zondag 1 november 2026

Goden

Goden


1.
Poseidon slaat geërgerd met zijn staart
op het water. Gladde godinnen dansen
in steeds wijdere kringen om hem heen.

2.
En Hera, als een varken op haar sponde,
speelt met haar driedubbele kralensnoer
en fantaseert dat ze vooroverbuigt

en een wrede speer omdraait in de buik
van een tegenspartelende krijger.

3.
Hoog in de bergen intussen, bij de maan,
dwaalt Artemis. Haar witte honden hijgen
om haar benen, likken onbeschaamd
haar kleine, lakrode geslachtsorgaan.

Delos

Overdag leer je in
een stoffig leslokaal de verbuigingen
en vervoegingen van het Grieks,

‘s nachts wandel je
naakt over het eiland.
Het ijzig koude maanlicht splijt
je houten romp.

Dit is de heilige straat, de straat
van de leeuwen. Dit is

de bakermat van de goden.

Muren

Tot drie maal toe wist Patroclus de muren
van het heilige Troje te beklimmen,
drie maal werden zijn vingers losgerukt
en werd hij in de regen teruggestoten

en zag hij door zijn tranen hoe er iets
boven hem uittorende, uit brons gegoten.
En de inktzwarte hemel daverde
van het stupide lachen van de goden.

Tweegevecht van Paris en Menelaos

Toen ze besloten om het bij te leggen
en de aanstichters van alles het samen uit
te laten vechten in een tweegevecht,
zodat de overwinnaar het gehate

geslachtsdeel van de ander voor de honden
kon gooien, zoals hij wilde,
werden de goden ongerust. Ze zonden
Athene uit als bode om hun dit

onraadzame voornemen te ontraden.
En met succes. De slachting werd hervat
en opgelucht stroomden de goden toe
en hadden weer tussen de norse strijders

het hun beschoren aandeel in het bloed.


Paean

Knappe boy op de achtergrond, player,
lierspeler, heimelijke schutter, muizenjager!
Phoebus Apollo, heb je je ooit bezonnen
op de gevolgen van je daden? Muzen,

die je verkracht, onteerd, achtergelaten
hebt in de puinhoop van hun kunsten, meisjes,
ritselend in meibomen gedreven,
jongens, geneukt op de w.c.

Uiteindelijk ben je een crimineel,
wonderboy, met je pijlenkoker, klaar
voor elke shortcut naar seksueel genot.

Nergens waar kunst geëerd wordt, en cultuur
meer is dan holle propaganda, sta
je niet in aanzien, toyboy, maar verdomd,

het aanbod van jong vlees is onbeperkt
en je potentie dito, maar je kunt
toch niet steeds blíjven kraaien dat je komt!

Ondertussen op de Helicon

De lyrische muze verschikt iets aan
haar haar en slaat zedig haar uitermate
Angelsaksische benen over elkaar.

Ze fluistert iets tegen haar buurvrouw links,
en alle negen proesten ze het uit.

Ze lijken met hun blonde haar en met
hun lichte, lichte huid, misschien misplaatst
op deze ongastvrije Helicon,

maar ze aanbidden de Helleense zon
al zo ontzettend lang, ze zijn inheems.

Jij bent de buitenstaander, jij bent vreemd.

Toen de stier op haar afkwam

Toen de stier op haar af kwam door
het opspattende water, laag loeiend
tegen het melkwitte water, wie denkt
dat Europa zich niet uit eigen beweging

op zijn rug wierp. En later, toen Io
als witte vaars graasde tussen de kudde,
al die keren die kleine stapjes,
dat kijken, dat draaien! Alles is seksueel,

van mens tot hongerig rund;
de ochtend is seksueel, de avond;
de zon maakt zich seksueel los van de horizon,
zinkt in de zee; bergen wringen zich smachtend

op uit het dal; zelfs onze abstracties
zijn geslachtelijk; onze wiskunde vormt
kokhalzend van wellust figuren. Meisjes
in deurposten, giechelend, wenkend.

Haar voet

Europa, toen ze op de stier reed die
de oversteek naar Kreta maakte, maar
ze wist niet wat er zou gebeuren en
het was zo overweldigend!

Het onbarmhartig stralen van de zon!
Het schuimen van de zee! Dolfijnen! En
de witte stier, het golven van zijn spieren
terwijl hij zwom! Hij brulde. En weer. En weer.

Ze houdt zijn horens vast en ze geeft mee.
Haar ogen dicht alsof ze slaapt. Ze wacht

op wat er komt. Haar voet sleept in de zee.

Arethousa

Nadat de god haar in de uiterwaarden
verkracht had, stortte ze zich in de zee
en ademde in het bittere water.

En ze werd meegenomen. Duikers die
ze stoorde in hun stille visites aan
de diepte, zagen haar, niet onbewogen,
zagen hoe de stromingen haar bewogen.

En toen ze aankwam op Sicilië
en aan het strand spoelde, brak ze, en baarde
blank bronwater, schaduw, en zoete aarde.

Van de stad kwamen mensen en zwaaiden.

De stad is Syracuse, waar de bron nog steeds wordt getoond: schaduw, groen en eenden. De duikers zijn een dichterlijke vrijheid: verveelvoudiging van Cola Pesce, de miraculeuze duiker uit de Italiaanse folklore. Oek de Jong brengt hem ter sprake in Cirkel in het gras, hoofdstuk VII.


Twaalf

I
Athene heeft zich als een zwaluw in
de spanten van Odysseus’ huis gezet
om toe te kijken bij het doden van
de vrijers. Ook twaalf meisjes, twaalf slavinnen,
die met de vrijers sliepen moeten sterven.

Als lijsters, zegt Homerus, of als duifjes,
op weg naar hun nest in een strik gevlogen –
twaalf kopjes in een strik, en twaalf paar voetjes
spartelen nog wel even maar niet lang.

II
Meisjes die nauwelijks een notie hadden
van wat de wereld van hen wilde.
Slavinnetjes. Hoe konden ze bedenken
dat het een misdaad was om zich te lenen
voor de begeerte van de vrijers! Waren
de vrijers niet de vrijers? En begeerden
ze niet met hen te slapen en was dat
niet net zoals het zijn moest: bevend vlees
dat zich in bevend vlees een weg zoekt, tot
de siddering waarmee het wordt bevrucht…

Moesten ze daarom sterven? Duifjes, lijsters,
op weg naar hun nest in een strik gevlogen –
twaalf kopjes in een strik, en twaalf paar voetjes,
nog even spartelend, maar niet heel lang.

De gehangene

In Greece, the great goddess Artemis herself appears to have been annually hanged in effigy in her sacred grove in Condylea among the Arcadian hills, and there she accordingly went by the name of The Hanged One - J.G. Frazer, The Golden Bough

1.
Ze hebben je er opgehangen, op-
gehangen hebben ze je slanke lichaam,

Je witte voeten vlak boven de grond,
je armen langs je dijen en je hoofd,

je mooie hoofd met de verwarde lokken,
hangt scheef opzij, de tong hangt uit je mond.

2.
En J.G. Frazer op zijn eilandenrijk
waande zich helemaal de koning te rijk
toen de werkelijkheid zich soepel plooide
naar zijn verwachtingen. En niemand wist,
o niemand wist,
waarom de godin niet werd afgekust.

3.
Ook Robert Graves, zo statig, zo sportief
met zijn leren zonnehoed, zo gewiekst
op de paden achter de duinen,

voor de duivel niet bang, behalve voor
zichzelf, pratend en pratend, altijd pratend, als
hij met zijn godin door het duister dwaalde:

alles wist hij van ieder onderwerp,
maar geen idee waar men de bruiden haalde.

4.
Onze bloeddorstigheid, messieurs, hoeft niet 
per se met bloedbaden gestild,

ook ogen die breken en stuiptrekkingen
zijn wel oké en als het slachtoffer

op het moment suprême nog iets aardigs zegt,
is dat iets waar het eer mee in kan leggen.

Maar de godin moest sterven, dat staat vast!
De witte voeten vlak boven de grond,

het mooie hoofd met de verwarde lokken
hangt scheef opzij, de tong hangt uit de mond.

Een van hun goden

Kaváfis, Ενασ θεοσ των

Toen er tegen de avond, over de markt
van Seleukia, een jongeman liep, rijzig, volmaakt mooi,
met donkere geparfumeerde lokken
en zijn blik stralend van onsterfelijkheid,
keken de voorbijgangers hem na
en ze vroegen elkaar wie hij was,
een Syrische Griek misschien? of
ergens anders vandaan? Maar sommigen, die
aandachtiger toekeken, knikten.
Ze stapten opzij, en terwijl hij
verdween onder de arcaden,
in het spel van schaduw en licht van de avond,
op weg naar buurten die alleen
’s nachts tot leven komen in feesten en zuipen,
in roes en schaamteloze wellust,
vroegen ze zich af Wie Hij kon zijn
en op jacht naar wat voor schrikbarend genot,
Die daar de straten van Seleukia afliep,
komend uit Hun vereerde, heilige Huizen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Goden

Goden 1. Poseidon slaat geërgerd met zijn staart op het water. Gladde godinnen dansen in steeds wijdere kringen om hem heen. 2. En Hera,...