verstrijkt

De tijd verstrijkt, de merels in de tuin
tikken het ijzer van de avond
aan met hun kleine hamers en de buren

sluiten hun deuren. In de kamer maakt
de realiteit weer plaats voor de schijn.

Bloemen pronken in geglazuurde vazen,
het televisiescherm lekt leuterpraat.

We drinken zwarte wijn uit grote glazen.

zaterdag 10 oktober 2026

Bestiaire extra

 

Procyon lotor


Een wasbeer in de Duitse stad Erfurt werd op een Kerstmarkt slapend aangetroffen onder een prullenmand, waarna hij slingerend wegliep, kennelijk ‘in beschonken staat’ . Vermoedelijk had hij zich tegoed gedaan aan restjes glühwein uit weggegooide bekertjes - NRC december 2020.

Toen Salomé danste en Johannes sprak
totdat men hem ruw onderbrak
en zijn hoofd op een schaal 
deponeerde ,
waar was de wasbeer toen helemaal?

Waarschijnlijk lag hij laveloos
te slapen in een lege doos.
En niets was er dat hem deerde.

Ofwel:

Een wasbeer die zich heeft bezat
aan glühwein of ander geestrijk nat
blijft toch, zoals die dingen gaan, 
op de lijst van beschermde dieren staan.


Publiek 2021



Geen reden tot paniek?
Het afgestompt publiek,
aan gruwelen verslaafd,
kijkt op zijn Netflix-scherm
terwijl de wrede wolf
over het fietspad draaft.


Roodkapje 2022




Diep, heel diep in het bos ligt oma met
grote corona-oren in haar bed.
De boze wolf is terug, Roodkapje! Loop
niet met je seksualiteit te koop!


Stand van zaken augustus 2024


De wolven zijn de Heuvelrug ontgroeid.
Hun welpen spelen in het weiland, morgen
in onze straten, onze tuinen. Wie
durft dan nog iets te zeggen van hun stank
of van het boos gekef op onze bank!

Schapen



De schapen dringen in hun kooi
bang bij elkaar, ze voelen zich,
ondanks schaaplievend tijdsgewricht,
en ondanks overvloed aan hooi,
misschien wel schaap, maar meer nog prooi.

Panthera


In

De panter ademt uit een zoet
dat alle dieren smachten doet,
naar Jezus, door hem uitgebeeld,
die ons het eeuwig zoet uitdeelt.

Wildebeest



Wie weet, o wildebeest, waar hij naar dorst,
die zandkleurige leeuw daar aan uw borst!

Ofwel

Denkt u dat leeuwen als ze zich vervelen
het liefst met wildebeesten willen spelen?

Eenhoorn



De eenhoorn in een meisjesschoot
tuimelt in slaap en vindt de dood.
De les voor minnaars? Wees beducht
voor ieder spoor van sluimerzucht.


 

De nachtegaal




De nachtegaal traliert en tralt

tot hij dood van zijn tak afvalt. 

Zoals de nachtegaal ook ik:

tralierend tot mijn laatste snik.

Li rosignous chante tant

Que morz chiet de l’arbre jus

(Thibaut de Champagne)



De kraai

De kraai, door Noach losgelaten,

verdween. Verdronk hij in het water?

of bleef hij weg omdat hij feestte

op honderdduizend dode beesten.



De kraanvogel




Mijn vogel kraan, mijn stoere gast,
houdt heel de nacht een steentje vast
als andere kranen slapen.

Hij is de herder, houdt de wacht
over zijn kudde in de nacht,
zijn schuldeloze schapen.


Krokodil




De krokodil eet graag een mens,
maar daarna snottert hij intens
en blijft het zelfverwijt hem plagen
tot het einde van zijn levensdagen.


O liefste lief, had je maar tijd
voor een heel klein beetje zelfverwijt!

Hydra


De Hydra laat zich als ze dat wil
opeten door een krokodil
en scheurt hem als ze weer weg wil lopen
(zegt Bestiaire) van binnen open.


(Voor elke afgehakte kop
springen twee nieuwe koppen op
wat haar zowel verkeerd geraakt
als aartssymbool van roddel maakt.)


Ruisvoorn

In hun domein
van roerloos schemerlicht
zijn zij het wisselgeld
van onze lust.


Kikker



De kikker leeft en teelt
zich voort in angst en vrees
voor de fatale witheid van
zijn vlees.


Paling


Palingen in hun palingpoel
bewegen zeer op hun gevoel:
de lokroep van de oceaan

zegt hun wanneer ze moeten gaan.



vrijdag 9 oktober 2026

Het bestiaire

 

Orfeus’ hofstoet

Het Bestiaire van Guillaume Apollinaire met de houtsneden van Raoul Dufy,

Vertaald door Jos Houtsma


Orfeus

Apollinaire: Orphée


Bewonder, lezer, zijn magie,
de vorstelijke melodie:
dit is de toon waarop het licht vibreert,
zoals ons Hermes Trismegistus leert.

Schildpad

Apollinaire: La Tortue


Mijn vingers grijpen als bevlogen
in mijn Thracische lier, en zie
hoe door dit schildpadhuis, dit lied,
elk dier tot dansen wordt bewogen.

Paard

Apollinaire: Le Cheval



Ik zal je berijden met mijn strenge dromen,
je in het trekzeel spannen van mijn lot,
het leidsel waar ik je mee in zal tomen
is het volmaakte vers dat je me ontlokt.


Kasjmiergeit

Apollinaire: La Chèvre de Tibet


 

De vacht van deze geit, en zelfs de vacht
die Jason eertijds tot in Colchis bracht,
zijn van nul en generlei waarde bij
de gouden lokken waar mijn hart naar smacht.

Slang

Apollinaire: Le Serpent



Je hunkert, vriend, naar vrouwenschoon,
hoe menig edel vrouwspersoon
hielp je niet naar de ratsmodee!
Cleopatra, Eurydice,
en ik weet er nog wel een of twee.

Kat

Apollinaire: Le Chat


Ik wens me een huis, een vrouwtje dat
haar plaats kent, boeken en een kat.
En vrienden om mijn lot te delen
zodat ik me niet hoef vervelen.

(Vertaler heeft van deze zegen,
slechts huis en boeken meegekregen,
in vriendschap ziet hij weinig brood,
zijn vrouw is mondig, de kat is dood,
niettemin is hij tot op heden
met zijn bestaan niet ontevreden.)

Leeuw

Apollinaire: Le Lion



O leeuw, o toonbeeld van onwaardig lijden,
gevallen vorst, moet je in deze tijden
voor het vertier van de Germaanse horden,
in een Hamburgse Zoo geboren worden?


Haas

Apollinaire: Le Lièvre


Wees niet, als minnaar of als haas,
steeds bang, en toch steeds op de taas.
Veel beter: laat uw vruchtbaar brein
als een hazin steeds drachtig zijn.

Konijn

Apollinaire: Le Lapin




Ik weet een knijntje heel geheim,
ik wou dat het van mij mocht zijn.
om mee te spelen in de tijm
in het land van heerlijk samenzijn.

Connin, ‘konijn’, is ook een woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel.

Kameel

Apollinaire: Le Dromadaire



Don Pedro met zijn vier kamelen,
Don Pedro van Alfaroubeira,
trok door de wereld, tralalaleira,
en niets wat hem een cent kon schelen.

O, had ik ook maar vier kamelen!

De 15e-eeuwse infante van Portugal, don Pedro d’Alfaroubeira maakte een wereldreis met 12 metgezellen en vier kamelen

Muis

Apollinaire: Le Souris


O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt:
al achtentwintig en nog steeds
elke inspanning te veel gevraagd.

Of:

O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt,
al achtentwintig en geen schijt
tot stand gebracht, echt godgeklaagd!

Of beschaamd toegepast op de vertaler:

O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt:
al zoveel jaren met pensioen
en nog geen wereldreis gemaakt!

De olifant

Apollinaire: L’Eléphant


Ik ben een olifant, behoed-
zaam draag ik in mijn mond mijn goed.
Purper is niets! Ik koop mijn glorie voor de
pasmunt van zoetgevooisde woorden.

Orfeus 

Apollinaire: Orphée

Ziehier, het ongedierte geeft
acte de présence: al wat leeft
en wat krioelt: insecten, teken,
microben, wonderen waarbij
de wereldwonderen verbleken
en Pia Beck de moord kan steken.

Rups

Apollinaire: La Chénille


Door noeste vlijt, mijn dichtersbent,
verwerft men glorie ongekend.
Laat ons dus, om ons ooit te ontpoppen
als vlinders, nu als rupsen kroppen.


Muggen

Apollinaire: La Mouche



Ons muggendom kent melodieën
die ze in het hoge noorden leren
van neven, knutjes, de geheime
goden van de beijsde meren.

De vlo

Apollinaire: La Puce



Vlooien! Mijn vrienden! Mijn vriendinnen!
Wat wreed zijn zij die ons beminnen!
Voor hen vergieten we ons bloed.
Bemind te zijn is bitterzoet.

Sprinkhaan

Apollinaire: La Sauterelle


 

Dit is de sprinkhaan onvolprezen
die ‘t voedsel van Sint Jan mocht wezen.
Ach mocht mijn vers op eender wijze
het puikje van de mensheid spijzen.

Orfeus

Apollinaire: Orphée




Uw herte zij het aas, uw visvijver de hemel,
o zondaar! Want geen vis in ‘t visrijke gewemel
zo fraai van vinnen of van smaak zo uitgelezen
als deze zoete vis, mijn toeverlaat, mijn Jezus.

De dolfijn

Apóllinaire: Le Dauphin

Voor J.A.






Al ben ik soms ook blij van zin,
het leven valt niet mee.
‘k Ben een dolfijn, ik buitel in
een hachelijke zee.

Medusa

Apollinaire: La Méduse






Medusa’s, jammerlijke koppen,
die met uw violette lokken
u rond laat rollen op de storm
uw rollen inspireert enorm!


De inktvis

Apollinaire: Le Poulpe






Die zich verbergt in wolken inkt
en ‘t bloed van wie hij liefheeft drinkt,
wellustig tot de laatste snik:
dit walgelijk gedrocht ben ik.

De kreeft

Apollinaire: L’Écrevisse






De crisis heeft zich uitgebreid:
mijn liefdesloon de hele tijd
beweegt zich in een kreeftengang,
stapje voor stapje achteruit.


Karpers

Apollinaire: La Carpe






Onder uw pompebladen lijkt
u te ontsnappen aan de tijd.
Is u de dood misschien vergeten,
vissen van mijn neerslachtigheid!

Orfeus

Apollinaire: Orphée







De wijfjes van de halkyonen
en Amor zelf en de sirenen
zingen onmenselijke canzonen
en dodelijke cantilenen -

Veel fijner is het te aanhoren
de onsterfelijke engelkoren!

De sirenen

Apollinaire: Les Sirènes






Sirenen, wist ik maar waar gij naar smacht
als ge uw leed klaagt in de ontleegde nacht!
Ik ben een zee, door stemgedruis bevaren,
en de zingende schepen zijn mijn jaren.


De duif

Apollinaire: La Colombe






O geestelijke duif, die onbevlekt
ons onze lieve Jezus hebt verwekt:
Maria heet mijn lief, gelijk het uwe.
Moge het mij vergund zijn haar te huwen!

De pauw

Apollinaire: Le paon






Zie hoe de pauw zijn verenkleed,
dat doorgaans op de aarde sleept,
tot een rad slaat, en ongewild
zijn lelijk achterwerk onthult.

De uil

Apollinaire: Le Hibou







Mijn arme hart, gelijk een uil
die aan een schuurdeur is gepind,
is leeggebloed, vertrapt en vuil.
En ik aanbid wie mij bemint.


Ibis

Apollinaire: Ibis






Ik zal de onderaardse poort
doorgaan, de dood, het is beschikt.
O wreed Latijn, o vrees’lijk woord:
Ibis die in het Nijlslib pikt.

Het rund

Apollinaire: Le Boeuf






Het rund: een cherubijn. Hij zingt
van paradijs, van engelkoren
waar wij, als god ons goed gezind
is, vrienden, ook to
e zullen horen.

Portretten 1

Teólogos Wat koning Filips dacht over de Junta de teólogos die hij in 1564 instelde na een verzoek van de graaf van Egmont om de Plakkat...