Een historische visie
In verscheidenheid van vormen
Brede horizon, breed land, water. Water,
grauwe lucht, regen. Hunkering naar anders
houdt ons onwrikbaar in haar greep, geen dag
of onvermoeibaar schouwen we ons landschap,
op zoek naar nieuw licht, naar nieuwe verbanden.
“Geen leeftijd kan buiten verandering,”
zei Thorbecke, “zonder dat zij daar schade
van ondervindt; geen toestand of hij tracht
in een andere over te gaan.” “Dit is
de wet en de stof van het leven, dat
wij niet in slechts één vorm de eindeloos
rijke aanleg tonen die ons is geschonken tonen
maar in een verscheidenheid van vormen.”
Bilderdijks dood
het raam. Hij telt zijn leerlingen: het land
is, ondanks het respect hem vaak betoond,
geen haar veranderd, zijn invloed nihil.
Teugelloosheid viert hoogtij, overal
miegelen lichtekooien, op elk erf
speelt het onwettig kroost; iedere hoop
om ooit de natie uit het drab van lust
en zelfgenoegzaamheid omhoog te tillen,
vergaan, vervlogen. In het weerlicht dat
over de ontzette einder speelt, is op
‘t ivoorkleurig gelaat de glimlach wrang
als nooit voorheen; maar de papieren hand
wrijft peinzend langs een tranenloze wang.
Huizinga noemde Bilderdijk "de grote ongenietbare", ik houd het in dit gedichtje op "de ongenaakbare".
Een historische visie
bromt de cultuurhistoricus onder
de leeslamp van de bibliotheek,
“wie heeft eigenlijk niet een gooi gedaan
naar een Historische Visie. De echo
van de Duitse klok is onmiskenbaar.”
Maar zijn wij dan
alleen een verlengstuk van Duitschland?
Een zeevarend germanisme? Waar ligt
de parel van onze eigenheid?
Of is zelfs dat een Duits geluid? Of is
juist dat het wezenlijke, deze twijfel?
Thorbecke zei
in een andere over te gaan. In staat,
in samenleving
voltrekken zich grote veranderingen,
en de mensch moet daar vorm aan geven.’ Goed,
maar bedenk wel, we zijn geen utopisten.
We zijn gewend aan soevereiniteit
in eigen kring, handvesten en costumen
per stad, per heerlijkheid, sinds eeuwen zo
gegroeid, en kennelijk een bron
van eigenheid; en van de kracht waarmee
we onze autonomie bevochten hebben;
een bron van welvaart.
Onze onmacht, dat is geen onmacht die
voortvloeit uit onmacht - de materie is
taai - maar een eigenlijk
uiterst respectabele onmacht: onmacht
om soevereiniteit op kleine schaal
te onderschikken aan een algemene
rechtsorde. Daarin, daarin ligt de crux,
daarin de oorzaak van de neiging die
ons inderdaad niet vreemd is om de zaken
op hun beloop te laten, te berusten.”
Zeker, de mensheid is de taak gesteld
om staat en samenleving vorm te geven,
daarmee is de gemeente het wel eens,
wat Thorbecke oppert heeft, als steeds, niveau.
Jammer alleen is dat er bijna nooit
één stichtend woord bij is, één woord van troost.
Oudhollands
een oude waarheid. Zuchtend zit
de commissie van wijzen om de haard.
De jassen hangen in de gang te drogen,
de neuzen vochtig – het is bitter koud –
en met een glas jenever in de ogen.
Nieuwe smaken
langs oude huizen, over oude straten,
op weg naar een nieuw water waar ze met
hun lange halzen voedsel zullen eten,
nieuw voedsel met volledig nieuwe smaken.
De oude smaken zijn ze al vergeten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten