vrijdag 30 oktober 2026

Le vélo



Koude kersenlippen

TdF 1980, gewonnen door Joop Zoetemelk. De winnaar van de zesde etappe, Lille-Compiègne, was Jean-Louis Gauthier. De koningin was op dat moment Rudy Pevenage. De echte grote man was Bernard Hinault, die al drie etappes gewonnen had.

1. Bisous
In St. Python kwamen de renners langs
als een bemodderde zwerm bijen, samen-
geklonterd om de koningin. De brutaalsten
schreeuwden opdrachten rond. De hemel stond
naar regen. We applaudisseerden.

Op weg naar St. Quentin rustten ze uit.
Aten wat, praatten wat. Sommigen stapten
af om een achterwiel te inspecteren
of in de berm even te pissen en te dollen.

Bij de aankomst in Compiègne werd er door
vier of vijf man gesprint, de rest reed uit
en bleef daarna nog lang met lege ogen

in het publiek staan. In de verte werd
de winnaar op de mond gekust
door glimlachende meisjes.

2. Anges morts
Geen lang leven hebben de wielrenners.
al rijden ze als engelen door het land,
de pedalen als vleugels aan de voeten,

geen lang leven hebben de wielrenners.
Al rijden ze als de wind langs de wegen
(we klappen enthousiast wanneer we ze
voorbij zien flitsen en roepen hun nummer;
ze kijken om, lachen hun tanden bloot) -

aan het eind, aan de finish kussen hen
de meisjes met ijskoude lippen, met
de koude kersenlippen van de dood.

Met suizende banden

Parijs-Nice 1988 werd gewonnen door Sean Kelly, die ook de slotetappe op zijn naam bracht. Ronan Pensec werd tweede op 8 seconden.

In de Alpes Maritimes
steken windvlagen op van demarrages

en tegendemarrages, en ontladen
zich kortstondige buien van irritatie.

Maar dan breekt er een bleke zon door. Op
het asfalt tekent zich een koud gewemel

van schaduwen af. De eerste haarspeldbochten
openen zich. De remmen piepen, renners

gaan op pedalen staan en duiken schreeuwend
de steile piste af, naar waar beneden,

ver weg, ver weg, eeuwige lente heerst en
het bleekblauwe nirwana van de zee.

***

Met suizende bandjes, en derailleurs
die onheilspellend ratelen en klikken,

langs muren van mediterrane tuinen
vol wanstaltige vruchten, schaduw in,

schaduw uit, schaduw in, totdat ze over
de promenade stromen. Wandelaars,

leunend op stokken, kijken ongelovig
hoe ze de zee in waden, schreeuwend, dringend,

en met de fietsen hoog boven hun hoofden.

Klinkende munt

Tdf 2009, de slotrit

Tussen de dramaverslaafden
van het peloton stuurt hij
met één hand en hij plukt
verstrooid aan zijn neus.

Drama kan hij missen als kiespijn,
denkt hij, en van de zouteloze
grappen van de andere ploegen
verstaat hij geen woord.

Lance Armstrong.
Van het lawaaiige licht
van de ochtend tot de benauwdheid
van de middag, de hele dag,

tot het naspel, de avond, als hij,
voor klinkende munt, tussen de kisten
reserveonderdelen, officials
te woord staat en shit-journalisten.

Op de Izoard

TdF 2017, na een mislukte aanval in etappe 18

Voor de camera van NPO1:
El Pistolero groet Molléma.
Zijn pikzwarte glimlach flitst als vanouds.

Contador, voor de camera is hij
nog steeds bliksemsnel.

(Zo mooi: Molléma.
Met een kleine verschuiving van de klemtoon
tovert hij hem omhoog,

weg van het zweten en stampen,
weg van de regenachtige wegen
van Groningen, bemodderd na de oogst:

Molléma, een groot kampioen,
een onvergankelijke ster
aan het Spaanse firmament,

Bauke Molléma.)

Trente ans après

Dertig jaar later is Hinault nog steeds
beleefd neerbuigend tegen Nederlanders.

Beseffen ze wel dat hij ze in ‘80
een Tour cadeau gedaan heeft? Interviewers

lachen verlegen, weten het niet meer,
en bovendien ze zijn te zeer zijn fan,

ze zijn te zeer onder de indruk van
dat lef, die zware wenkbrauwen, dat Frans,

om onschuldige grootspraak en
opzettelijk bedrog te onderscheiden.

In werkelijkheid gaf Bernard Hinault in 1980 in de twaalfde etappe op met een knieblessure.

TdF 1950

Oudwielrennen. Grimmige mannen, on-
geschoren of met zware baardgroei:
op wankele fietsen klimmen
ze naar de toppen van hun Alpen.

Door plassen sturen ze, door modder, door
steenslag, onafzienbare velden. Stalen polsen,
de adem hoog en door en door bedorven,
de diepe schaduwen op de gezichten.

Zwartwit beelden. Ze zijn al lang gestorven.


De engel van het hooggebergte

1958

Donder en bliksem
in een prehistorisch
halfduister.

Terwijl het peloton
zich nog in striemende regenbuien
over naakte bergtoppen worstelt,

wrijft Charly Gaul
met een geleende handdoek
zijn natte haren droog.

Even later steekt hij
al weer een sigaretje op.

“Ja,” zegt hij in de microfoon
die hem wordt voorgehouden,
“ja, klasse apart.”
“Ja, allemaal dankzij de ploeg.”

Gaul won dat jaar de Ronde van Frankrijk, bijgestaan door een Nederlandse ploeg: Piet Damen, Pieter de Jongh, Jaap Kersten, Jef Lahaye, Wim van Est, Piet van Est, Gerrit Voorting en Martin van den Borgh. Misschien was alles doorgestoken kaart: werd Gaul in het geheim gesteund door Federico Bahamontes, die tot grote woede van de Nederlanders, in 1959 op zijn beurt mocht winnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Le vélo

Koude kersenlippen TdF 1980, gewonnen door Joop Zoetemelk. De winnaar van de zesde etappe, Lille-Compiègne, was Jean-Louis Gauthier. De koni...