Orfeus’ hofstoet
Vertaald door Jos Houtsma
Orfeus
Apollinaire: Orphée
Bewonder, lezer, zijn magie,
de vorstelijke melodie:
dit is de toon waarop het licht vibreert,
zoals ons Hermes Trismegistus leert.
Schildpad
Apollinaire: La Tortue
Mijn vingers grijpen als bevlogen
in mijn Thracische lier, en zie
hoe door dit schildpadhuis, dit lied,
elk dier tot dansen wordt bewogen.
Paard
Apollinaire: Le Cheval
Ik zal je berijden met mijn strenge dromen,
je in het trekzeel spannen van mijn lot,
het leidsel waar ik je mee in zal tomen
is het volmaakte vers dat je me ontlokt.
Kasjmiergeit
Apollinaire: La Chèvre de Tibet
De vacht van deze geit, en zelfs de vacht
die Jason eertijds tot in Colchis bracht,
zijn van nul en generlei waarde bij
de gouden lokken waar mijn hart naar smacht.
Slang
Apollinaire: Le Serpent
Je hunkert, vriend, naar vrouwenschoon,
hoe menig edel vrouwspersoon
hielp je niet naar de ratsmodee!
Cleopatra, Eurydice,
en ik weet er nog wel een of twee.
Kat
Apollinaire: Le Chat
Ik wens me een huis, een vrouwtje dat
haar plaats kent, boeken en een kat.
En vrienden om mijn lot te delen
zodat ik me niet hoef vervelen.
(Vertaler heeft van deze zegen,
slechts huis en boeken meegekregen,
in vriendschap ziet hij weinig brood,
zijn vrouw is mondig, de kat is dood,
niettemin is hij tot op heden
met zijn bestaan niet ontevreden.)
voor het vertier van de Germaanse horden,
in een Hamburgse Zoo geboren worden?
Haas
Apollinaire: Le Lièvre
Wees niet, als minnaar of als haas,
steeds bang, en toch steeds op de taas.
Veel beter: laat uw vruchtbaar brein
als een hazin steeds drachtig zijn.
Ik weet een knijntje heel geheim,
ik wou dat het van mij mocht zijn.
om mee te spelen in de tijm
in het land van heerlijk samenzijn.
Connin, ‘konijn’, is ook een woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel.
Kameel
Apollinaire: Le Dromadaire
Don Pedro met zijn vier kamelen,
Don Pedro van Alfaroubeira,
trok door de wereld, tralalaleira,
en niets wat hem een cent kon schelen.
O, had ik ook maar vier kamelen!
De 15e-eeuwse infante van Portugal, don Pedro d’Alfaroubeira maakte een wereldreis met 12 metgezellen en vier kamelen
Muis
Apollinaire: Le Souris
O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt:
al achtentwintig en nog steeds
elke inspanning te veel gevraagd.
Of:
O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt,
al achtentwintig en geen schijt
tot stand gebracht, echt godgeklaagd!
Of beschaamd toegepast op de vertaler:
O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt:
al zoveel jaren met pensioen
en nog geen wereldreis gemaakt!
De olifant
Apollinaire: L’Eléphant
Ik ben een olifant, behoed-
zaam draag ik in mijn mond mijn goed.
Purper is niets! Ik koop mijn glorie voor de
pasmunt van zoetgevooisde woorden.
Orfeus
Apollinaire: Orphée
Ziehier, het ongedierte geeft
acte de présence: al wat leeft
en wat krioelt: insecten, teken,
microben, wonderen waarbij
de wereldwonderen verbleken
en Pia Beck de moord kan steken.
Rups
Apollinaire: La Chénille
Door noeste vlijt, mijn dichtersbent,
verwerft men glorie ongekend.
Laat ons dus, om ons ooit te ontpoppen
als vlinders, nu als rupsen kroppen.
Muggen
Apollinaire: La Mouche
Ons muggendom kent melodieën
die ze in het hoge noorden leren
van neven, knutjes, de geheime
goden van de beijsde meren.
De vlo
Apollinaire: La Puce
Vlooien! Mijn vrienden! Mijn vriendinnen!
Wat wreed zijn zij die ons beminnen!
Voor hen vergieten we ons bloed.
Bemind te zijn is bitterzoet.
Sprinkhaan
Apollinaire: La Sauterelle
Dit is de sprinkhaan onvolprezen
die ‘t voedsel van Sint Jan mocht wezen.
Ach mocht mijn vers op eender wijze
het puikje van de mensheid spijzen.
Orfeus
Apollinaire: Orphée
Uw herte zij het aas, uw visvijver de hemel,
o zondaar! Want geen vis in ‘t visrijke gewemel
zo fraai van vinnen of van smaak zo uitgelezen
als deze zoete vis, mijn toeverlaat, mijn Jezus.
De dolfijn
Apóllinaire: Le DauphinVoor J.A.
Al ben ik soms ook blij van zin,
het leven valt niet mee.
‘k Ben een dolfijn, ik buitel in
een hachelijke zee.
Medusa
Apollinaire: La MéduseMedusa’s, jammerlijke koppen,
die met uw violette lokken
u rond laat rollen op de storm
uw rollen inspireert enorm!
De inktvis
Apollinaire: Le PoulpeDie zich verbergt in wolken inkt
en ‘t bloed van wie hij liefheeft drinkt,
wellustig tot de laatste snik:
dit walgelijk gedrocht ben ik.
De kreeft
Apollinaire: L’ÉcrevisseDe crisis heeft zich uitgebreid:
mijn liefdesloon de hele tijd
beweegt zich in een kreeftengang,
stapje voor stapje achteruit.
Karpers
Apollinaire: La CarpeOnder uw pompebladen lijkt
u te ontsnappen aan de tijd.
Is u de dood misschien vergeten,
vissen van mijn neerslachtigheid!
Orfeus
De wijfjes van de halkyonen
en Amor zelf en de sirenen
zingen onmenselijke canzonen
en dodelijke cantilenen -
Veel fijner is het te aanhoren
de onsterfelijke engelkoren!
De sirenen
Apollinaire: Les SirènesSirenen, wist ik maar waar gij naar smacht
als ge uw leed klaagt in de ontleegde nacht!
Ik ben een zee, door stemgedruis bevaren,
en de zingende schepen zijn mijn jaren.
De duif
Apollinaire: La ColombeO geestelijke duif, die onbevlekt
ons onze lieve Jezus hebt verwekt:
Maria heet mijn lief, gelijk het uwe.
Moge het mij vergund zijn haar te huwen!
De pauw
Zie hoe de pauw zijn verenkleed,
dat doorgaans op de aarde sleept,
tot een rad slaat, en ongewild
zijn lelijk achterwerk onthult.
De uil
Apollinaire: Le HibouMijn arme hart, gelijk een uil
die aan een schuurdeur is gepind,
is leeggebloed, vertrapt en vuil.
En ik aanbid wie mij bemint.
Ibis
Apollinaire: IbisIk zal de onderaardse poort
doorgaan, de dood, het is beschikt.
O wreed Latijn, o vrees’lijk woord:
Ibis die in het Nijlslib pikt.




