Tevreden
Koning Assurbanipal doodt een leeuw, Reliëf British MuseumDe koning, hij richt
zich op, hij lacht tevreden.
“Kom maar,” zegt hij.
Zijn linkerhand
grijpt de leeuw in de manen,
zijn rechter drijft hem
een zwaard in de borst.
Door het hart. Vóór
de leeuw beseft
hoe hij is bedrogen,
is hij al dood.
De koning, hij wist het altijd al,
hij lacht tevreden.
Koning Assurbanipal
Daan Nijssen, Het wereldrijk van het tweestromenland, afb. 19, p. 54 e.v.“Ik leerde de wijsheid, de kunst
van het schrijven, ik
onderzocht de kennis
van alle geleerden.
Ik leerde schieten
met pijl en boog,
paard en strijdwagen
leerde ik berijden,
de teugels hanteren.
Koning onder de mensen,
leeuw onder de dieren
waren niet tegen
mijn boog opgewassen.
Ik weet hoe ik oorlog moet voeren
strijd moet beslechten.
Ik ben ervaren
in het formeren
van de slaglinie
en in het gevecht.”
Het hoofd van koning Teumman
653 voor Christus“Het hoofd van koning Teumman hang
ik in een palmboom, zodat
ik er naar kijk terwijl
ik eet en drink en luister
naar harpspel. Het stinkt niet.
Mijn dienaar fluistert depêches
in mijn oor. Zelfs
mijn vrouw is vertederd.”
Het hoofd van koning Teumman II
“Het hoofd van koning Teummankijkt neer op de tafel
waar ik eet en drink. Het was
niet boos, het hoofd
van koning Teumman,
eerder goedig. En later,
toen de ogen verdroogden,
misschien verdrietig.
Maar de lippen barstten
en de witte tanden
kwamen naar voren,
het hoofd van koning Teumman,
terwijl wij aten en dronken,
langzaam veranderde het in
een soort medaillon,
een kleine zon in
de palm van het donker.
Ik bestuur mijn harem
strikt maar met mildheid,
als ik er binnenga,
klinkt
een vrolijk gekwetter.
Het hart van een vrouw
is niet te doorgronden.”
De wrok van koning Assurbanipal
Koning Assurbanipal spreekt het hoofd toe van koning Teumman“Koning Teumman, luister,
ik spreek tot je. Ik
troost je, koning Teumman.
Een bleke zon ben je
in de schaduw van de palmboom,
maar een kleine zon
te zijn in een palmboom
is zeker te verkiezen
boven het volle leven
dat ik moet genieten.
Alles zie je, alles weet je,
terwijl ik, het zweet
loopt me in de ogen,
mijn tong is rauw,
mijn vrouw kijkt me aan
zonder te lachen.
Mijn wrok is geweldig,
koning Teumman. Luister,
de meisjes zingen,
ze dansen van
de zon in de schaduw
en weer terug.
De meisjes dansen.
Ik ben niet in tel.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten