maandag 5 oktober 2026

Dichterliebe

1. In mei die wonderschone maand 

In mei, die wonderschone maand,
als alle knoppen springen
begon zich in mijn hartje
de liefde op te dringen.

In mei die wonderschone maand
als alle vogels zingen
toen moest ik wel proberen
om haar voor me te winnen.


2. Ach uit mijn tranen komen 

Ach, uit mijn tranen komen
de mooiste bloempjes voort,
en soms wordt in mijn dromen
de nachtegaal gehoord.

En als je me liefhebt, dan krijg je
die bloempjes allemaal
en voor je venster zal klinken
het lied van de nachtegaal.


3. De roos en de lelie, de duif en de zonne 

De roos en de lelie, de duif en de zonne,
daarmee is mij ooit alle liefde begonnen.
Ik min ze niet meer, ik min enkel de mijne,
die ene, die kleine, die fijne, die reine,
zij zelf van alle liefde bronne,
ze is roos en is lelie, is duif en is zonne.


4. Als ik je in de ogen kijk 

Als ik je in de ogen kijk,
dan nemen lief en leed de wijk,
maar met mijn lippen op je mond,
dan voel ik me pas echt gezond.

Als ik mij koester aan je borst
voel ik me als een hemelvorst,
maar als je zegt: ik heb je lief,
dan moet ik huilen als een dief.


5. Ik wil mijn zieltje dopen 

Ik wil mijn zieltje dopen
in de kelk van de leliebloem,
en dan zingt de lelie het liedje
van wie ik de liefste noem.

En dat liedje, dat liedje zal beven
als het kusje van haar mond
dat ze mij ooit heeft gegeven
in een zoete avondstond.


6. Daar spiegelt zich in de golven 

Daar spiegelt zich in de golven
van de Rijn, die statige stroom,
het grote, heilige Keulen,
met zijn grote Keulse Dom.

En in die Dom daar zie je
een beeld, geschilderd op leer,
en op mijn verwoeste leven
daar kijkt het vriendelijk neer.

En bloemen en engeltjes zweven
om Onze Lieve Vrouw
en de ogen, de lippen zijn even
precies zoals die van jou.


7. Al breekt mijn hart, ik voel geen wrok, mijn lief 

Al breekt mijn hart, ik voel geen wrok, mijn lief,
Geen wrok mijn lief, omdat je me verliet,
Al sta je ook in praal van diamant,
geen straal die in je duister hart belandt.

Ik droomde van je, ik heb mijn les geleerd:
ik zag de nacht waarin je hart verkeert,
en in dat hart een slang die aan je vreet,
ik zag, mijn liefste, dat je bitter leed.


8. En zouden de bloempjes weten

En zouden de bloempjes weten
hoe bitter doorwond is mijn hart
ze zouden tranen vergieten
tot heling van mijn smart.

En zou er de nachtegaal weten
hoe treurig ik ben en hoe bang,
hij zou voor mij doen klinken
zijn opgewekte gezang.

En kenden ze mijn lijden,
de sterretjes, waar ze staan,
dan kwamen ze naar beneden
en zouden me troosten gaan.

Maar nee, zij kunnen niet weten,
maar eentje die kent er mijn smart,
die zelf uiteen heeft gereten,
uiteen heeft gereten mijn hart.


9. Met spel van violen en fluiten 

Met spel van violen en fluiten
en onder trompetgeschal
daar danst er mijn allerliefste
als bruidje het bruiloftsbal.

Daar schetteren en daar dreunen
de pauken en de schalmei
en intussen snikken en steunen
mijn engeltjes voor mij.


10. Hoor ik het liedje klinken 

Hoor ik het liedje klinken
dat de liefste dikwijls zingt
dan lijkt het mij of mijn hartje
van verdriet in stukken springt.

Dan drijft mij een donker verlangen
diep in het woeste woud
waar ik in overgroot lijden
mijn tranen niet meer houd.


11. Een jongen houdt van een meisje 

Een jongen houdt van een meisje
dat van een ander houdt;
die ander wilde een ander
en is met haar getrouwd.

Het meisje, van pure woede,
trouwt de eerste de beste kloot
waar ze tegen aan komt gelopen;
de jongen wil wel dood.

Het is er het oude liedje,
maar het is nooit passé,
en mocht het je overkomen:
je hartje dat breekt je in twee.


12. Een lichte zomermorgen 

Een lichte zomermorgen,
ik wandel een straatje om,
en de bloempjes fluisteren zachtjes,
ik echter, ik houd me maar stom.

De bloempjes fluisteren zachtjes
en hebben er medelij van:
“Niet boos zijn, hoor, op ons zusje,
jij, treurige, bleke man!”


13. Ik heb in mijn slaap liggen schreien 

Ik heb in mijn slaap liggen schreien,
ik droomde je lag in je graf
en toen werd ik wakker, de tranen
die maakten mijn wangen nog nat.

Ik heb in mijn slaap liggen schreien,
ik droomde je liet me alleen,
en toen werd ik wakker, ik schreide
nog heel lang stil voor me heen.

Ik heb in mijn slaap liggen schreien
en ik droomde je maakte het goed
en toen werd ik wakker en schreide
nog altijd in overvloed!


14. Ik zie je in mijn dromen de hele nacht 

Ik zie je in mijn dromen de hele nacht,
ik zie je mij vriendelijk groeten,
en hardop snikkend werp ik mij
neer aan je lieve voeten.

Je schudt je blonde hoofdje en
je kijk je me weemoedig aan en
uit je lieve oogjes druppelen
de pareltjes van je tranen.

Je geeft me de tak van een cipres
en je laat me zachtjes iets weten.
En dan word ik wakker, de tak is weg,
en je woorden ben ik vergeten.


15. Uit oude sprookjes wenkt je 

Uit oude sprookjes wenkt je
een leliewitte hand.
Daar zingt het en daar klinkt het
over een toverland

Daar komen grote bloemen
in de gouden avond uit
die naar elkander lachen
met het lachje van de bruid.


En groene bomen zingen
hun zoete liedjes in koor
en de fonteinen klinken
en vogeltjes zingen erdoor.

En nevelflarden rijzen
omhoog uit de vochtige grond
en dansen in luchtige reien
zoals nog nooit vertoond.

Met mooie blauwe lichtjes
zijn takjes en twijgjes versierd
en rode lichtjes worden
in cirkels rondgezwierd;

en de heldere bronnen breken
uit marmerstenen zwaar
en in de wilde beken
straalt alles wonderbaar.

Ach kon ik daar maar komen,
verheugen dat harte mijn,
al mijn verdriet ontnomen
en vrij en zalig zijn!

Dat land, ach, van extase,
waar ik in mijn dromen dwaal!
Maar bij het ochtendgloren
verwaait dat allemaal


16. Die bange oude liedjes 

Die bange oude liedjes
die boze dromenmist,
we zullen ze begraven,
begraven in een kist

Wat ik er in wil stoppen
daaruit kan ik nog niet wijs,
maar de kist moet groot genoeg zijn
voor Holle Bolle Gijs.

En dan een lijkbaar halen
van planken dik en klam
die moet nog langer wezen
dan de Grevelingendam

En haal me dan vier reuzen,
die moeten sterker zijn
sterker dan sint Christoffel
in Keulen aan de Rijn.

De kist gaat naar de zee toe,
daar zinken ze hem af
want bij zo’n grote lijkkist
daarbij hoort een groot graf.

En wil soms iemand weten
waarom is die kist zo groot:
ik leg er al mijn liefde in
en al wat mij verdroot.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nog wat Heine

Und bist du erst mein ehelich Weib Wanneer je met me bent getrouwd, dan ben je te benijden. Je krijgt al wat je hartje begeert, mag e...