zaterdag 17 oktober 2026

Portretten 5

 

Zelfportret met pluimen

Admiraal van de wereldzeeën mag ik mij
noemen en vice-roy van alle landen
die ik ontdek. Zo ga ik scheep. Mijn handen
tasten onrustig langs de reling. Ach,

mijn koninkrijk! Niet zonder trots betreed
ik het kasteel en ik kijk uit
over mijn kudde zeilen. Ik tik op
het glas van het kompas. De meeuwen krijsen.
Onder mijn laarzen kraakt het verse eikenhout.

In Pálos slapen de vrouwen
onder de olmen,
de kinderen sterven of groeien op
en verliezen hun tanden. Ik vaar langs

de koperen band van de evenaar
en schreeuw mijn orders naar mijn ongelikte
scheepsvolk. Ik ben onwrikbaar. Ik

brandschat Bantam, en ik terroriseer
maandenlang de ongelukkige Molukken.

 

Met naakte billen

Toen Columbus in 1492 vertrok om India te ontdekken, had hij een brief bij zich voor de grote Khan, met een vrome verklaring voor zijn komst.

 

“Als we Jerusalem niet mogen winnen,

laat het dan Indië zijn, waar we ons

 

als zwijnen wentelen in rijkdom. Laat

ons, als het Heilig Graf ons moet ontgaan,

 

met harde hand, heer, tot uw mammon bidden.

Als god niet met ons is, willen we althans

 

met naakte billen in het zilver zitten.”

 

Vasco da Gama

1.

Vasco da Gama kwam in Calicut

en zette er zijn lading op de kade:

honing en olie, mutsen, Hollands laken,

 

maar de Calicutanen waren niet

onder de indruk, zeiden ze, want zie,

de armste scharrelaars uit Mekka kwamen

 

met mooiere cadeaus. De Portugezen

lachten bescheiden in hun baard. Ze strelen

het weerbarstige brons van hun kanons.

 

Geen reden om zich nader te verklaren,

dit is gewoon de eerste stap. Er varen

 

hierna meer schepen uit, veel meer. We zullen

hun rijkdom oogsten. En ons zaad niet sparen.

 

2.

Overal onderweg, weet je, dat zelfde

neerbuigende gedrag! ‘De handelswaar

voldoet niet aan de normen.’ ‘Is goedkoop.’

‘Is onaantrekkelijk.’ Ja. Goed. Misschien.

 

Maar deze expeditie laat iets zien

waar ongelovigen geen weet van hebben:

echte meedogenloosheid. Zeuren mag,

maar wie hun tegenwerkt, maken ze af.

 

3

De terugreis is een ramp. De meesten dood en

de rest zozeer onder de indruk van

dat grote sterven dat ze nauwelijks

nog praten. En hun kleren zijn versleten

door zon en zee. Maar ze zijn niet vervaard.

 

Ze dromen van een liefdeseiland waar

heidense nimfen hen ontvangen en

dat ze de weg erheen geopend hebben

voor Portugese schepen. En ja, ooit

zullen ze in Calicut terugkomen, maar

dan in fluweel gehuld en goudbrokaat,

 

en onverschillig langs de kramen lopen

om aan te wijzen wat ze willen kopen.

 

 

Anno 1445

1.

Waar goud als kool, als peen, groeit in het zand

en wordt geoogst door naakte negerinnen,

 

zingend en dansend in de dageraad,

daar zullen wij ook heen gaan, zullen wij,

 

onze zweep achter onze rug verborgen,

ons zaad niet sparend, bij de dageraad

 

op onze eigen wijs dansen en zingen.

2.

Zingend en dansend in de dageraad,

het vuige goud weegt zwaar in onze zakken,
de oogst waarvoor we woonplaatsen verbranden -

 

denken we dat we nog te leven hebben?

of denken we dat we nooit zullen sterven?
 
Als achter onze rug de trommels stampen
en voor ons vormen er zich flarden rook,
 
draaien we aan onze dikke gouden ringen,

en dansen we onze dagelijkse dood.

3.

De mensenhandel is in deze tijd

iets heel anders dan nu: wie taalt er nu

 

nog naar het zielenheil van wie er op

de zwarte markt komt, maar toen schonk een prins

 

aan ieder schip banieren: kijk, het kruis

van de Orde van Jezus wappert fier

 

boven de hoofden, kroes en sluik, die hier

samen zijn in gebed.

Maar geen kwartier!

 

Het stamhoofd dat hen komt begroeten doden

ze in een handomdraai, met droge ogen.

4,

Exacte catalogisering wat

er wordt gekocht en tegen welke prijs

 

is wél van eminent belang, omdat

er altijd ingekocht wordt voor de kroon,

 

en omdat een vast aandeel in de winst,

als boetedoening voor wat uit de hand

 

gelopen is, aan priesters wordt verspild.

 

Toelichting

1.

Door tucht en transcendentie kregen we

voet aan de grond in Afrika en door

het schrikbarende knarsen van ons ijzer.

 

Grimmige kleine engelen waren we,

zoals we over de bospaden krioelden,

met helm en borstkuras en de musket

 

over de schouder. Bij het lopen maakten

we dwarse grappen over onze heiland,

 

de goede heren heiligen en de

allerbeminnelijkste maagd Maria.

2.

We telden niet de blaren op de hielen

van onze hoeren, noch de lijken die

we oogstten, wetend: wat we moeten lijden

 

is te verwaarlozen bij vergelijking

met de ontzaggelijke winsten. Zingend

en grappen makend trokken we van dorp

 

naar dorp, overal dopend, dodend,

en onbarmhartig onze prijs afdwingend.

3.

“Haha, we zullen uit de schedel drinken

van onze vijanden, een ketting van

 

hun tanden zullen we ons rijgen, van

hun ellepijp maken we ons een fluit

 

om onze marsmuziek te blazen, dansen

zullen we bij het tromgeroffel van

 

trommels die zijn bespannen met hun huid!”

 

Anders

Zoals de schepen op de rede rijden,

reden wij op de raadselachtigheid

van deze zwarte vrouwen, zo verschillend

van onze eigen vrouwen, zo hetzelfde.

 

Alleen dat ze ons lachend in de vinger

beten wanneer we klaarkwamen, was niet

of nauwelijks begrijpelijk voor mannen

die van de schandelijkheid van hun daden

zo diep doordrongen zijn als wij toen waren:

 

het leek soms wel of ze oprecht verlangen

om onze Portugese vrucht te ontvangen.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Portretten 5

  Zelfportret met pluimen Admiraal van de wereldzeeën mag ik mij noemen en vice-roy van alle landen die ik ontdek. Zo ga ik scheep. Mijn...