maandag 12 oktober 2026

Nog wat jaren tachtig

Prelude

De Neudeflat.
Aan alle einders hangen
ijskoude buien. Aan
hun bureaus de ambtenaren

schouwen het ei
van hun verlangen.


Later

Later, ze zijn
verstrooid geraakt,
in een ander gebouw
ondergebracht,

het ei
van hun verlangen
rijden ze

langs flexplekken, diep in
dossiers verborgen,

maar niet
minder urgent geworden..


Ontstaat ambtenaarschap

Bij benoemingen langer dan 6 mnd. ontstaat ambtenaarschap


Half tien binnen, vier uur weer weg, de pauzes
rijen zich uitzichtloos aaneen, iedere prop

wordt zuchtend in de prullenbak gesmeten.
Externen tellen alle uren op.

Zelden, o zelden wordt iets niet vergeten.

Gemeentedrukkerij

Je klimt omhoog
tussen pallets papier & meisjes
& abrikozen. De helft van
de etages heet tussenetage.

Boven, on top,
in het waterhoofd van de gemeente,

zetelt de chef. Met een listige lach
kijkt hij langs
een afgeschafte sigaar.


Dag

Sapere aude

De dag is verpletterend.
Niemand kan het zonder haar stellen,
wanneer ze iets niet zelf doet
gaat het verkeerd.

Dus valt ze van overleg
in overleg, luistert aandachtig
naar dingen die ze maar nauwelijks
vat. Ze houdt haar adviezen

zorgvuldig globaal,
probeert ongeschonden
de klok van vijf uur te halen.

‘s Avonds, de kinderen gedaan,
ze bladert nog wat
in juridische vakbladen en
ze rookt een hasjiesj-sigaretje.

Ze gaat laat naar bed.


Platte organisatie

Voor Wim v.d.G.

Allemaal, Wim, allemaal
zijn we socialisten. Allemaal
hebben we het beste voor met de wereld
en met elkaar.

Allemaal zijn we socialisten, armen
in elkaar gehaakt, zingend,
kauwend
op snorren als pruimen.

En onze voetstappen ploegen diep,
diep in de machteloze aarde.


Zwanen niet

De dichter in de onderwijscommissie

Je koude ogen
keken me vriendelijk aan, Lidt,
en je lachte je glazen lach.

Maar ik dacht: O, laat me zwemmen,
tussen de zwanen van de Potgietersingel,
laat me roeien,

langzaam roeien met zwarte poten
in het grijsgroene water.

En ik drukte de knop in en sprak
in de bevende microfoon:

“Geen zwanen, nee, zwanen niet,
zwanen komen hier niet.”

James van Lidt de Jeude was in Utrecht wethouder van onderwijs. Een onsympathieke man. 
De Potgietersingel is in Zwolle.


Drie wegen naar Hockney


1.
Met een blinddoek om
door het bos lopen
tot je iets aanraakt
met je handen.

Dan mag je kijken:
misschien is het een hert,
misschien een zieke koning

van David Hockney.

2.
De bloemen maken
zuigplekken op de ruiten.

De knappe jongemannen
lachen onbewogen, en ook
de andere aanwezigen
vertrekken geen letter.

Was getekend (op eikenhout)
David Hockney.

3.
Maar de beste weg is natuurlijk
als je eerst over de tafel loopt
en dan over een bureau.
Een leeslampje valt om,
je trapt op een
open agenda.

En daar, kijk, voor je
David Hockney, 16.45 u.

Het schilderij van Hockney hing eind jaren tachtig in het stadhuis van Utrecht in de werkkamer van wethouder Cees Pot



Oneindigheden

Sapere aude


James van Lidt, de PowerPoint-
koning van Utrecht, de man
die de bloemkoolwijken heeft uitgevonden,
én het buskruit! Hij lacht

zijn kille lach terwijl hij zijn
gehoor van eerbiedige mbo-docenten
op zijn gemak uit de doeken doet hoe het zit:

fractalen en fractalen van
fractalen, die zich in
een eindeloos verschiet herhalen,
als spiegels van de ziel. Applaus!

Hij lacht zijn kille lach,
de wethouder van onderwijs, terwijl
hij, voor de zaal,
en rustig leunend op zijn lessenaar,
op het eind van de oneindigheden wacht.



Chef de bureau - nocturne

‘s Nachts gaat
de telefoon.
Onmiddellijk

bedrijft hij de liefde met
zijn wazige maar
niet onwillige vrouw.

(1982)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nog wat jaren tachtig

Prelude De Neudeflat. Aan alle einders hangen ijskoude buien. Aan hun bureaus de ambtenaren schouwen het ei van hun verlangen. Later Later...