woensdag 21 oktober 2026

Verdrinken

 Zeppegno en Bini

Op het eiland Susak


1919, Zeppegno maakte
met Bini, een verkenningsvlucht naar Susak
waarbij ze neerstortten: een motorstoring.
En Bini die in de cabine werd
gevonden leefde nog maar bloedde over
zijn hele lijf. Zeppegno sprong. En viel

en vond op slag de dood, gespietst op het
smeedijzer van het hekwerk om een villa.
Het hekwerk om een buitenhuis in Susak.

In de aula staan carabinieri,
met koppelriemen over vette schinken.

En bloemenzeeën die ten hemel stinken.
Waarin ze, voor het avond wordt, verdrinken.


Vleermuizen

In Modena 1922.

Enzo Ferrari, met halfopen mond,
ogen wijdopen en het haar rechtop
aan het stuur van zijn Alfa Romeo.

Hele fabriekswijken staan op de stoep
voor hun cavalerist te juichen, hun
commendatore. Enzo aan het stuur,
de straten leeg en wit en onbeschaamd,

hij salueert, hij neemt de hulde in
ontvangst, charmant, zoals het hem geleerd is,
vriendelijk en bescheiden, want hij weet
van huis uit wel wat wel en niet verkeerd is.

Hij ligt op San Cataldo, al veertig jaar.
Vleermuizen vliegen je er ‘s avonds na.

Hommage aan Pia Beck

September in the Rain


Met Pia Beck aan de piano. Aan
de bar mannen die altijd al oud waren,
ogen berekenend, wel gladgeschoren

maar uit de huid kruipen al nieuwe haren.
Onstuitbaar. Mannen, hongerig naar seks,
want seks houdt mannen in beweging. Zij,

zijzelf, voor die paar honderd gulden fooi
en drankjes van de zaak, wil ze niet zingen
om maar te zwijgen over andere dingen.

‘September in the Rain.’ Haar vingers gaan
heel licht over de toetsen. Buiten staan
de nieuwe patiënten al op te dringen.


De beste seks

De beste seks is koude seks, dat is
in zoveel jaar ervaring wel gebleken,
denkt Pia Beck en niemand die

dat uit haar hoofd praat. En het beste haar
is zilverkleurig haar, een helm die in

het licht van spotjes bijna lijkt te leven.


Alles draait


The Windmills of Your Mind, een liedje van
Michel Legrand, best goed, en alles draait
en dat is waar je kroegpubliek mee paait.

Je hebt weer veel te veel gerookt en mee-
gerookt, je keel is dik, en je krijgt de
likeurtjes bijna niet meer doorgeslikt,

maar stil maar, Pieternella, klaag maar niet,
je vingers huppelen nog steeds zo licht
over de toetsen dat de melodie

in lucht lijkt op te gaan. En alles waait
voorbij, de leegte in. En alles draait.

Piaf

Haar naam is nog springlevend en haar stem,
de eeuwige klaagzang van de eeuwige vrouw,
is nog in alle formats verkrijgbaar,

de zangeres zelf evenwel is dood,
op Père Lachaise koestert ze zich in
de geur van patchoeli en doorweekte grond.

Wie luistert er nog naar Edith Piaf,
wie in de overbelichte ochtend, wie
in de hitte van de namiddag

waar kleine vogels rond de zandbak vliegen
en kwetteren en vechten om kruimels brood?

Wie in het godvergeten avondrood.

Romy Schneider

1. Sissi

Met haar ogen knipperend
(is het tegen de zon of zijn het tranen?)
staat ze op het balkon, staat ze te stralen naar
Behörden, die met jagershoedjes zwaaien.

Beneden, op de Donau, drijven boten,
met massa’s opgetogen onderdanen,
armen en benen hangen over boord en
er wapperen vlaggen met brede banen.

Alle teleurstelling achter de schermen
houden, alle teleurstelling verwerken zonder
iets van teleurstelling te laten raden,

denkt ze, anders verliest ze het respect,
anders verliest ze misschien zelfs de arm
van Karlheinz Böhm,
van haar aanbiddelijke gade.

2. Lijden

Hoe lang nog, Romy, hoe lang nog voordat
iedere illusie in het water is
gevallen? Voordat ook de Franse gangster
waar je theaterhart het meest naar uitging

open kaart met je speelt. Alain Delon,
met wie je lange hete uren deelde
in geur van menselijke wellust aan
de rand van een zwembad in St. Tropez.

De geur van menselijke wellust, Romy,
zozeer begeerd, zo slaafs verkregen,
zo bitter steeds berouwd.

Maar zeg maar, welke vrouw heeft niet geleden?

Chopin in Warschau

Hij zit hoog in het zadel. Op
zijn neus zetten zich vliegen neer.

Hij heeft eczeem en hij is meer
wel ziek dan niet. Hij oefent op

zijn contrapunt, zes uur per week,
en hij denkt ondertussen aan

niets anders dan zijn lelijkheid:
zijn bleke huid, zijn slechte haar,

zijn neus die als de neus van een
gestorvene naar voren steekt.

Hij rijdt weliswaar paard, maar bij
de meisjes is hij niet in tel.

Hij is veroordeeld tot de hand.
Zijn toekomst ligt waarschijnlijk wel

in een of ander buitenland.

Nieuwe kleren

“Een aria voor klavecimbel met
veranderingen, Johann S. kon er
zijn puzzeldrift op botvieren en in
één moeite door Händel een lesje leren,

mijn liefje, wat wil je nog meer! Nou ja,
‘muziek om slapeloosheid te verdrijven’:
zo is het stuk aan Keyserlingk verkocht,
maar is het dat waar we voor musiceren?

zegt Johann, maar je zou ook kunnen zeggen:
muziek is balsem voor de ziel, daar hoeft
zich geen kapelmeester voor te generen.

En de vergoeding was riant. Van wat
deze compositie heeft opgebracht,
draagt de hele familie nieuwe kleren.”

Aan het woord is uiteraard Anna Magdalena de vrouw van de componist. Bachs stuk schijnt te zijn geïnspireerd door een Chaconne van Händel. De beloning, zo wil het verhaal, was een gouden beker met honderd louis d’or.

1825


Zelfs Rutger Schimmelpenninck, altijd zo
bedaard, zo goedgemutst, zo welbespraakt,
was niet in staat om de herzieningsdrang
van Bonaparte te pareren. Dus
werd hij herzien, herzien en weer herzien:

ambassadeur en onderhandelaar,
raadspensionaris in Den Haag en na
een jaar met compliments geremplaceerd
door Lodewijk Napoleon, de broer.

Benoemd tot Chevalier de France, dat wel.
Halfblind, maar toch nog altijd zo bedaard,
zo welbespraakt, zo goedgemutst, zo glad,
dat hij in 1825 al
weer zitting in de Eerste Kamer had.

Portret

Met wangen, bijna remonstrants, een hals
die strammig oprijst uit een open kraag,
zijn kleine oogjes gluren wantrouwig
de wijde wereld in en nemen waar
wat er spartelt en speelt, wat hoog, wat laag.

De neus snuift alles op: racisme is
weer terug, fascisme is nog lang niet weg.
Leve de koning? Dat is dubieus
Leve de rechtsstaat! Zo blijft dit portret

veilig binnen de grenzen als gesteld
door kerkelijke en wereldlijke wet.
En geld. Alleen de neus lijkt soms
voorbij de lijst te steken: trompe l’oeil.

Als: als ik jou ken, ken jij dan ook mij?

Gender issue

Hij of zij? Januari 2025, we interviewen in Den Haag jongelui over de holocaust


Die lachjes, nog een beetje verlegen maar
ook al verhullend: waarom zouden ze
zich door die journalist voor schut laten zetten!

Ze weten heus wel wat ze voor de camera
wel en niet kunnen zeggen. Ga toch weg!

Of zo. En wat ze denken, daar heeft hij
niets mee te maken, denken ze. Of zij.

Kuisheid en orthodoxie


Een twee drie

Kuisheid en orthodoxie

Euthymius, een man uit Saloniki,
stichtte in 863 op
de Athosberg een klooster. Hij at gras.
En later vestigde hij zich op een zuil
en hekelde vandaar zijn kloosterbroeders.

En 200 jaar later kwam de keizer
van Constantinopel ter ore dat
de monniken de dochters van de herders
neukten die daar hun schaapjes hoedden
en zelfs de schaapjes zelf. Een twee drie.

Tot zover kuisheid en orthodoxie.

Hij at gras: ‘hij verdiende geld’?


Dienstbaarheid

Boutros Boutros Ghali, secretaris-generaal van de Verenigde Naties van 1992 tot 1997.

1.
Dienstbaarheid. Vierentwintig uur
per dag. En een naam
in de boeken. Lofwaardig.
Respect van het nageslacht.

Dienstbaarheid. Eén
roos in de vaas, de bloem
nog recht op de steel, het blad
al een tikje verwelkt.

2.
Alles is glossy. Als
in plastic gegoten.
De wanden, de deur,
het immense bureau: glossy,

een beetje onecht. Zelfs
het schitterend uitzicht
over East River.

3.
Geluidloos glijden
de limo’s naar
het rauwe trottoir.

Met bevende voeten
maakt hij zich los
uit een halve maan
van dossierdragers.

Dienstbaarheid en
een goede naam.

4.
Eén roos in de vaas. Eén roos.
Het blad is uit-
gedroogd en de bloem
al bijna verwelkt.

Boutros-Ghali (1922-2016) was een Egyptische kopt. Zijn ambtstermijn werd niet verlengd na een veto van de Amerikanen. Ze verweten hem onder andere de bureaucratie en verspilling bij de VN. Wat de werkelijke reden was, is voor zover ik weet niet bekend.


Wisseling van de wacht bij het Kremlin


1.
Niet gadegeslagen door
de gehaaste vrouwen met
hun boodschappentassen van kunstleer,

noch door de
hardvochtige schoolkinderen die
alles al weten:

ze staan tegenover elkaar
in het volmaakte midden van
een denkbeeldige cirkel.


2.
Met enig (maar heel weinig)
geschuur en gekletter,
presenteren ze elkaar

het fossiel van hun hart.


3
Zien ze elkaar? Nee. Ze zijn
zo introvert als
bergen en meren, ze


verbeelden in streng feldgrün
met gele tressen
volstrekte tijdloosheid.

In hun ogen is alles één.


4.
Marlborough-reclame
in Moskou is
reclame voor

de wisseling van
de wacht bij het Kremlin.


5.
In het volmaakte middelpunt
van een denkbeeldige cirkel
is alles één.


Moskou 1993

De conductrice van de trolleybus
koestert de tas op haar heup.

Haar hart
is zo traag
als een merel
op het Rode Plein.

O komsomolskaja

O komsomolskaja, leer mij
de waarheid kennen. In Stavropol,
Omsk of Novosibirsk,
De waarheid

van modder, van kou en regen,
van lompe vrouwen met hoofddoeken,
kinderen aan hun rokken,
die samendrommen om vrachtwagens.

Aardappels zullen we eten
en gele rapen en stukken
koud schapenvlees. Met vette vingers

‘s avonds de tv aanzetten
en kijken naar kosmonauten die,
schuin achter Lenin, met platte gezichten,
hun Soyoez bestijgen. Maar

zonder de waarheid, zonder
analyse en illustratie, de leer
van het dialectisch materialisme,

is niets, geen regen, geen voedsel,
geen vader, geen moeder,
geen reis naar de sterren compleet.

Desert Storm 1991


1.
Heel hard, he, maar op smalle voeten,
maar net in evenwicht. Het craquelé
is onberispelijk:

Bush lacht zo strak, zo pijnlijk als
een porseleinen pop.

2.
‘We blijven op onze
sterren en strepen staan, mannen.
En alle lijken die naar huis

terugkeren, zullen in hun bodybags
zweten van trots,
ze zullen zwellen van genoegdoening!’

3.
De macht van clichés.
Je kijkt
naar NPO 1.

Jongetjes van acht
tonen in
een warme handpalm
medaillons met foto’s
van mooie meisjes.

Tantes
gluren uit tent.
Ooms: wapen
op schoot, benen
over elkaar, uitgezakt
in hun rookstoel.

4.
En om tien uur
wemelt het op het televisiescherm
van ernstig kijkende Arabieren
- baarden en djellaba’s -
die Latijn spreken
met een Engels accent:

“Yes, their withdrawal is
a sine qua non
[sainie kwoh non].”

In hun hals
kriebelt het wolmerk.

Kleren

Looks, liabilities, wie gelooft
er nog in de mythen van de
Amerikanen? Zeventig jaar na dato

blijkt de bevrijding vooral
door zakelijke overwegingen
ingegeven: de vrije markt is gewoon

invulling van de leemte die ontstond
na het wegvallen van
de Wagneriaanse humbug.

En in één ruk door
Rusland achter het IJzeren Gordijn: oké,
een meesterzet, maar al lang uitgewerkt.

Vanuit ons pretpark – roze donderdag
volgt naadloos op roze woensdag, roze dinsdag
en de terrassen puilen uit –

volgen we trouw de schijnbewegingen
van de markt. We staren
naar wat er door de straten paradeert:

“Wie maakt ons wat! Wie maakt ons wat! Wie weet
welke kleren we morgen dragen, wie

weet wat de geheimen zijn van onze dagen.”


Catch 22

Witwasonderzoek

Of Yossarian
een Assyriër is,
dat staat te bezien.

Zeker is dat hij
onsterfelijk is,
dat is zeker.

Zijn handwasjes doet
hij op een binnenplaats
ergens in Eldorado.

American myth

Jim Morrison was
van de Amerikanen
de enige niet
die stierf in een badkuip.

In 1884 ging
Paul Morphy hem voor,
de schaakkampioen.

In een badkuip, door
twaalf paar damesschoenen
omsingeld. Alleen,

seks was
niet echt het probleem.

Of misschien ook wel, wie zal het zeggen.

Wanneer zingen de meisjes

Wasserette

Wanneer zingen de meisjes,
in deze
van waspoeder en water-
damp verzadigde kelder?

Meisjes bij wasmachines, meisjes
met strakke mondjes
en vette haren, die
hun portemonnee
in de buste bewaren.

Meisjes, zwaar opgemaakt,
met boze ogen,
met tragische ogen
die niets verraden,
met sterke armen die
de wasmanden dragen.

Wanneer zingen de meisjes,
in deze
van waspoeder en water-
damp verzadigde kelder?

Met strakke mondjes
en vette haren.
Wie zullen hen vragen?
Wat zullen ze vragen?



dinsdag 20 oktober 2026

Oude politiek

Oude politiek

Uit het kabinet Kok II

De grijsgeblokte goeroe die zich, in
een lang maar met aplomb gebracht betoog
dat eigenlijk over iets anders gaat
“haar fan” noemt, “haar zeer grote fan”, vindt niet

veel bijval, iedereen verdenkt hem van
sarcasme: deze middelbare vrouw
met platgespoten kapsel en gering-
schattende mond lijkt saai als een portret
dat al sinds jaren stof verzamelt in
een kast of in de la van een buffet.

Intussen evenwel verorbert met
verfijnd genoegen – een habitué! –
zij Sachertaart bij Pulchri Studio
en drukt een porseleinen kopje aan
haar lippen voor een heel klein teugje thee.

Om seks geeft ze al een eeuwigheid niet meer.
Toch weet ze zeker – meent althans te weten –
dat ze in háár tijd heel wat heeft uitgevreten.

Wel ordinair misschien als je er op terug-
kijkt, maar toch als herinnering, wanneer
je je er niet overmatig op fixeert,
ook niet verkeerd, denkt ze zelfingenomen.

Achter hermetisch afgesloten deuren
wringt zich het spookbeeld van een lichaam dat
wit is en langgerekt en geil en dat
kermt als een kat, kermt als een naakte kat.


Rick’s choice


Rick ziet de wereld vanuit een vuurtoren
en niet zonder tevredenheid. Allicht.
Onder de enthousiaste lampen van

zijn ogen lijkt alles duizend keer mooier
dan vanaf grauwe, natte, tamelijk
verslonsde duinen hier beneden.

‘s Zondags ter kerke moeten we het wel
zonder hem stellen, maar de banken geuren
naar boenwas en de deuren met

de leren tochtgordijnen zien er uit
alsof hij elk moment
– denkend dat hij zijn 'image' zo bevestigt –

gierend binnen kan komen rennen uit
het holst van de gemiste jaren zestig.

‘s Middags op het ministerie van onderwijs

December 1999, Loek Hermans botst met PvdA, D66 en oppositie over onderwijsgelden.

Leunt tegen plint, rammelt met sleutels in
zijn zak, vaag glimlachend, hij weet wel wat
zijn charme is. De grote lijnen van
ieder dossier beheerst hij door en door,

maar op de fijne kneepjes komt het aan,
op de inspiratie van het ogenblik,
en voordat je het weet sta je voor aap.
Om hem heen hangen voorgangers in ruste,

de portretten van morsdode ministers,
Cats, of hoe heette ook weer die oude knaap,
Deetman, Van Kemenade, Pais – van pais
en vree, lauw kans dat die hem nog iets maakt.

Maar soms – heel zelden! o zo zelden! – rijst
de monnikskop van Ritzen uit zijn slaap…

Kemenade

Minister van onderwijs in Van Agt II

Een koele vogel, Kemenade, kan
hij echt een pijp roken terwijl hij praat.

Of is het een playback: beweegt hij met
zijn mond terwijl de technicus

de afgesproken bandopname draait


Nou, ik kan u vertellen

Hommage aan Neelie Kroes


1.
“Nou, ik kan u vertellen”, zegt ze scherp,
“aan smeergeld doe ik niet en tranen hebben
op mij geen invloed, dus…” Ze kijkt
haar gesprekspartner, een vastgoedbaron
van twijfelachtige integriteit

zo onbeschaamd aan, dat hij niet meer weet
of hij haar bekken moet of niet. Hij grijpt
naar zijn portemonnee, maar zij heeft zich

al afgewend en rommelt in haar tas.
Ze komt tevoorschijn met een telefoon
die jakkert met een ijle oproeptoon.


2.
“Van mededinging weet ik alles af
na tien jaar eurocommissariaat,”
zegt ze poeslief, “waarmee ik maar wil zeggen,
ik ken de regels op mijn duimpje, ik ben
geen vreemdeling in dat Jerusalem.”

“Dit is geen kinderspel,” zegt ze, “dit is
iets voor de mannen in Armanipak.
Het beste is ze bij de nek te grijpen
en heen en weer te schudden tot de krak.”


3.
“Ik leef toevallig in het heden, niet
in het verleden, en al helemaal
niet in de toekomst,” zegt ze, en ze kijkt
alsof ze poep ruikt. Nou, wat wil je, ja?
Wie loopt zo’n topwijf nou niet achterna?

Kardinaalsmuts

Maart 2013

Ik zag op het hoofd van Felix Rottenberg
een roze kardinaalsmuts met een steeltje,
en zijn knikken en hoofdschudden
kreeg op slag iets prelatigs.

Dit maakte zijn bekommernis
om de gewone man, uit “lagere beroepen”,
niet minder echt natuurlijk, maar is zo’n
vertoon van meegevoel niet overdreven?

In het conclaaf telt hij nauwelijks mee,
geen kanshebber, te jong, te zeer roué.

Maar de Heilige Geest doet wat hij wil.
Ook Rottenberg kan worden uitverkoren.

Bekommernis als geestig tijdverdrijf!
Hij noemt zichzelf paus Felix IV (of V).

maandag 19 oktober 2026

Im Abendrot

Im Abendrot


Im Abendrot, zong Birgit Nilsson, en
Im Abendrot ook Schwarzkopf. Ja, natuurlijk,
en het was wit en weelderig; en onder
het decolleté lieten zich tepels raden
als kleine aardbeien; echt iets om bij
het wulpse kwinkeleren van de eerste
vroege vogels te consumeren. Maar

na de bevrediging, wanneer het gloeien
van wellust wegvloeit tussen de gezwollen
schaamlippen, als de desillusie van
het postcoïtum intreedt, wat bindt ons

dan nog aan Richard Strauss, alleen
toch de uitgestelde élégance van
vergeelde rozenbladeren, bouffantes,

een fin de siècle aangezien voor heden?


Stiff upper lip


“Liefde, uiteindelijk een kwestie van
stiff upper lip,” zeg je bescheiden. Als
de felle brand van het lichaam is geblust,

bekijken we ansichtkaarten uit
de belle époque en wijzen we elkaar
glimlachend de details: de fiere rug,

de chic waarmee ze zich over hun benen
buigen, jaren voordat ze nylons hebben!
En het volume van hun boezems! Lagen

plooien zich zonder moeite over lagen,
zonder maar in het minst te overdrijven.
Zouden al die volumineuze lijven

echt zijn gestorven zonder vrucht te dragen?


Het vrouwenlichaam


“Het vrouwenlichaam,” zei ik
met volle mond (tegenover me
koesterde ik, discreet achter de hand,
de wandelende lijken van de PvdA,
aan mijn voeten wiegelden waterlelies,
in het lauwe water), “het vrouwenlichaam is
een embleem van vergankelijkheid. Al
die verleidelijke vormen, al dat ronde,
dat zachte, het is alleen in het leven geroepen

t.b.v. de procreatie. Als het zich
heeft voortgeplant, verwelkt
het razendsnel. Dat is de
essentie van de sociaaldemocratie.
Willy Brandt, Willy zelf, wist zich niet aan
dit soort wetmatigheden te onttrekken:
met al het gelijk van de wereld aan zijn kant
is hij in het graf gezonken. Net zo Brecht:

een voortbestaan alleen in woorden
en grappen is onvruchtbaar – zélfs wanneer
de grappen zijn gestolen. En wat telt,
in the end, is alleen voortbestaan, is dus
alleen het wellustige steunen van het vlees.”


Opmarcheren


Haar hand leunt op de toog, het tasje staat
hoog en droog naast haar. In haar haviksoog
schuilt ongemerkt nog wel enige
compassie, maar dat is niet van dien
aard dat congresgangers het kunnen zien.

De ouderdom komt met gebreken, denkt
ze, daarvoor is begrip, juist daarvoor, in
de hedendaagse sociaaldemocratie!
Denk aan Europa! Brussel! Straatsburg! Denk
aan al dat bleke, afgetobde vlees,
waarin de emoties, door een lang proces
van inkapseling, veilig blijven op-
gekropt, terwijl het politiek instinct
zich uit in een onbekommerd geblaf!

Denk progressief! Vooruitgang blijft het woord!
Als Diederik het zegt, is er geen aan-
leiding voor twijfel. Toch? Haar hart is rood.
Geen krul van haar volmaakt geverfde haar
is niet gedrenkt in het gedachtegoed
van links. Haar vingers knippen, wijzen. Haar
tijd is nog niet voorbij. Ze staat als een
rots in de branding. Maar hoe kan het dan,
denkt ze, dat als ze aan vooruitgang denkt,
ze alleen maar denkt aan opmars naar de dood.


Verliefd op Hetje Da


Nog steeds een beetje rood, he, Hetje, blozend
van genoegen op ieder podium,
en nog steeds een beetje verliefd
op jezelf, met die kranige signalen
van je vingers, knippen, wijzen, jouw tijd
is nog lang niet voorbij, je staat als een
rots in de branding. Goed, je hals wordt er
niet gaver op, maar beslist ook
niet minder wendbaar. En je snavel briest
nog steeds vuur voor ieder gehoor.

Of het nu over Dibbets gaat of over
Fincent fan Gogh, gefundenes Fressen.
En steeds met die dikke f
van “fijn,” “fantastisch,” “falig,” want geen fee
gaat je te hoog in het belang
van het feministisch relativisme.
En steeds bonne gamine, Hetje, want
dat trucje ken je ook.

Nog steeds een beetje rood, je ideaal
nog altijd ferm in het vizier. De wereld is
misschien geen pretje, maar je lacht je er
wel door – misschien met holle ogen, en
de hand onder je kin is een
schokkend antediluviaans relict,
maar het hart is nog in topvorm, ongebroken,
en ook je voet, je kleine voet, compact
als altijd, tussen de deur van de macht.


Portret


Wat op school door iedereen
werd aangezien voor achterbaksheid, bleek
in het echte leven, tot zijn eigen verbazing,
en tegen elke verwachting, diplomatie.

Zijn heimelijke aard, die afzijdigheid,
die steelse glimlachjes, dat zwijgen,
alle eigenschappen die in het kind
afstootten en hem tot eenzaamheid
leken te veroordelen, waren
uiteindelijk het beginkapitaal van
een indrukwekkende carrière,

voorafschaduwingen van discretie,
omzichtigheid en terughoudendheid,
van staatsmanschap zelfs. Nu zijn haren grijzen
en plooien zijn gelaat doorgroeven, wordt hij
zo ongeveer onweerstaanbaar. Vrouwen,
met hun ongeëvenaard talent voor mis-
taxatie, lispelen van opwinding
als ze hem ontmoeten. Vakgenoten,
allemaal uiteraard ook niet van gisteren,
begroeten hem met steelse, maar respect-

volle glimlachjes. Hij, blakend
van onoprechtheid, houdt zich afzijdig,
streelt met een vinger voorzichtig langs
zijn gepoederde kin. Hult zich in
de eminentie van voorlopig zwijgen.

zaterdag 17 oktober 2026

Portretten 5

Zelfportret met pluimen

Admiraal van de wereldzeeën mag ik mij
noemen en vice-roy van alle landen
die ik ontdek. Zo ga ik scheep. Mijn handen
tasten onrustig langs de reling. Ach,

mijn koninkrijk! Niet zonder trots betreed
ik het kasteel en ik kijk uit
over mijn kudde zeilen. Ik tik op
het glas van het kompas. De meeuwen krijsen.
Onder mijn laarzen kraakt het verse eikenhout.

In Pálos slapen de vrouwen
onder de olmen,
de kinderen sterven of groeien op
en verliezen hun tanden. Ik vaar langs

de koperen band van de evenaar
en schreeuw mijn orders naar mijn ongelikte
scheepsvolk. Ik ben onwrikbaar. Ik

brandschat Bantam, en ik terroriseer
maandenlang de ongelukkige Molukken.


Met naakte billen

Toen Columbus in 1492 vertrok om India te ontdekken, had hij een brief bij zich voor de grote Khan, met een vrome verklaring voor zijn komst.


“Als we Jerusalem niet mogen winnen,
laat het dan Indië zijn, waar we ons

als zwijnen wentelen in rijkdom. Laat
ons, als het Heilig Graf ons moet ontgaan,

met harde hand, heer, tot uw mammon bidden.
Als god niet met ons is, willen we althans

met naakte billen in het zilver zitten.”


Vasco da Gama

1.

Vasco da Gama kwam in Calicut
en zette er zijn lading op de kade:
honing en olie, mutsen, Hollands laken,

maar de Calicutanen waren niet
onder de indruk, zeiden ze, want zie,
de armste scharrelaars uit Mekka kwamen

met mooiere cadeaus. De Portugezen
lachten bescheiden in hun baard. Ze strelen
het weerbarstige brons van hun kanons.

Geen reden om zich nader te verklaren,
dit is gewoon de eerste stap. Er varen

hierna meer schepen uit, veel meer. We zullen
hun rijkdom oogsten. En ons zaad niet sparen.

2.

Overal onderweg, weet je, dat zelfde
neerbuigende gedrag! ‘De handelswaar
voldoet niet aan de normen.’ ‘Is goedkoop.’
‘Is onaantrekkelijk.’ Ja. Goed. Misschien.

Maar deze expeditie laat iets zien
waar ongelovigen geen weet van hebben:
echte meedogenloosheid. Zeuren mag,
maar wie hun tegenwerkt, maken ze af.

3

De terugreis is een ramp. De meesten dood en
de rest zozeer onder de indruk van
dat grote sterven dat ze nauwelijks
nog praten. En hun kleren zijn versleten
door zon en zee. Maar ze zijn niet vervaard.

Ze dromen van een liefdeseiland waar
heidense nimfen hen ontvangen en
dat ze de weg erheen geopend hebben
voor Portugese schepen. En ja, ooit
zullen ze in Calicut terugkomen, maar
dan in fluweel gehuld en goudbrokaat,

en onverschillig langs de kramen lopen
om aan te wijzen wat ze willen kopen.


Anno 1445

1.


Waar goud als kool, als peen, groeit in het zand
en wordt geoogst door naakte negerinnen,

zingend en dansend in de dageraad,
daar zullen wij ook heen gaan, zullen wij,

onze zweep achter onze rug verborgen,
ons zaad niet sparend, bij de dageraad

op onze eigen wijs dansen en zingen.

2.

Zingend en dansend in de dageraad,
het vuige goud weegt zwaar in onze zakken,
de oogst waarvoor we woonplaatsen verbranden -

denken we dat we nog te leven hebben?
of denken we dat we nooit zullen sterven?
Als achter onze rug de trommels stampen

en voor ons vormen er zich flarden rook,
draaien we aan onze dikke gouden ringen,
en dansen we onze dagelijkse dood.

3.

De mensenhandel is in deze tijd
iets heel anders dan nu: wie taalt er nu

nog naar het zielenheil van wie er op
de zwarte markt komt, maar toen schonk een prins

aan ieder schip banieren: kijk, het kruis
van de Orde van Jezus wappert fier

boven de hoofden, kroes en sluik, die hier
samen zijn in gebed.
Maar geen kwartier!

Het stamhoofd dat hen komt begroeten doden
ze in een handomdraai, met droge ogen.

4.

Exacte catalogisering wat
er wordt gekocht en tegen welke prijs
is wél van eminent belang, omdat
er altijd ingekocht wordt voor de kroon,

en omdat een vast aandeel in de winst,
als boetedoening voor wat uit de hand

gelopen is, aan priesters wordt verspild.


Toelichting

1.

Door tucht en transcendentie kregen we
voet aan de grond in Afrika en door
het schrikbarende knarsen van ons ijzer.

Grimmige kleine engelen waren we,
zoals we over de bospaden krioelden,
met helm en borstkuras en de musket

over de schouder. Bij het lopen maakten
we dwarse grappen over onze heiland,

de goede heren heiligen en de
allerbeminnelijkste maagd Maria.

2.

We telden niet de blaren op de hielen
van onze hoeren, noch de lijken die
we oogstten, wetend: wat we moeten lijden

is te verwaarlozen bij vergelijking
met de ontzaggelijke winsten. Zingend
en grappen makend trokken we van dorp

naar dorp, overal dopend, dodend,
en onbarmhartig onze prijs afdwingend.

3.

“Haha, we zullen uit de schedel drinken
van onze vijanden, een ketting van

hun tanden zullen we ons rijgen, van
hun ellepijp maken we ons een fluit

om onze marsmuziek te blazen, dansen
zullen we bij het tromgeroffel van

trommels die zijn bespannen met hun huid!”


Anders


Zoals de schepen op de rede rijden,
reden wij op de raadselachtigheid
van deze zwarte vrouwen, zo verschillend
van onze eigen vrouwen, zo hetzelfde.

Alleen dat ze ons lachend in de vinger
beten wanneer we klaarkwamen, was niet
of nauwelijks begrijpelijk voor mannen
die van de schandelijkheid van hun daden
zo diep doordrongen zijn als wij toen waren:

het leek soms wel of ze oprecht verlangen
om onze Portugese vrucht te ontvangen.

Portretten 4


Enter the Dragon

Hongkong 1970

De smiecht

in zijn sampan. Hij kauwt
zijn kauwgom. Alle schepen
hebben gezichten.
Hij negeert ze.

Luie kinderen 1970

Luie kinderen
met bolle wangen
hangen over de reling.

Nieuwgierige ogen
volgen
alles wat beweegt.

Enter the Dragon

Bruce Lee danst, huppelt, Bruce
Lee borrelt, bruist, Bruce Lee
trippelt door de tuin. Bruce Lee

knikt naar de meisjes,
welopgevoed beweegt de draak
zich achter het hek-
werk, ritselt, schraapt. Bruce Lee

schudt de waterval van
zijn blauwzwarte haar.

Enter the Dragon, de laatste film vóór de dood van Bruce Lee in 1973.


Vier Maigrets


Vier Maigrets
voor het Centre Pompidou
en de opgewekte ochtend
strooit duiven
over het plein.

Vier Maigrets en
alle vier wijzen
ze vastbesloten vooruit:

daar ligt de sleutel,
daar is de deur,

daar
de binnenplaats met
de blauwe regen.


Vier Maigrets


Vier Maigrets, vier,
met zijn vieren aan
een tafel op het terras
tegenover het Centre Pompidou.

Ze drinken een bier,
ze tekenen met
een natte vinger
een pad op de tafel,

een feilloze weg
naar de plot van je hart.


Hun naam


December 1833, op
ongeveer tien mijl van de monding van
de Rio de la Plata, werd de hemel
verduisterd door enorme wolken vlinders.

“Het sneeuwt hier vlinders,” schreeuwde de bemanning
en ze sprongen als gekken rond en graaiden
handenvol vlindervleugels uit de lucht.

“Het was die hele dag mooi weer geweest,”
schreef Darwin in zijn dagboek, “zonnig, wind
uit wisselende richtingen, dus was

het niet aannemelijk dat de insecten
weggewaaid waren van het vasteland,
Ze kwamen hier uit vrije wil.” Hun naam

was legio. Maar bij zonsondergang
stak er een bries op uit het noorden en
zo vonden ze de dood, vond de dood hen.

"Legio" is een toespeling op het Bijbelverhaal over de Gadareense zwijnen. Ik las Darwins observatie en zag plotseling hoe je met een kleine verandering iets zichtbaar kon maken dat verborgen zat onder zijn feitelijkheid.


Prestidigitateur

Eric Satie, Parade


Hij maait het gras
weg voor de voeten van
de lichtgelovige massa.

Glimlachend loodst hij
de waarheid

als een koe op stal,
als
een donker schip
door de nacht.

Jachthoorns

Guillaume Apollinaire, Cors de chasse


Voornaam maar wreed is ons verhaal
als het masker van een tiran.
Geen grootse daden, geen kabaal,
en niets van wat ons overkwam
maakt wat er is gebeurd banaal.

En Thomas de Quincey drinkt van
zijn zoete opium en vindt
als in een droom zijn weg naar An.

Voorbij, voorbij. Maar zeer bemind,
ik keer er terug zo vaak ik kan.

Herinneringen: jachthoorns van
heel ver, verwaaiend in de wind.

Thomas de Quincey, auteur van de Confessions of an English Opium Eater, Ann was de prostitué die zich over hem ontfermde toen het water hem aan de lippen stond.

vrijdag 16 oktober 2026

Portretten 3

Patrologie


Voltaire staat
tussen zijn boekenplanken
en lacht zijn kakelend lachje.

Zelfingenomen,
deze Arouet. Hij heeft
alle kerkvaders gelezen,

beweert hij, maar
is alles weer vergeten.

De wereld is,
denkt hij tevreden,
in wezen doodeenvoudig.


L’homme machine

Julien Offray de Lamettrie


Lachend zet je de menselijke machine
in beweging. Deze hendel, deze knop
bedienen het heelal. De sterren vallen

elkaar in de armen. De leegte schrompelt
ineen, verdroogd als een galappel
op een dood eikenblad.

Je blijft bescheiden. Je bent de
menselijke machine, zeg je.
Je eet uit je rechterhand, je linker krabt
aan je geslacht. Je praat, je lacht, je bent

de lachende machine, Lamettrie.
De marktmeester van de filosofie.
De hoveling, de vleier, de komiek.


Alles betrekkelijk

Weimar 1823


Hofraad Rehbein voelt
Goethes pols en vindt hem “monter,
ja zelfs lichtvaardig”. Het hart

van de dichter, zijn logge
runderhart, bonkt verzoenend.
De omstanders knikken,

knipogen en
raadplegen zakhorloges.

In de ruime, de lichte,
de typisch 18e-eeuwse kamer,
heeft de een het 18.24 u.,
de ander houdt het op 18.30 u.

Goethe leefde nog tot 1832


Ancien regime

In het kasteel van de duc de Luynes, in Dampierre, zijn de vrouw des huizes en twee vriendinnen, ergens rond 1895, ten tijde van de affaire Dreyfus, ten prooi aan angst voor de revolutie.

Redouter sans cesse une révolution,
Stendhal, Le rouge et le noir, ii,18


De duchesses De Luynes & De Brissac
en de comtesse De Vogüé
alle drie in verwachting, staan

in de salon als een
school licht verbaasde, licht
verbaasde vissen bij elkaar.

Vlaggen, trommels, de vertoornde ogen
van furies op de barricades!
Half verstikte kreetjes

rijzen als bellen uit
hun mond. Moet dit ons

nu treffen? Ze deinzen
terug achter sofa. Mompelen 'vive la France'.

De overgordijnen roeren
zich statig. Statig roert zich

in
hun schoten hun vrucht.

Verdrinken

  Zeppegno en Bini Op het eiland Susak 1919, Zeppegno maakte met Bini, een verkenningsvlucht naar Susak waarbij ze neerstortten: een motorst...