Het bestiaire
Het Bestiaire van Guillaume Apollinaire met de houtsneden van Raoul Dufy
En enkele andere diergedichten
Orfeus
Apollinaire: Orphée
Bewonder, lezer, zijn magie,
de vorstelijke melodie:
dit is de toon waarop het licht vibreert,
zoals ons Hermes Trismegistus leert.
Schildpad
Apollinaire: La Tortue
Mijn vingers grijpen als bevlogen
in mijn Thracische lier, en zie
hoe door dit schildpadhuis, dit lied,
elk dier tot dansen wordt bewogen.
Paard
Apollinaire: Le Cheval
Ik zal je berijden met mijn strenge dromen,
je in het trekzeel spannen van mijn lot,
het leidsel waar ik je mee in zal tomen
is het volmaakte vers dat je me ontlokt.
Kasjmiergeit
Apollinaire: La Chèvre de Tibet
De vacht van deze geit, en zelfs de vacht
die Jason eertijds tot in Colchis bracht,
zijn van nul en generlei waarde bij
de gouden lokken waar mijn hart naar smacht.
Slang
Apollinaire: Le Serpent
Je hunkert, vriend, naar vrouwenschoon,
hoe menig edel vrouwspersoon
hielp je niet naar de ratsmodee!
Cleopatra, Eurydice,
en ik weet er nog wel een of twee.
Kat
Apollinaire: Le Chat
Ik wens me een huis, een vrouwtje dat
haar plaats kent, boeken en een kat.
En vrienden om mijn lot te delen
zodat ik me niet hoef vervelen.
(Vertaler heeft van deze zegen,
slechts huis en boeken meegekregen,
in vriendschap ziet hij weinig brood,
zijn vrouw is mondig, de kat is dood,
niettemin is hij tot op heden
met zijn bestaan niet ontevreden.)
gevallen vorst, moet je in deze tijden
voor het vertier van de Germaanse horden,
in een Hamburgse Zoo geboren worden?
voor het vertier van de Germaanse horden,
in een Hamburgse Zoo geboren worden?
Haas
Apollinaire: Le Lièvre
Wees niet, als minnaar of als haas,
steeds bang, en toch steeds op de taas.
Veel beter: laat uw vruchtbaar brein
als een hazin steeds drachtig zijn.
Ik weet een knijntje heel geheim,
ik wou dat het van mij mocht zijn.
om mee te spelen in de tijm
in het land van heerlijk samenzijn.
Connin, ‘konijn’, is ook een woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel.
Kameel
Apollinaire: Le Dromadaire
Don Pedro met zijn vier kamelen,
Don Pedro van Alfaroubeira,
trok door de wereld, tralalaleira,
en niets wat hem een cent kon schelen.
O, had ik ook maar vier kamelen!
De 15e-eeuwse infante van Portugal, don Pedro d’Alfaroubeira maakte een wereldreis met 12 metgezellen en vier kamelen
Muis
Apollinaire: Le Souris
O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt:
al achtentwintig en nog steeds
elke inspanning te veel gevraagd.
Of:
O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt,
al achtentwintig en geen schijt
tot stand gebracht, echt godgeklaagd!
Of beschaamd toegepast op de vertaler:
O ledigheid, muis van de tijd
die aan mijn levensdagen knaagt:
al zoveel jaren met pensioen
en nog geen wereldreis gemaakt!
De olifant
Apollinaire: L’Eléphant
Ik ben een olifant, behoed-
zaam draag ik in mijn mond mijn goed.
Purper is niets! Ik koop mijn glorie voor de
pasmunt van zoetgevooisde woorden.
Procyon lotor
Een wasbeer in de Duitse stad Erfurt werd op een Kerstmarkt slapend aangetroffen onder een prullenmand, waarna hij slingerend wegliep, kennelijk ‘in beschonken staat’ . Vermoedelijk had hij zich tegoed gedaan aan restjes glühwein uit weggegooide bekertjes - NRC december 2020.
Een wasbeer die zich heeft bezat
aan glühwein of ander geestrijk nat
blijft in Duitsland, zoals dat gaat,
op de lijst van beschermde dieren staan.
Vervolg
Toen Salomé danste en Johannes sprak
totdat men hem ruw onderbrak
en zijn hoofd deponeerde op een schaal,
waar was de wasbeer toen helemaal?
Waarschijnlijk lag hij laveloos
te slapen in een lege doos.
Publiek 2021
Geen reden tot paniek?
Het afgestompt publiek,
aan gruwelen verslaafd,
kijkt op het Netflix-scherm
terwijl de wrede wolf
over het fietspad draaft.
Roodkapje 2022
Diep, heel diep in het bos ligt oma met
grote corona-oren in haar bed.
De boze wolf is terug, Roodkapje! Loop
niet met je seksualiteit te koop!
Stand van zaken augustus 2024
De wolven zijn de Heuvelrug ontgroeid.
Hun welpen spelen in het weiland, morgen
in onze straten, onze tuinen. Wie
durft dan nog iets te zeggen van hun stank
of van het boos gekef op onze bank!
Schapen
De schapen dringen in hun kooi
bang bij elkaar, ze voelen zich,
ondanks schaaplievend tijdsgewricht,
en ondanks overvloed aan hooi,
misschien wel schaap maar boven alles prooi.
Panthera
De panter ademt uit een zoetdat alle dieren smachten doet,
naar Jezus, door hem uitgebeeld,
die ons het eeuwig zoet uitdeelt.
Wildebeest
Wie weet, o wildebeest, waar hij naar dorst,
die zandkleurige leeuw daar aan uw borst!
Denkt u dat leeuwen als ze zich vervelen
met wildebeesten willen spelen?
Eenhoorn
De eenhoorn in een meisjesschoot tuimelt in slaap en vindt de dood.
De les voor minnaars? Wees beducht
voor ieder spoor van sluimerzucht.
Krokodil
De krokodil eet graag een mens,
maar daarna snottert hij intens
en blijft het zelfverwijt hem plagen
tot het einde van zijn levensdagen.
O liefste lief, had je maar tijd
voor een heel klein beetje zelfverwijt!
Hydra
De Hydra laat zich als ze dat wil
opeten door een krokodil
en scheurt hem als ze weer weg wil lopen
(zegt Bestiaire) van binnen open.
(Voor elke afgehakte kop
springen twee nieuwe koppen op
wat haar zowel verkeerd geraakt
als aartssymbool van roddel maakt.)
Orfeus
Apollinaire: Orphée
Ziehier, het ongedierte geeft
acte de présence: al wat leeft
en wat krioelt: insecten, teken,
microben, wonderen waarbij
de wereldwonderen verbleken
en Pia Beck de moord kan steken.
Rups
Apollinaire: La Chénille
Door noeste vlijt, mijn dichtersbent,
verwerft men glorie ongekend.
Laat ons dus, om ons ooit te ontpoppen
als vlinders, nu als rupsen kroppen.
Muggen
Apollinaire: La Mouche
Ons muggendom kent melodieën
die ze in het hoge noorden leren
van neven, knutjes, de geheime
goden van de beijsde meren.
De vlo
Apollinaire: La Puce
Vlooien! Mijn vrienden! Mijn vriendinnen!
Wat wreed zijn zij die ons beminnen!
Voor hen vergieten we ons bloed.
Bemind te zijn is bitterzoet.
Sprinkhaan
Apollinaire: La Sauterelle
Dit is de sprinkhaan onvolprezen
die ‘t voedsel van Sint Jan mocht wezen.
Ach mocht mijn vers op eender wijze
het puikje van de mensheid spijzen.
Orfeus
Apollinaire: Orphée
Uw herte zij het aas, uw visvijver de hemel,
o zondaar! Want geen vis in ‘t visrijke gewemel
zo fraai van vinnen of van smaak zo uitgelezen
als deze zoete vis, mijn toeverlaat, mijn Jezus.
De dolfijn
Apóllinaire: Le DauphinVoor J.A.
Al ben ik soms ook blij van zin,
het leven valt niet mee.
‘k Ben een dolfijn, ik buitel in
een hachelijke zee.e
Medusa
Apollinaire: La MéduseMedusa’s, jammerlijke koppen,
die met uw violette lokken
u rond laat rollen op de storm
uw rollen inspireert enorm!
(Vivant gaîment er paresseusement dans les mensonges, comme les méduses à fleur de mer - Marcel Proust)
Leven in leugens, lui en blij:
als kwallen zwalken op het tij.
De inktvis
Apollinaire: Le PoulpeDie zich verbergt in wolken inkt
en ‘t bloed van wie hij liefheeft drinkt,
wellustig tot de laatste snik:
dit walgelijk gedrocht ben ik.
De kreeft
Apollinaire: L’ÉcrevisseDe crisis heeft zich uitgebreid:
mijn liefdesloon de hele tijd
beweegt zich in een kreeftengang,
stapje voor stapje achteruit.
Karpers
Apollinaire: La CarpeOnder uw pompebladen lijkt
u te ontsnappen aan de tijd.
Is u de dood misschien vergeten,
vissen van mijn neerslachtigheid!
Ruisvoorn
In hun domeinvan roerloos schemerlicht
zijn zij het wisselgeld
van onze lust.
Kikker
De kikker leeft en teeltzich voort in angst en vrees
voor de fatale witheid van
zijn vlees.
Paling
Palingen in hun palingpoelbewegen zeer op hun gevoel:
de lokroep van de oceaan
zegt hun wanneer ze moeten gaan.
Orfeus
Apollinaire: Orphée De wijfjes van de halkyonen
en Amor zelf en de sirenen
zingen onmenselijke canzonen
en dodelijke cantilenen -
Veel fijner is het te aanhoren
de onsterfelijke engelkoren!
De sirenen
Apollinaire: Les SirènesSirenen, wist ik maar waar gij naar smacht
als ge uw leed klaagt in de ontleegde nacht!
Ik ben een zee, door stemgedruis bevaren,
en de zingende schepen zijn mijn jaren.
De nachtegaal
De nachtegaal traliert en tralt
tot hij dood van zijn tak afvalt.
Zoals de nachtegaal ook ik:
tralierend tot mijn laatste snik.
Li rosignous chante tant
Que morz chiet de l’arbre jus
(Thibaut de Champagne)
De kraai
De kraai, door Noach losgelaten,verdween. Verdronk hij in het water?
of bleef hij weg omdat hij feestte
op honderdduizend dode beesten.
De duif
Apollinaire: La ColombeO geestelijke duif, die onbevlekt
ons onze lieve Jezus hebt verwekt:
Maria heet mijn lief, gelijk het uwe.
Moge het mij vergund zijn haar te huwen!
De kraanvogel
Mijn vogel kraan, mijn stoere gast,houdt heel de nacht een steentje vast
als andere kranen slapen.
Hij is de herder, houdt de wacht
over zijn kudde in de nacht,
zijn schuldeloze schapen.
De pauw
Apollinaire: Le paonZie hoe de pauw zijn verenkleed,
dat doorgaans op de aarde sleept,
tot een rad slaat, en ongewild
zijn lelijk achterwerk onthult.
De uil
Apollinaire: Le HibouMijn arme hart, gelijk een uil
die aan een schuurdeur is gepind,
is leeggebloed, vertrapt en vuil.
En ik aanbid wie mij bemint.
Ibis
Apollinaire: IbisIk zal de onderaardse poort
doorgaan, de dood, het is beschikt.
O wreed Latijn, o vrees’lijk woord:
Ibis die in het Nijlslib pikt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten