vrijdag 23 oktober 2026

Emfyseem

Brahms

I.M Leonard Bernstein

Uw zeer ironische ooglid, maestro,
en uw met bewonderenswaardige
terughoudendheid voorgedragen emfyseem,
maken u vrijwel onaantastbaar.
West Side Story: vergeven en vergeten;
ieder spoor van herinnering aan uw

hoerigheid uitgewist. We blijven mensen
nietwaar, maestro, en we weten dat
mensen nu eenmaal ad infinitum
wat eens gebeurd is, naspelen. De Joden
in Israël studeren ‘s avonds op
de Hoekse en Kabeljauwse twisten van
Richteren en Koningen. De Arabieren
houden het op 1001 nacht.

Wat heeft de voorkeur? Zelf was ik verloren
toen ik de zwierige gebaartjes zag
waarmee u, als een blikje nogal dure
shagtabak, de wondere wereld van
Brahms open maakte. Sindsdien werkte ik

iedere dag aan uw astmatisch kuchje,
oefende ik me in uw oogopslag.

Vaart

Bernstein dirigeert Mendelssohn, symfonie 3,4 & 5

Wat betreft de verbazende vaart, maestro,
waarmee u Mendelssohn deed, waarmee u
zonder één hapering uw troepen
door de partituur loodste:
lofwaardig!

Maar heb ik het mis als ik er ook
iets koortsachtigs in bespeur,
iets van astmatische haast,
van de radeloze greep naar
de inhalator?

“Ze speelden de sterren van de hemel,”
en “een tovenaar”, zuchten de dames
in het publiek. En Mendelssohn op zijn
procrustesbed steunde wellustig.

Maar wat vindt u er zelf van? Schenkt
die tomeloze vaart u echt genoegen
of is het eigenlijk, als u het terughoort,
toch eigenlijk, zeg, de echo van een al

te vaak beleefde, al te bekende angstdroom?

Hypostase van Yehudi Menuhin

Zoals een schaatser naar de juiste baan,
zo zoekt de kunstenaar voordat hij op moet naar
zijn kam. De jaren hebben op zijn haar

geen vat gehad: staal tegen tijd, een on-
gelijke strijd. En als hij Elgar uit
de snaren strijkt, en de elektriciteit

zwak aan zijn hoofdhuid knabbelt, weet hij heel
precies waaraan hij is begonnen: dat
er geen muziek is waar muziek op lijkt.

Portret van Bernstein met wolfshond

Poseren met een wolfshond, ja dat kan
wel als je Leonard Bernstein heet,
een echte wolvennaam tenslotte en
hij is ook niet bang uitgevallen. Maar

dit beest is niet aan camera’s gewend,
maestro! En het is een roofdier! Of
hij wel van mensen houdt, dat is maar zeer
de vraag, en is geknuffeld worden door
een musicus iets wat hij ambieert?

Om maar te zwijgen over wat hij ruikt
als u bijvoorbeeld aftershave gebruikt.

Mondscheinsonate

In het Mozarteum in Salzburg

Rudolf Buchbinder, trouwe knecht
op de bühne in Salzburg, hij speelt
vandaag sonate voor de rechterpink,
en iedereen die toekijkt ademloos,
maar wat gebeuren moet gebeurt:

als zijn handen bezadigde krabben zijn
die min of meer tevreden
over het klavier scharrelen,
de rechterpink, dat
meest essentiële instrumentje, is

niet echt gezeglijk: klauwt wel eens, niet
altijd, maar ook niet altijd niet,
helemaal of niet helemaal,
of half of bijna half,
of maar een beetje,
mis.

Een waarlijk francofiele melodie

Marc Erkens speelt het pianoconcert in es van John Ireland

In zijn pafferige, bijna Vlaamse trekken
is de musicus nauwelijks te herkennen,

maar het orkest achter hem geeft geen krimp
zolang zijn vingers hun werk verzetten.

De klanken uit zijn slanke piano
schieten als kleine vissen door elkaar
en de waldhoorn antwoordt gehoorzaam.

De dirigent, met het gezicht van een
negentiende-eeuwse schoolfrik, speelt
het spel zonder een spoor van spotzucht mee.

En als bij toeval vormt zich die
schier ongelofelijke, smachtende,
die waarlijk francofiele melodie.

Hartje. Mierzoet. In bladerdeeg gelegd.

Rossini’s Stabat Mater, Afbuigen in Salzburg

“Heel mooi gedaan,” fluistert hij tegen de
gezette alt. Ze heeft gezongen als
een nachtegaal in het hart van een storm
en het vrouwelijk deel van het publiek

zeker en vast een natte broek bezorgd.
Maar dat kan haar niet schelen. Zachtjes knijpt
ze in de hand van de tenor. De gel
druipt uit zijn haar, de baard schijnt door zijn huid.

Ze glimlacht raadselachtig voor zich uit.
Ze denkt: hij heeft het al zo vaak gezegd.

Hartje. Mierzoet. In bladerdeeg gelegd.

Stille nacht

Later zingt Aafje Heynis Stille Nacht,
met Simon Jansen op het orgel en
een kerk vol aandachtige mensen.

Ze zijn net echt, hun jassen ruiken
onmiskenbaar naar regen en hun wangen

zijn strak als perkament, de neuzen spits
van inlevingsvermogen. Alles kits
achter de rits? Zet de muziek maar zacht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Verregend landschap

Passacaglia in D Mineur Een kleine, witgekalkte Deense kerk in een verregend landschap. Nat. Druipnat. In alle ramen hangen tranen te drogen...