woensdag 23 september 2026

Gedaan uit liefde

 Gedaan uit liefde.

Deze giganten



À MARAT in statige
Romeinse kapitalen op
het bijzettafeltje geverfd. DAVID.
L’An II. Het Classicisme gaat hier
hand in hand met de Romantiek.

Alles wat is gedaan, gedaan uit liefde.
De revolutionair – of houden we
het op “de journalist” of “de pamflettist”? –
hangt in zijn bad alsof hij onverhoeds
door een orgasme is geveld, de pen
niet aan de krachteloze hand ontglipt,
het laatst geschreven document nog in
een dode klauw. L’Ami du Peuple,
vereeuwigd door De Schilder. Fascinerend.

Maar is er kans dat door de inzet van
deze giganten de geschiedenis
alsnog een draai zal maken…?

De tijd der Jakobijnen


Zal – nee – de tijd der Jakobijnen is
voorbij, een ander slag bepaalt
nu onbetwist het uitzicht
op de Place de la Concorde.

Bedrog in het belang van de zaak
is norm geworden, als straatvechters
beloeren de grote mannen elkaar –
en de grote vrouwen – vanachter
de façades van hun vriendelijkste gezicht.

Daar schiet een arm uit, daar een voet,
en als er eentje moord en brand schreeuwt als
een ander hem een keer te vlug af is,
dan leidt dat enkel tot hilariteit.

Gedaan uit liefde


Charlotte Corday - handen plakkerig
van bloed dat al begint te stollen, dat
naar roest ruikt in deze vochtige ruimte -
Charlotte Corday rent weg in paniek.

Bij de deur kijkt ze handenwringend om:
ze rukt aan haar verpleegsterschort die ook
al helemaal onder de vlekken zit.

Alles wat is gedaan, gedaan uit liefde,
denkt ze met dichtgeknepen keel, en: is
wat is gedaan nog ongedaan te maken?

Protestbijeenkomst in het stadsplantsoen


Protestbijeenkomst in het stadsplantsoen.
Terwijl een vakbondsfunctionaris spreekt
wijzen de borden treurig naar beneden
en alle spandoeken hier zijn verbleekt.

Alles wat is gedaan, gedaan uit liefde.
Onder de stoffige sandalen wordt
het laatste beetje groen vertrapt. Verslapt
daardoor de waardigheid van ons protest?

Nee! Elke spriet die we met voeten treden
zal later, als ons recht gedaan is, nieuw
elan krijgen en opstaan als na regen.


Picknicken in het Hengstdal

Over sterfelijkheid

De camera staat midden in het gras
op een statief. We laten een voor een
het eten in de steek en wandelen

er quasi-onverschillig even heen
en kijken door de zoeker. Licht en lucht
sluipen haarscherp door een doolhof van lenzen,

een wirwar van landschap is er te zien,
met overal plukjes kinderen, die
bij de frambozen aan het werk zijn of

met grote stokken zwaaien en kaarsrecht,
met opgeheven kin, paadjes aflopen.

En in de verte achter de bomen, wijst
een kleine, slanke kerktoren streng
naar een imaginair punt in het zwerk.

Strawinsky (in Finland)


De geur van zeep is bijna tastbaar en
van vers hout in de dageraad

en op gymschoenen lopen de kinderen over
een dik tapijt van dennennaalden.

‘s Avonds, de schemer sluit de dingen in,
de vossen stappen op de planken, zachtjes,
zachtjes, en krabbelen aan de deur.

O zoete lente! O zoete lente!

Aan de conferentietafel


Maar jij, je wrijft je in je handen,
Lenny V., als je praat, je bent
een hogepriester met de hogepriesters,
tussen boterhametende acolieten en
de varkenscyclus heeft voor jou geen geheimen.

Je bent een boer, je keurt de aarde van
je woorden zodat je kunt raden of
wat je zegt wel rijkelijk vrucht zal dragen.

Gedaan uit liefde? Ja, natuurlijk. Ja, je bent
Edith Cresson niet! “Als de vijand ons
bestrijdt,” zei Mao, “is dat goed, niet slecht;

wanneer hij ons doortastend tegemoet
treedt, ons beschimpt, ons tot de grond
toe afbreekt, dan is dat nog beter:
want het betekent niet alleen

dat we er in geslaagd zijn ons terrein
tegen hem af te bakenen, het leert
ons bovendien dat onze arbeid is
bekroond met schitterend succes.”

Pride


De dagen staan in het teken
van de mislukking en de nachten zijn wit
van bittere afgunst. Je jong zijn bleek
after all tijdelijk van aard, de daden

die de goegemeente verstomd doen staan
zijn uitgebleven. Ook de dood zal op
de lange duur – daarvoor kun je je hand
wel in het vuur steken – niet zijn te ontlopen.

Vrolijkheid, er zit niet veel anders op,
onnozel enthousiasme, een tutu
waar je u tegen zegt, maillots waarin
een lam geslacht te grabbel hangt, de straat
een week lang jouw domein voor je je weer
in het gareel schaart van de duitendieven.

Vrolijkheid, vrolijkheid, het kan niet op.
Maar niet heus. De onsterfelijkheid was
je speelveld, elke gooi een gooi naar roem,
elke mislukking een mislukking. Is
wat is gedaan, vraag je bij elke daad,

achter je gekerfde wang, je dunne mond,
onder je onbarmhartig gekortwiekte haar,
je grimmig af, gedaan uit liefde? Is
wat is gedaan nog ongedaan te maken?

L’ami du peuple


“Gedaan uit liefde”, denk je en je drukt
voor de zoveelste keer een sigaret uit op
het schoteltje van de geranium
terwijl je, met een kromme rug op je
keukenstoel zittend, door het raam staart waar
de straat nog net zo pijnlijk wit en leeg
in het zonlicht ligt als steeds.

L’ami du Peuple ?
Ja, jazeker, reken maar. En Le Libérateur!
El Salvadór! De man met het pistool
vervaarlijk op de slaap gericht:
zo zagen ze hem het liefst, en als hij zei:
“uw dienaar of de dood!”, wat denk je dat
ze riepen, het schoelje!

Gedaan uit liefde. Wat er is gedaan
is niet meer ongedaan te maken. Maar
wie zegt dat hij niet lang voordat de dag
ten einde is op zijn knieën ligt om met
de tranen in de ogen, reuzendoder,
vergiffenis te vragen aan de koning!

Niet ongedaan


Charlotte Corday - handen plakkerig
van bloed dat al begint te stollen, dat
naar roest ruikt in deze vochtige ruimte -
Charlotte Corday wandelt rustig weg.

De trap af, door de gang. Ze legt het mes
op de stoel naast de deur, ze strijkt haar schort
recht, en ze wacht op wat er komt.

Gedaan uit liefde wat er is gedaan
en wat gedaan niet ongedaan te maken.
En na de avond komt de nacht en na
de nacht de kille ochtend. En wanneer

ze onder de guillotine wordt gebracht,
geeft ze geen krimp. Haar mooie hoofd zal met
stijf op elkaar geknepen lippen en
met droge ogen vallen in de mand.


Bespiegelingen bij Davids ‘Dood van Marat’ in het Brusselse Musée des Beaux Arts. Charlotte Corday: de vrouw die Marat doodde. Edith Cresson werd in 2006 schuldig bevonden aan ‘favoritisme’ tijdens haar ambtsperiode als lid van de Europese Commissie; El Salvadór: zo werd Johan Cruyff naar het schijnt genoemd in Barcelona

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ezra Pound

Ezra Pound Hommage aan Sextus Propertius Vertaald en van commentaar voorzien door Jos Houtsma Orfeo 'Quia pauper amavi' I Callimac...