donderdag 8 oktober 2026

Zwarte wijn


Tegen de wind in


Het is weer helemaal mis.
Insecten dansen
tegen de wind in. De mezen
vechten om aandacht. Er fladdert
een haastige vlinder voorbij,

op weg van niets
naar helemaal niets.


Ballet


Aan de droogmolen van de ochtendzon:
er hangt een zomerjurkje tegenover
een vest van mij. Verdienstelijke klonen
van wie we zijn? Misschien een beetje sloom?
Een beetje lusteloos? Wat is het warm!

Maar dan waait er een briesje door de tuin,
een windje uit het oosten, en er zwermt
een wolkje witte muggen uit een arm

en kringelt op, als rook, of nee, als stoom,
en vindt een toevlucht in de kersenboom.


Er zitten duiven in de hazelaar


Niet tien, niet vijftig, maar wel honderd takjes
hebben ze rondgestrooid tijdens het bouwen
van deze fokking nestje, maar van eitjes,

geen sprake van, alleen dat nu en dan
met veel gefladder, he, met veel gezwatel
tussen de bladeren verdwijnen en

dan weer tevoorschijn komen met een takje
of misschien wel twee takjes in hun snavel.


Heimelijkheid


Toch weer bedrogen, toch weer achter tak en blad
verborgen een slordig nest, waar later in april
jonge duiven uitvliegen, goed gevoed,
met fraai glanzende, bijna paarse veren.

Weer de hele zomer dat zelfingenomen stappen,
de hele godganse zomer dat pronken met
de triomf van hun lompe heimelijkheid.


Zomer


Zomer, de schaduw
van een kauwtje scheert over
de deur van de koelkast.


Hoe de kauwtjes heten


De kauwtjes voor het huis die op het gras
de stront oppikken van de honden als
de eigenaars dat even zijn vergeten -

de honden hebben allemaal hun naam
maar wie o wie weet hoe de kauwtjes heten.


Honden


Honden, net slim genoeg om te beseffen
dat ze wat minder slim zijn dan hun baas,
maar slimmer dan de kauwtjes in het gras

De kauwtjes, in het gras, tellen hun knopen
en laten hond en baasje rustig lopen.


Zaterdag


Je staart
de zaterdag onvervaard in de ogen.
Niemand wijst, niemand
vraagt, niemand wacht. Je laat

de ochtend als een vis
door je vingers glippen.
De middag rinkelt
ongebruikt voor­bij.

De avond, de avond versla je als
een tot in detail ongelezen krant.


In de kersenboom


In de kersenboom, in de zon,
bekvechten pimpelmees en hommel: on-
gelijke strijd en niemand weet
waarom, of wie begon, alleen
maar wáár: de kersenboom, de zon.


Augustus


Een rood met gouden vlinder in de tuin
fladdert radeloos rond. Wat moet ze doen?
Ze is maar net ontpopt, de poeder op
haar vleugels is nog nat, en ze wil paren.

Maar waarom? En met wie? Ze is maar klein,
weet ze, haar hartje is wel rein,
maar kijk, de wereld groot.

Te groot. Het zonlicht in
het struikgewas is een duister geheim.

Zij volbrengen hun taak


‘Vlinders zijn zenuwenlijders’, zei
de ijsverkoper, maar ik wist wel beter.

Zij drinken nectar, vlinders, en ze houden
van pastelkleuren en van de ijzige geuren van

de ijssalon. Ze willen
in de zon vliegen, maar waar is de zon?

Vlinders zijn zenuwenlijders? Ze laten
zich omhelzen door de wind, de regen.

Ze laten hun eieren rijpen. Ze zetten ze af.
Er vormen zich rupsen…


Recueillement

Zomeravond aan de Hazeweide

Overdag heeft de wereld geen geheimen,
de dingen zijn gewoon zoals ze zijn.

De muren zijn de muren, tegels tegels,
de boom de boom, de kersen opgegeten,

en wat er in haar ogen is te lezen
wordt tot de kleinste kleinigheid berekend.

Maar ‘s avonds, als het licht begint te slijten,
de muren trekken zich behoedzaam samen,

schoenzolen schuren op het tegelpad
en in de kersenboom ritselt het duister -

je bent niet geschikt om iets te begrijpen,
elk spoor van werkelijkheid sluit je buiten.


De tijd verstrijkt


De tijd verstrijkt, de merels in de tuin
tikken het ijzer van de avond
aan met hun kleine hamers en de buren

sluiten hun deuren. In de kamer maakt
de realiteit weer plaats voor de schijn.

Bloemen pronken in geglazuurde vazen,
het televisiescherm lekt leuterpraat.

We drinken zwarte wijn uit grote glazen.


Op het raam


Nu is het herfst geworden en
de regen en de wind striemen het raam en
waar moet de vlinder heen die gister is ontpopt?
Blind botst ze op de ruit en op
de ruit en op de ruit.
Waar moet ze heen?
Wanneer?
Waarom?


There must be some way out of here

November

Kamer vol kwakende trombones, Bach
gespeeld op de gitaar, en Richard Strauss

struikelt over de dansvloer. Futloos sleept
de dag zich voort, totdat al vóór vier uur

het eerste akkoord van de avond gloort.
Morgen weer vroeg op pad! Het weerbericht,

net nog gezien, is een lust voor het oog:
de hele dag wisselen zon en wolken

elkaar af, maar waarschijnlijk dreigt het droog.


Waar is de pastavork

Pasta met kappertjes.

Tien over zes.
De rode pastavork,
blozend verstopt hij zich
achter de lepels.

Kwart over zes.
Bijna half zeven.
Lieverd, o lieverd,

geen spoor van beweging.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het bestiaire

  Orfeus’ hofstoet Het  Bestiaire  van Guillaume Apollinaire met de houtsneden van Raoul Dufy, Vertaald  door Jos Houtsma Orfeus Apollinai...