maandag 28 september 2026

Zwanen van Nederland 5

Thorbecke spreekt

Thorbecke spreekt

Thorbecke spreekt, en de brutale bek
van de studenten op de eerste rij
van het amfitheater, leunend op

het solide witgeverfde hek, is in
een uitdrukking van ongeveinsd respect
op slot gezet. Vanmiddag hebben ze

wel tijd om bier te zuipen of om langs
het water te flaneren, en met uit-
gestreken smoelen jonge vrouwen die

daar niet van zijn gediend te provoceren.
Nu is het ernst. Het marmeren gelaat,
de ogen, wegdromend langs het plafond,

en de verrassend vrouwelijke mond,
perfect articulerend, die een stroom
kunstig gebouwde zinnen produceert

vol duistere gedachten, houden zelfs
de wellustige aanvechtingen van
de grootste schoft spelenderwijs in toom.

 

Waarom

Waarom? Is het verwantschap, vaag beseft
maar niet bewust te maken, evenmin
doorgrondelijk als de gedachtevlucht
die hij zo precieus verwoordt; of is

het toch een vage vorm van empathie,
een dierlijk voelen van het smeulend vuur
achter die dromerige ogen dat
een te teerhartig hart verteert? Het lijkt

nauwelijks denkbaar. Deze brute jeugd,
blakend van levenslust, het hele lijf
op voortplanting gericht: de kloof met zijn
gestrengheid, zijn vergeestelijktheid lijkt

onoverbrugbaar. Desondanks, ze zijn
producten van hetzelfde zaad, en ooit
zal er ook uit hun onbehouwen knop
een bloem ontbotten als de zijne; niet

precies zo fraai misschien, zo elegant
van vorm of kleurschakeringen, maar voor
de wetenschap beslist dezelfde soort.

 

Vanuit de tearoom

Vanuit de tearoom is het perspectief
minder verheven. Niet zo hoog en streng,
maar één voor één met een feilloze neus
voor de maatschappelijke werkelijkheid,

achten de dames hem niet helemaal -
niet comme il faut. Niet echt provinciaal
natuurlijk, maar un peu pédant. En in
zijn kleren - wel héél zwart, he! - hebben zij

feilloos een vleug van de bedompte geur
van achterkamertjes ontwaard, en van
te zeer bedwongen hartstocht. Een groot man,
buiten enige twijfel, maar beslist

niet de man van de wereld, wiens faveurs
een schaar van gastvrouwen elkaar betwist.

 

In éénen vorm

“Geen leeftijd kan buiten verandering,”
zegt Thorbecke, “zonder dat zij daar
schade van lijdt; geen toestand of hij tracht
in een andere over te gaan.” “Dit is

de wet en de stof van het leven, dat
wij niet in éénen vorm de eindeloos
rijke aanleg die ons is geschonken tonen,

maar in een verscheidenheid van vormen.”

Nochtans, de vos verliest misschien zijn haren,
maar niet zijn streken; voor de ingang van
de kast dansen de bijen; als de zwanen van
hun eieren afglijden, in de on-

besproken waterspiegel van kanalen
en weteringen, weten ze dat als
ze op hun nest terugkeren, ze nog steeds
dezelfde zijn die ze altijd al waren,

dezelfde die ze altijd zullen zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Zwanen van Nederland 4

  Over gevoelens   Van Eeden voelt 1.. De jonge Frederik van Eeden peutert nadenkend met een pennenmes onder zijn nagels. Kent hij deze...