zondag 25 oktober 2026

Break on through


Lay that pistol down


Lay that pistol down, baby,
Gene Vincent is dood,

zijn onweerstaanbaar gebabbel
zijn be-bop-a-lu-la

alleen nog op platen, op film
te beluisteren, en

de ademloos gillende meisjes
op de eerste rij zijn
al zo lang, zo lang bevredigd.

Gene Vincent is dood, de band
is ontbonden, baby. Het pak

met de zwarte glitters
verzamelt al jaren stof

in een of andere kast. So baby,
be good, baby lay, baby

lay that pistol down.

Love at first sight

Jim Morrison

En jij, babyface, jij krullenjongen,
jij met een microfoon in elke hand,

was het tussen ons love at first sight,
zoals jij zong, of waren

wij eerder gezworen
tegenstanders, antipoden, jij die

stierf in een Parijse badkuip en ik
die de volheid van het leven wilde proeven?

Toch houd ik van je pathos, van
de brallerigheid van je reptilofiele verzen.

En van je kwetsbaarheid. Allicht
dat wij elkaar ten lange leste,

in een technicolor hemel, onder
jagende wolken, tussen bliksemflitsen,

toch even in de armen kunnen sluiten,
toch even op de monden kunnen kussen.

Break on through to the other side


There is no other side, Jim, as you may
have noticed now, er is,

hier op Père Lachaise, alleen muffe grond
en vergetelheid, waarboven de levenden

één keer per jaar een feestje bouwen,
en je hart
is inmiddels een stofnest geworden.

No breaking through, dus, no breaking through.
En zelfs dat er hiervóórmaals

geen onzichtbare muur is waarachter
alles koek, alles ei,

zonder onbevredigende seks, zonder geruzie
dat je de tranen uit de ogen perst, zelfs dát

weten wij, bewoners van de markt
zonder grenzen, de global economy, al lang.

Geen verwachting meer dus, zelfs geen hoop.
Idealen om je voor in te zetten:

vergeet het maar. Geen vuur, alleen maar rook.
Het enige geloof is ongeloof.

This Is the End

Hij dacht niet dat het hem zou overkomen,
in een badkuip in Parijs
tussen de grauwe muren
van een goedkoop hotel,

Jim Morrison, dronken van overmoed -
maar hij kon piepen wat hij wou
het overkwam hem toch, en geen berouw
nu, geen berouw, gedane zaken
nemen geen keer en er is geen tijd,

geen tijd voor second thoughts,
voor vloeken, voor gekreun, voor hete spijt,
voor een razende climax van gitaren.
Alleen het badwater dat langzaamaan
lauw aan het worden is, en koud.

'Waar ben ik? Wat doe ik? Waarom?' – Anna Karenina werpt zich voor de trein.

Groeten

Afscheid van Jim Morrison

En doe de groeten aan de admiraal, Jim, en
aan de paus, en dat ze nog maar

vele jaren ongestoord van het
gezang der engelen mogen genieten.

Net zoals jij. En niet meezingen he,
in de hemel doen we niet aan falsetto,

en wat je in zang te zeggen had,
heb je al dubbel en dwars gezegd,

zelfs tot vervelens toe, en de engelen
houden niet van herhaling (als het niet

“halleluja” is, en “ere zij god in de hoge”),
en wat dat betreft verschillen zij

niet van de admiraal, Jim, en ook
de heilige vader, die weet wel, zelfs

zonder dat hij je oeuvre heeft aanhoord,
wat voor vlees in jouw badkuip is gesmoord.

De Morrison-gedichten naar aanleiding van een wandeling over het kerkhof van Père Lachaise (eigenlijk op zoek naar het graf van Guillaume Apollinaire). Jim Morrison was echt de zoon van een commandant van de Amerikaanse zeestrijdkrachten.

zaterdag 24 oktober 2026

Emfyseem

Brahms

I.M Leonard Bernstein

Uw zeer ironische ooglid, maestro,
en uw met bewonderenswaardige
terughoudendheid voorgedragen emfyseem,
maken u vrijwel onaantastbaar.
West Side Story: vergeven en vergeten;
ieder spoor van herinnering aan uw

hoerigheid uitgewist. We blijven mensen
nietwaar, maestro, en we weten dat
mensen nu eenmaal ad infinitum
wat eens gebeurd is, naspelen. De Joden
in Israël studeren ‘s avonds op
de Hoekse en Kabeljauwse twisten van
Richteren en Koningen. De Arabieren
houden het op 1001 nacht.

Wat heeft de voorkeur? Zelf was ik verloren
toen ik de zwierige gebaartjes zag
waarmee u, als een blikje nogal dure
shagtabak, de wondere wereld van
Brahms open maakte. Sindsdien werkte ik

iedere dag aan uw astmatisch kuchje,
oefende ik me in uw oogopslag.

Vaart

Bernstein dirigeert Mendelssohn, symfonie 3,4 & 5

Wat betreft de verbazende vaart, maestro,
waarmee u Mendelssohn deed, waarmee u
zonder één hapering uw troepen
door de partituur loodste:
lofwaardig!

Maar heb ik het mis als ik er ook
iets koortsachtigs in bespeur,
iets van astmatische haast,
van de radeloze greep naar
de inhalator?

“Ze speelden de sterren van de hemel,”
en “een tovenaar”, zuchten de dames
in het publiek. En Mendelssohn op zijn
procrustesbed steunde wellustig.

Maar wat vindt u er zelf van? Schenkt
die tomeloze vaart u echt genoegen
of is het eigenlijk, als u het terughoort,
toch eigenlijk, zeg, de echo van een al

te vaak beleefde, al te bekende angstdroom?

Hypostase van Yehudi Menuhin

Zoals een schaatser naar de juiste baan,
zo zoekt de kunstenaar voordat hij op moet naar
zijn kam. De jaren hebben op zijn haar

geen vat gehad: staal tegen tijd, een on-
gelijke strijd. En als hij Elgar uit
de snaren strijkt, en de elektriciteit

zwak aan zijn hoofdhuid knabbelt, weet hij heel
precies waaraan hij is begonnen: dat
er geen muziek is waar muziek op lijkt.

Portret van Bernstein met wolfshond

Poseren met een wolfshond, ja dat kan
wel als je Leonard Bernstein heet,
een echte wolvennaam tenslotte en
hij is ook niet bang uitgevallen. Maar

dit beest is niet aan camera’s gewend,
maestro! En het is een roofdier! Of
hij wel van mensen houdt, dat is maar zeer
de vraag, en is geknuffeld worden door
een musicus iets wat hij ambieert?

Om maar te zwijgen over wat hij ruikt
als u bijvoorbeeld aftershave gebruikt.

Mondscheinsonate

In het Mozarteum in Salzburg

Rudolf Buchbinder, trouwe knecht
op de bühne in Salzburg, hij speelt
vandaag sonate voor de rechterpink,
en iedereen die toekijkt ademloos,
maar wat gebeuren moet gebeurt:

als zijn handen bezadigde krabben zijn
die min of meer tevreden
over het klavier scharrelen,
de rechterpink, dat
meest essentiële instrumentje, is

niet echt gezeglijk: klauwt wel eens, niet
altijd, maar ook niet altijd niet,
helemaal of niet helemaal,
of half of bijna half,
of maar een beetje,
mis.

Een waarlijk francofiele melodie

Marc Erkens speelt het pianoconcert in es van John Ireland

In zijn pafferige, bijna Vlaamse trekken
is de musicus nauwelijks te herkennen,

maar het orkest achter hem geeft geen krimp
zolang zijn vingers hun werk verzetten.

De klanken uit zijn slanke piano
schieten als kleine vissen door elkaar
en de waldhoorn antwoordt gehoorzaam.

De dirigent, met het gezicht van een
negentiende-eeuwse schoolfrik, speelt
het spel zonder een spoor van spotzucht mee.

En als bij toeval vormt zich die
schier ongelofelijke, smachtende,
die waarlijk francofiele melodie.

Hartje. Mierzoet. In bladerdeeg gelegd.

Rossini’s Stabat Mater, Afbuigen in Salzburg

“Heel mooi gedaan,” fluistert hij tegen de
gezette alt. Ze heeft gezongen als
een nachtegaal in het hart van een storm
en het vrouwelijk deel van het publiek

zeker en vast een natte broek bezorgd.
Maar dat kan haar niet schelen. Zachtjes knijpt
ze in de hand van de tenor. De gel
druipt uit zijn haar, de baard schijnt door zijn huid.

Ze glimlacht raadselachtig voor zich uit.
Ze denkt: hij heeft het al zo vaak gezegd.

Hartje. Mierzoet. In bladerdeeg gelegd.



In het Alcázar

Gavier Perianes speelt Albéniz en Scarlatti


Het dansen van zijn wenkbrauwen
wanneer hij Albéniz speelt en Scarlatti, op
een Steinway-vleugel in het Alcázar,
en het gelispel van zijn lippen.

En steeds weer, als er tussen de sonates
even een stilte valt, het ritselen
van vogels in de patio en het
geschuifel van werkvrouwen op de gang
waar vlinders elkaar vinden, en ver weg
het rammelen van zinken emmers, en
overal vlekjes zon op de plavuizen.

En steeds weer het gelispel van die lippen
als hij over de toetsen buigt, steeds weer.
Het dansen van die wenkbrauwen, steeds weer.

Présence

Strawinsky, de koelbloedige trappist,
de spetsnaz van de actualiteit,
Strawinsky hangt met bolle ogen
en een schriel snorretje en opgeblazen
totdat de pixels zichtbaar zijn, vlak boven
de strijkstok van Elise Besemer.

Zijn mannenparfum is bijna te ruiken.
Ze koestert zich als een kat in zijn gloed.

Iedere streek precies genoeg bewogen,
en ieder pizzicato precies goed.

Ze won de tweede prijs op het Nederlands Vioolconcours 2016


Stille nacht

Later zingt Aafje Heynis Stille Nacht,
met Simon Jansen op het orgel en
een kerk vol aandachtige mensen.

Ze zijn net echt, hun jassen ruiken
onmiskenbaar naar regen en hun wangen

zijn strak als perkament, de neuzen spits
van inlevingsvermogen. Alles kits
achter de rits? Zet de muziek maar zacht.

Muziek (tweede keus)

 


Expansionisme

Pianorecital cbs 76612 k

Hij heeft
een harde hand, Lazar Berman,
maar zo temt hij ze wel. Rachmaninoff
schikt zich bijna tevreden
onder zijn juk natuurlijk,

en Skrjabin, va sans dire,
maar ook Chopin laat het
zich graag aanleunen; Liszt
krijgt een Tsjaikovskiaanse brille

en Señor de Falla danst
met onvervalst Grootrussisch vuur.

Koud

Regels bij het Benedictus uit de Hongaarse Kroningsmis van Liszt

De violist staat op zijn tenen en
de organist zwoegt
verhit aan zijn klavieren.

Het materiaal geeft onverschillig de
gewenste klanken af. Steeds weer
dezelfde combinaties
of net iets anders.

Vandaag is het de Hongaarse Kroningsmis,
het Benedictus, morgen misschien
een Toccata van Bach of een Sarabande.

Ontroerend?
Alleen mensen ervaren het zo.

Wat wij aanvoelen als
een verrukkelijke, subtiele spot
in een stuk van Mozart
ziet er in een computersimulatie
misschien maar uit als blokjes uit de lijn.

Het koper, het ivoor, ‘t kostbare hout,
de rillende lucht zelf,
laat het volkomen koud.


Nieuwe instrumenten

Mahler 5. Ook de leden van het orkest zijn na een uitvoering wel een beetje van de wijs

Als na de laatste noot, na het applaus
en na het afbuigen, wanneer ze hun
bezwete voorhoofd hebben afgedroogd,
men alle instrumenten - al het hout,

de hoorns, trombones, tuba’s en trompetten,
het slagwerk en de cello’s, de violen -
ophaalt en onder zeildoek afvoert om
ze ergens op een binnenplaats te pletten,

moet het orkest wel even iets verzetten.
Maar dat is tijdelijk van aard. Zodra
de volgende dag, in de ochtendzon,
de nieuwe instrumenten binnenkomen –

violen druipend van de olie en
het koper vlekkeloos en ongebutst,
de vellen van de trommels goedgemutst –
opent zich in het opgeluchte licht

al snel een brede lach op elk gezicht.


Vioolconcert

Sjostakovitsj, hij haalt de hark nog één
keer door de bladeren en als er dan
nog steeds geen egel bovenkomt draait hij
zich om en hij loopt weg met stijve benen.
De hark blijft staan tegen het hek.

En ’s avonds, als de wegen zijn versperd,
en in zijn ziel de apparatsjik kermt,
wijdt hij zijn kracht aan het vioolconcert.

Eerst de nocturne, lange, lange streken
om rozen in een stalen hart te steken,
en als dat is mislukt, een scherzo dat
de spot drijft met de zwakte van het hart.

Dan, ja de passacaglia, eindeloos:
hij schuifelt onbeholpen door een tuin
waar clowns meedogenloze tuinders zijn.

Geen egels, nee geen egels hier. Maar kijk,
het werk is af, de strijkstok gaat omhoog.
Achter de bomen gloort het ochtendrood.



Verregend landschap



Passacaglia in D Mineur

Een kleine, witgekalkte Deense kerk
in een verregend landschap. Nat. Druipnat.
In alle ramen hangen tranen te drogen.

In het gewelf krioelen orgeltonen.
De dominee knielt in stille aanbidding
voor een naakt kruisbeeld. Passacaglia.

Passacaglia in D van Buxtehude.

Mahler

Een pepermuntje en een pakje
papieren zakdoekjes, een avond
verspild aan stoffige stoelen, gehoest,
dorre wangen en nutteloze tranen.

Het bit van de toekomst

Karelië-suite 1893

1.
Het knappe van Sibelius:
hij maakte al filmmuziek voordat
de film was uitgevonden

Wie beet er ooit
zo graag, en zo precies,
op het bit van de toekomst!

2.
Hollywood is
nog niet wakker, Cinnecittà
ligt nog te slapen,
maar hoor
hoe in Karelië,

met hoornsignalen
en knarsende tanden,
de eerste maten van
die bombastische
nieuwe
tijd ontwaken.

Die Englein, die backen das Brot.

Bij het luisteren naar het slotdeel van Mahler vier. Uiteraard gezongen door Bianca Castafiore.

Das himmlische Leben.
Luchtbellen borrelen
op. Onder water

wandelen Kuifjes,
een beetje gezapig
misschien,
maar niet zonder humor

door hemelse lanen.

Behoedzaam

Bewegingen in het orkest, waargenomen

Ze beweegt zich
behoedzaam
tussen de kale blazers,
op weg

naar de struise
koperen lokken,
de lonkende ogen
van haar minnares
bij de violen.

Mysteriën 2013

De dichter troost Louis Andriessen, na zijn schoffering door de dirigent Mariss Jansons

Geruzie in nauwelijks
bedekte termen tussen
de man in de zaal
en de dirigent.

“Wat bedoelt u nou?
Wat wilt u hiermee zeggen?”

Het is niet erg, Louis, bedenk,
het is maar een dirigent.
En zijn tanden
zijn van karton.

Bruckner 7

15 juni 2019

In lijkbleek licht
en bijna zonder te bewegen,

het is wel duidelijk
dat Bernard Haitink hier
over zijn graf
heen staat te dirigeren.

Adembenemend.
Zelfs de zelfingenomen
blazers laten zich
een beetje intimideren.

No chamber music

Voor Luciano Berio

Geen vrouwen, Luciano,
geen stemmen
van opgewekt pratende vrouwen,
geen gerinkel van kopjes en schotels, geen
gesuis van verwarmingsbuizen.

IJzige stilte, beste vriend, is
het enige wat je ten deel valt.
De stilte van tussen

pluchen fauteuils. Geen gefluister,
geen hoesten. Geen kraken van snoepjes-
papiertjes. No chamber music.

Zo stram als riet

Avondconcert 1-10-15

Reinbert de Leeuw staat op het podium
“als een magere Hein”, maar hij heeft als
een held gespeeld, hij liet Oestvolskaja
huiveren in haar graf. Hij tuurt, kletsnat
en met hangende schouders, naar de zaal

waar het publiek is uitgebarsten in
een woest applaus, in rauw geschreeuw. Ze willen
nu bloed zien. Maar de pianist zwicht niet.

Hij buigt en buigt en buigt zo stram als riet.

Pianoduo Kalábova-Gugg

Zoals ze achter de piano zitten,
zo jong, zo pasgetrouwd, zo honeymoon,
zo gedisciplineerd ook, hij al een
en al gedienstigheid, zij zonder aan
iets anders te denken dan aan Petrouschka –

wel een embleem: ze tonen zo de mate
waarin muziek het hart verheft. Maar niets
dat wijst op menselijke procreatie.

De Russische ziel

Willem Alexander luistert naar Tsjaikovski

“Russische muziek,
dacht ik ontroerd,
net zo Russisch
als eieren van Fabergé.

De Russische ziel,
zo Russisch als wodka!

En aardappelen,
grote knollen,
glazig, vol water.”


donderdag 22 oktober 2026

Eerbetoon

 Zeppegno en Bini

Op het eiland Susak


1919, Zeppegno maakte
met Bini, een verkenningsvlucht naar Susak
waarbij ze neerstortten: een motorstoring.

En Bini die in de cabine werd
gevonden leefde nog maar bloedde over
zijn hele lijf. Zeppegno sprong. En viel

en vond op slag de dood, gespietst op het
smeedijzer van het hekwerk om een villa.
Het hekwerk om een buitenhuis in Susak.

In de aula staan carabinieri,
met koppelriemen over vette schinken.

En bloemenzeeën die ten hemel stinken.
Waarin ze, voor het avond wordt, verdrinken.


Vleermuizen

In Modena 1922.

Enzo Ferrari, met halfopen mond,
ogen wijdopen en het haar rechtop
aan het stuur van zijn Alfa Romeo.

Hele fabriekswijken staan op de stoep
voor hun cavalerist te juichen, hun
commendatore. Enzo aan het stuur,
de straten leeg en wit en onbeschaamd,

hij salueert, hij neemt de hulde in
ontvangst, charmant, zoals het hem geleerd is,
vriendelijk en bescheiden, want hij weet
van huis uit wel wat wel en niet verkeerd is.

Hij ligt op San Cataldo, al veertig jaar.
Vleermuizen vliegen je er ‘s avonds na.


Eerbetoon aan Pia Beck

September in the Rain


Met Pia Beck aan de piano. Aan
de bar mannen die altijd al oud waren,
ogen berekenend, wel gladgeschoren

maar uit de huid kruipen al nieuwe haren.
Onstuitbaar. Mannen, hongerig naar seks,
want seks houdt mannen in beweging. Zij,

zijzelf, voor die paar honderd gulden fooi
en drankjes van de zaak, wil ze niet zingen
om maar te zwijgen over andere dingen.

‘September in the Rain.’ Haar vingers gaan
heel licht over de toetsen. Buiten staan
de nieuwe patiënten al op te dringen.


De beste seks

De beste seks is koude seks, dat is
in zoveel jaar ervaring wel gebleken,
denkt Pia Beck en niemand die

dat uit haar hoofd praat. En het beste haar
is zilverkleurig haar, een helm die in

het licht van spotjes bijna lijkt te leven.


Alles draait


The Windmills of Your Mind, een liedje van
Michel Legrand, best goed, en alles draait
en dat is waar je kroegpubliek mee paait.

Je hebt weer veel te veel gerookt en mee-
gerookt, je keel is dik, en je krijgt de
likeurtjes bijna niet meer doorgeslikt,

maar stil maar, Pieternella, klaag maar niet,
je vingers huppelen nog steeds zo licht
over de toetsen dat de melodie

in lucht lijkt op te gaan. En alles waait
voorbij, de leegte in. En alles draait.

Piaf

Haar naam is nog springlevend en haar stem,
de eeuwige klaagzang van de eeuwige vrouw,
is nog in alle formats verkrijgbaar,

de zangeres zelf evenwel is dood,
op Père Lachaise koestert ze zich in
de geur van patchoeli en doorweekte grond.

Wie luistert er nog naar Edith Piaf,
wie in de overbelichte ochtend, wie
in de hitte van de namiddag

waar kleine vogels rond de zandbak vliegen
en kwetteren en vechten om kruimels brood?

Wie in het godvergeten avondrood?

Romy Schneider

1. Sissi

Met haar ogen knipperend
(is het tegen de zon of zijn het tranen?)
staat ze op het balkon, staat ze te stralen naar
Behörden, die met jagershoedjes zwaaien.

Beneden, op de Donau, drijven boten,
met massa’s opgetogen onderdanen,
armen en benen hangen over boord en
er wapperen vlaggen met brede banen.

Alle teleurstelling achter de schermen
houden, alle teleurstelling verwerken zonder
iets van teleurstelling te laten raden,

denkt ze, anders verliest ze het respect,
anders verliest ze misschien zelfs de arm
van Karlheinz Böhm,
van haar aanbiddelijke gade.

2. Lijden

Hoe lang nog, Romy, hoe lang nog voordat
iedere illusie in het water is
gevallen? Voordat ook de Franse gangster
waar je theaterhart het meest naar uitging

open kaart met je speelt. Alain Delon,
met wie je lange hete uren deelde
in geur van menselijke wellust aan
de rand van een zwembad in St. Tropez.

De geur van menselijke wellust, Romy,
zozeer begeerd, zo slaafs verkregen,
zo bitter steeds berouwd.

Maar zeg maar, welke vrouw heeft niet geleden?

Chopin in Warschau

Hij zit hoog in het zadel. Op
zijn neus zetten zich vliegen neer.

Hij heeft eczeem en hij is meer
wel ziek dan niet. Hij oefent op

zijn contrapunt, zes uur per week,
en hij denkt ondertussen aan

niets anders dan zijn lelijkheid:
zijn bleke huid, zijn slechte haar,

zijn neus die als de neus van een
gestorvene naar voren steekt.

Hij rijdt weliswaar paard, maar bij
de meisjes is hij niet in tel.

Hij is veroordeeld tot de hand.
Zijn toekomst ligt waarschijnlijk wel

in een of ander buitenland.

Als de Tsjekisten je komen arresteren

Als de Tsjekisten je komen arresteren,
ze bellen aan, je doet niet open want
het is na middernacht - we varen op
de bloemenboten van de Wolga,
de zomerzon is honingzoet op onze huid.

Ze bellen nog een keer. Nog steeds geen antwoord,
dus beuken ze boos op de deur,
trappen het slot eruit. Ze dringen binnen.
Wat is goed, schreeuwen ze, en: wat is kwaad?

Wat voor excuses voeren we nu aan,
welke uitvlucht kunnen we nog verzinnen?

Hartsgeheimen

De anekdote van de componist Sjostakovitsj die op de overloop van zijn flat bepakt en bezakt staat te wachten of de Tsjeka hem komt ophalen. Historisch of een fabeltje? In ieder geval iconisch.


Sta je nog wel eens met die koffer op
de overloop, je beige regenjas
tot bovenaan toe dichtgeknoopt, je hart
nog vastbeslotener? Sta je nog wel eens

te wachten op het kreunen van de lift
als hij naar boven toe kruipt, en niet stopt
maar met kleine klikjes langs glijdt, onderweg

naar andere verdiepingen? Nog leeg?
Of heimelijk toch al bevracht met hartsgeheimen?

Nieuwe kleren

“Een aria voor klavecimbel met
veranderingen, Johann S. kon er
zijn puzzeldrift op botvieren en in
één moeite door Händel een lesje leren,

mijn liefje, wat wil je nog meer! Nou ja,
‘muziek om slapeloosheid te verdrijven’:
zo is het stuk aan Keyserlingk verkocht,
maar is het dat waar we voor musiceren?

zegt Johann, maar je zou ook kunnen zeggen:
muziek is balsem voor de ziel, daar hoeft
zich geen kapelmeester voor te generen.

En de vergoeding was riant. Van wat
deze compositie heeft opgebracht,
draagt de hele familie nieuwe kleren.”

Aan het woord is uiteraard Anna Magdalena de vrouw van de componist. Bachs stuk schijnt te zijn geïnspireerd door een Chaconne van Händel. De beloning, zo wil het verhaal, was een gouden beker met honderd louis d’or.

1825

Zelfs Rutger Schimmelpenninck, altijd zo
bedaard, zo goedgemutst, zo welbespraakt,
was niet in staat om de herzieningsdrang
van Bonaparte te pareren. Dus
werd hij herzien, herzien en weer herzien:

ambassadeur en onderhandelaar,
raadspensionaris in Den Haag en na
een jaar met compliments geremplaceerd
door Lodewijk Napoleon, de broer.

Benoemd tot Chevalier de France, dat wel.
Halfblind, maar toch nog altijd zo bedaard,
zo welbespraakt, zo goedgemutst, zo glad,
dat hij in 1825 al
weer zitting in de Eerste Kamer had.

Portret

Met wangen, bijna remonstrants, een hals
die strammig oprijst uit een open kraag,
zijn kleine oogjes gluren wantrouwig
de wijde wereld in en nemen waar
wat er spartelt en speelt, wat hoog, wat laag.

De neus snuift alles op: racisme is
weer terug, fascisme is nog lang niet weg.
Leve de koning? Dat is dubieus
Leve de rechtsstaat! Zo blijft dit portret

veilig binnen de grenzen als gesteld
door kerkelijke en wereldlijke wet.
En geld. Alleen de neus lijkt soms
voorbij de lijst te steken: trompe l’oeil.

Als: als ik jou ken, ken jij dan ook mij?

woensdag 21 oktober 2026

Kuisheid en orthodoxie


Een twee drie

Kuisheid en orthodoxie

Euthymius, een man uit Saloniki,
stichtte in 863 op
de Athosberg een klooster. Hij at gras.
En later vestigde hij zich op een zuil
en hekelde vandaar zijn kloosterbroeders.

En 200 jaar later kwam de keizer
van Constantinopel ter ore dat
de monniken de dochters van de herders
neukten die daar hun schaapjes hoedden
en zelfs de schaapjes zelf. Een twee drie.

Tot zover kuisheid en orthodoxie.

Hij at gras: ‘hij verdiende geld’?


Dienstbaarheid

Boutros Boutros Ghali, secretaris-generaal van de Verenigde Naties van 1992 tot 1997.

1.
Dienstbaarheid. Vierentwintig uur
per dag. En een naam
in de boeken. Lofwaardig.
Respect van het nageslacht.

Dienstbaarheid. Eén
roos in de vaas, de bloem
nog recht op de steel, het blad
al een tikje verwelkt.

2.
Alles is glossy. Als
in plastic gegoten.
De wanden, de deur,
het immense bureau: glossy,

een beetje onecht. Zelfs
het schitterend uitzicht
over East River.

3.
Geluidloos glijden
de limo’s naar
het rauwe trottoir.

Met bevende voeten
maakt hij zich los
uit een halve maan
van dossierdragers.

Dienstbaarheid en
een goede naam.

4.
Eén roos in de vaas. Eén roos.
Het blad is uit-
gedroogd en de bloem
al bijna verwelkt.

Boutros-Ghali (1922-2016) was een Egyptische kopt. Zijn ambtstermijn werd niet verlengd na een veto van de Amerikanen. Ze verweten hem onder andere de bureaucratie en verspilling bij de VN. Wat de werkelijke reden was, is voor zover ik weet niet bekend.


Wisseling van de wacht bij het Kremlin


1.
Niet gadegeslagen door
de gehaaste vrouwen met
hun boodschappentassen van kunstleer,

noch door de
hardvochtige schoolkinderen die
alles al weten:

ze staan tegenover elkaar
in het volmaakte midden van
een denkbeeldige cirkel.


2.
Met enig (maar heel weinig)
geschuur en gekletter,
presenteren ze elkaar

het fossiel van hun hart.


3
Zien ze elkaar? Nee. Ze zijn
zo introvert als
bergen en meren, ze


verbeelden in streng feldgrün
met gele tressen
volstrekte tijdloosheid.

In hun ogen is alles één.


4.
Marlborough-reclame
in Moskou is
reclame voor

de wisseling van
de wacht bij het Kremlin.


5.
In het volmaakte middelpunt
van een denkbeeldige cirkel
is alles één.


Moskou 1993

De conductrice van de trolleybus
koestert de tas op haar heup.

Haar hart
is zo traag
als een merel
op het Rode Plein.

O komsomolskaja

O komsomolskaja, leer mij
de waarheid kennen. In Stavropol,
Omsk of Novosibirsk,
De waarheid

van modder, van kou en regen,
van lompe vrouwen met hoofddoeken,
kinderen aan hun rokken,
die samendrommen om vrachtwagens.

Aardappels zullen we eten
en gele rapen en stukken
koud schapenvlees. Met vette vingers

‘s avonds de tv aanzetten
en kijken naar kosmonauten die,
schuin achter Lenin, met platte gezichten,
hun Soyoez bestijgen. Maar

zonder de waarheid, zonder
analyse en illustratie, de leer
van het dialectisch materialisme,

is niets, geen regen, geen voedsel,
geen vader, geen moeder,
geen reis naar de sterren compleet.

Desert Storm 1991


1.
Heel hard, he, maar op smalle voeten,
maar net in evenwicht. Het craquelé
is onberispelijk:

Bush lacht zo strak, zo pijnlijk als
een porseleinen pop.

2.
‘We blijven op onze
sterren en strepen staan, mannen.
En alle lijken die naar huis

terugkeren, zullen in hun bodybags
zweten van trots,
ze zullen zwellen van genoegdoening!’

3.
De macht van clichés.
Je kijkt
naar NPO 1.

Jongetjes van acht
tonen in
een warme handpalm
medaillons met foto’s
van mooie meisjes.

Tantes
gluren uit tent.
Ooms: wapen
op schoot, benen
over elkaar, uitgezakt
in hun rookstoel.

4.
En om tien uur
wemelt het op het televisiescherm
van ernstig kijkende Arabieren
- baarden en djellaba’s -
die Latijn spreken
met een Engels accent:

“Yes, their withdrawal is
a sine qua non
[sainie kwoh non].”

In hun hals
kriebelt het wolmerk.

Kleren

Looks, liabilities, wie gelooft
er nog in de mythen van de
Amerikanen? Zeventig jaar na dato

blijkt de bevrijding vooral
door zakelijke overwegingen
ingegeven: de vrije markt is gewoon

invulling van de leemte die ontstond
na het wegvallen van
de Wagneriaanse humbug.

En in één ruk door
Rusland achter het IJzeren Gordijn: oké,
een meesterzet, maar al lang uitgewerkt.

Vanuit ons pretpark – roze donderdag
volgt naadloos op roze woensdag, roze dinsdag
en de terrassen puilen uit –

volgen we trouw de schijnbewegingen
van de markt. We staren
naar wat er door de straten paradeert:

“Wie maakt ons wat! Wie maakt ons wat! Wie weet
welke kleren we morgen dragen, wie

weet wat de geheimen zijn van onze dagen.”


Catch 22

Witwasonderzoek

Of Yossarian
een Assyriër is,
dat staat te bezien.

Zeker is dat hij
onsterfelijk is,
dat is zeker.

Zijn handwasjes doet
hij op een binnenplaats
ergens in Eldorado.

American myth

Jim Morrison was
van de Amerikanen
de enige niet
die stierf in een badkuip.

In 1884 ging
Paul Morphy hem voor,
de schaakkampioen.

In een badkuip, door
twaalf paar damesschoenen
omsingeld. Alleen,

seks was
niet echt het probleem.

Of misschien ook wel, wie zal het zeggen.

Wanneer zingen de meisjes

Wasserette

Wanneer zingen de meisjes,
in deze
van waspoeder en water-
damp verzadigde kelder?

Meisjes bij wasmachines, meisjes
met strakke mondjes
en vette haren, die
hun portemonnee
in de buste bewaren.

Meisjes, zwaar opgemaakt,
met boze ogen,
met tragische ogen
die niets verraden,
met sterke armen die
de wasmanden dragen.

Wanneer zingen de meisjes,
in deze
van waspoeder en water-
damp verzadigde kelder?

Met strakke mondjes
en vette haren.
Wie zullen hen vragen?
Wat zullen ze vragen?



dinsdag 20 oktober 2026

Oude politiek

Oude politiek

Uit het kabinet Kok II

De grijsgeblokte goeroe die zich, in
een lang maar met aplomb gebracht betoog
dat eigenlijk over iets anders gaat
“haar fan” noemt, “haar zeer grote fan”, vindt niet

veel bijval, iedereen verdenkt hem van
sarcasme: deze middelbare vrouw
met platgespoten kapsel en gering-
schattende mond lijkt saai als een portret
dat al sinds jaren stof verzamelt in
een kast of in de la van een buffet.

Intussen evenwel verorbert met
verfijnd genoegen – een habitué! –
zij Sachertaart bij Pulchri Studio
en drukt een porseleinen kopje aan
haar lippen voor een heel klein teugje thee.

Om seks geeft ze al een eeuwigheid niet meer.
Toch weet ze zeker – meent althans te weten –
dat ze in háár tijd heel wat heeft uitgevreten.

Wel ordinair misschien als je er op terug-
kijkt, maar toch als herinnering, wanneer
je je er niet overmatig op fixeert,
ook niet verkeerd, denkt ze zelfingenomen.

Achter hermetisch afgesloten deuren
wringt zich het spookbeeld van een lichaam dat
wit is en langgerekt en geil en dat
kermt als een kat, kermt als een naakte kat.


Rick’s choice


Rick ziet de wereld vanuit een vuurtoren
en niet zonder tevredenheid. Allicht.
Onder de enthousiaste lampen van

zijn ogen lijkt alles duizend keer mooier
dan vanaf grauwe, natte, tamelijk
verslonsde duinen hier beneden.

‘s Zondags ter kerke moeten we het wel
zonder hem stellen, maar de banken geuren
naar boenwas en de deuren met

de leren tochtgordijnen zien er uit
alsof hij elk moment
– denkend dat hij zijn 'image' zo bevestigt –

gierend binnen kan komen rennen uit
het holst van de gemiste jaren zestig.

‘s Middags op het ministerie van onderwijs

December 1999, Loek Hermans botst met PvdA, D66 en oppositie over onderwijsgelden.

Leunt tegen plint, rammelt met sleutels in
zijn zak, vaag glimlachend, hij weet wel wat
zijn charme is. De grote lijnen van
ieder dossier beheerst hij door en door,

maar op de fijne kneepjes komt het aan,
op de inspiratie van het ogenblik,
en voordat je het weet sta je voor aap.
Om hem heen hangen voorgangers in ruste,

de portretten van morsdode ministers,
Cats, of hoe heette ook weer die oude knaap,
Deetman, Van Kemenade, Pais – van pais
en vree, lauw kans dat die hem nog iets maakt.

Maar soms – heel zelden! o zo zelden! – rijst
de monnikskop van Ritzen uit zijn slaap…

Kemenade

Minister van onderwijs in Van Agt II

Een koele vogel, Kemenade, kan
hij echt een pijp roken terwijl hij praat.

Of is het een playback: beweegt hij met
zijn mond terwijl de technicus

de afgesproken bandopname draait


Nou, ik kan u vertellen

Hommage aan Neelie Kroes


1.
“Nou, ik kan u vertellen”, zegt ze scherp,
“aan smeergeld doe ik niet en tranen hebben
op mij geen invloed, dus…” Ze kijkt
haar gesprekspartner, een vastgoedbaron
van twijfelachtige integriteit

zo onbeschaamd aan, dat hij niet meer weet
of hij haar bekken moet of niet. Hij grijpt
naar zijn portemonnee, maar zij heeft zich

al afgewend en rommelt in haar tas.
Ze komt tevoorschijn met een telefoon
die jakkert met een ijle oproeptoon.


2.
“Van mededinging weet ik alles af
na tien jaar eurocommissariaat,”
zegt ze poeslief, “waarmee ik maar wil zeggen,
ik ken de regels op mijn duimpje, ik ben
geen vreemdeling in dat Jerusalem.”

“Dit is geen kinderspel,” zegt ze, “dit is
iets voor de mannen in Armanipak.
Het beste is ze bij de nek te grijpen
en heen en weer te schudden tot de krak.”


3.
“Ik leef toevallig in het heden, niet
in het verleden, en al helemaal
niet in de toekomst,” zegt ze, en ze kijkt
alsof ze poep ruikt. Nou, wat wil je, ja?
Wie loopt zo’n topwijf nou niet achterna?

Kardinaalsmuts

Maart 2013

Ik zag op het hoofd van Felix Rottenberg
een roze kardinaalsmuts met een steeltje,
en zijn knikken en hoofdschudden
kreeg op slag iets prelatigs.

Dit maakte zijn bekommernis
om de gewone man, uit “lagere beroepen”,
niet minder echt natuurlijk, maar is zo’n
vertoon van meegevoel niet overdreven?

In het conclaaf telt hij nauwelijks mee,
geen kanshebber, te jong, te zeer roué.

Maar de Heilige Geest doet wat hij wil.
Ook Rottenberg kan worden uitverkoren.

Bekommernis als geestig tijdverdrijf!
Hij noemt zichzelf paus Felix IV (of V).

Break on through

Lay that pistol down Lay that pistol down, baby, Gene Vincent is dood, zijn onweerstaanbaar gebabbel zijn be-bop-a-lu-la alleen nog op...